De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

8 minuten leestijd

Jesaja 25 vers 9. En men zal te dien dage zeggen : Ziet, Deze is onze God, wij hebben Hem verwacht, en Hij zal ons zalig maken. Deze is de HEERE ; wij hebben Hem verwacht; wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn zaligheid.

Het valt op, hoe vaak in de hoofdstukken 25 tot 28 van Jesaja voorkomt de uitdrukking ,,te dien dage". Israël verwacht een grote dag vol heil. Die dag is gekomen en wordt genoemd de volheid des tijds, het is de dag, waarop de nieuwe bedeling begint. God trok een scheur door de geschiedenis en deed aanvangen een nieuwe tijd. Dit is toch wel wat zeer wonders, dat men op een bepaalde tijd ophield te tellen en er een nieuwe tijdrekening begon. Dat is een werk van Hem, die bovenl de tijden staat. Van de schepping af spitsten zich de eeuwen op deze volheid des tijds en van deze nieuwe dag af gaat de veer van de tijd aflopen, totdat straks de engel zweren zal dat er geen tijd meer zal zijn. Er komt niet een tweede volheid des tijds. Op dit toppunt van de eeuwen nu zal de Heere Jezus Christus verschijnen. Van verre heeft de oude kerk deze dag gezien — zij is verblijd geweest. Ze verwachtten niet alleen een grote dag, maar inzonderheid Hem, Die die dag heiligen zou. Het herhaalde ,,Wij hebben Hem verwacht" uit onze tekst, doet wel zien dat het een verwachten met lijdzaamheid geweest is. Wat zijn ze vaak teleurgesteld geweest : van verschillende figuren hebben ze stellig gedacht dat ze de Messias waren en ze waren het niet: Kaïn, Noach, Salomo, Hizkia.

De kerk laat advent prediken voor elk Kerstfeest, en zo gaat nog aan ons Kerstfeest een wachtenstijd vooraf, waarin de Oud-Testamentische vromen ons ten voorbeeld gesteld mogen worden. Christus komt niet ten tweeden male in het vlees, maar moet ons wel geopenbaard worden. Anders gezegd : Zijn heil moet aan onze ziel worden toegepast. Dit nu moet verwachting bij ons wekken. Wil Hij voor ons de Immanuël zijn, dan zullen wij moeten verstaan wat het zij, zonder God in de wereld te zijn. Zonder het Paradijs verstaan wij Bethlehem niet. Dit gevoel van Godverlatenheid zal de mens naar God doen zoeken en alleen in Christus wordt God geopenbaard en alleen in Christus wordt het God mèt ons.

Het rechte verwachten gaat gepaard met geloof, met hoop en met liefde. Het geloof doet de belofte voor waar houden, doet uitzien naar de vervulling van de door Hem gegeven belofte. En als het ongeloof spreekt „Waar is de vervulhng van Zijn belofte", als het ongeloof wijst op een jaar en jaren van moeizaam uitzien, dan spreekt de hoop : ,,Zo Hij vertoeft, verbeidt Hem, want Hij zal gewisselijk komen".. En als zelfs de hoop gaat tanen, dan spreekt de liefde : „Hij! is in Zijn uitblijven zo goed als in Zijn komen, en hoe lang liet gij Hem niet wachten". Opgewekt door hoop en door liefde, zal telkens weer het geloof verstaan : Men zal te dien dage zeggen : Wij hebben Hem verwacht, wij hebben Hem verwacht.

Merkwaardig, dat men, inderdaad bij de geboorte van de Heere Jezus gezegd heeft: Deze is onze God, deze is de Heere. Zo heeft wel niet het ongeloof gesproken, maar wel de kerk. In die Koning in knechtsgcstalte hebben zij heerlijkheid gezien, hebben ze aanschouwd God geopenbaard in het vlees, het afschijnsel Zijner heerlijkheid en het uitgedrukte beeld Zijner zelfstandigheid, vol van genade en waarheid, en niet alleen God maar hun God, Immanuël, de HEERE, de Bondsgod, Die met hen in verbond wilde komen. Is die dag, de scheur in de eeuwen een wonder geweest, even groot wonder is het dat de wachtende kerk in Hem God aan­ schouwd heeft. Meer. dan Noach, meer dan Salomo is hier. Zijn naam is God en Heere, ja, zelfs ónze God. Hier wordt voor dat wachtende volk de scheiding uit het Paradijs opgeheven en komt de God van verre zeer nabij.

O, dat onze God, dat HEERE mijn God wordt alleen in Christus beleefd. De hoge; en heilige God is zo nameloos ver van ons door onze diepe val, zo ver als het Westen is van het Oosten en de hemel is van de aarde, en die afstand is nooit te overbruggen door mensenhanden. Wie zal tot God opkhmmen en wie zal Hem onze God noemen ? Onze zonden maken de scheiding al groter, want voor de zondaar is onze God een verterend vuur. Met onze deugden is deze klove niet te overbruggen, want ach, wat is onze deugd, stel dat wij die al hadden, een armzalig strootje, dat de kloof niet overbrugt en door het vuur van Gods heiligheid verzengd zou worden. Met onze vroomheid, onze wetsbetrachting, ons berouw, onze gebeden, komen wij geen stap dichter bij. Christus is het alleen. Die God nabij uw ziel brengt en uw ziel nabij God brengt. Hij is de Jacobsladder, Hij is de deur, ja meer. Hij is de God met ons. Zalig dan dat verwachtende volk, dat in alles teleurgesteld van alles leerde afzien, om in Hem alleen het heil en hoogst geluk te leren zien. Dit gaat nooit anders dan door verwachten en (na teleurstelling) opnieuw verwachten. Hierop volgt de jubel van onze tekst: Deze is onze, ja„ ook onze God, Deze is de Heere.

Van Hem zegt de tekst voorts : „Hij zal ons zalig maken, wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn zaligheid .

Wat had de oude kerk veel gedaan voor haar zaligheid. Ze hadden gezucht onder 't juk der Wet, die maar nooit ophield te eisen. Het minste overtreden maakte ze voor zoi lange tijd onrein en na de rituele reiniging was het weer zo, dat elke zonde om verzoening riep. En de Wet bleef maar eisen en ging zelfs bij gebleken onvolkomenheid vloeken. Uit de werken der Wet zou geen vlees gerechtvaardigd worden. Ook hun boeten bracht geen vrede, en offer na offer werd gebracht. Wat heqft Israël veel over gehad voor de vrede zijner ziel, beschamend voor ons, voor wie de moeite al gauw te groot is, al geloven wij, dat de waarlijk naar God en naar vrede dorstende onder de dienstbaarheid der Wet zich nog heel wat moeite geeft. Maar daar is bij Israël het oog geopend voor Hem, Die te komen stond : ,,Hïj zal ons zalig maken. En Abraham is verblijd geweest en Jacob heeft stervend op Zijn zaligheid gewacht.

Niet vergeefs is hun wachten geweest, want Hij is gekomen.

Niet vergeefs is hun uitzien geweest, want Hij heeft gezaligd.

Christus heeft door Zijn lijdelijke en dadelijke gehoorzaamheid Zijn kerk verlost, d. w. z. verlost van het hoogste kwaad en gebracht tot het hoogste goed. Hij heeft Satan zijn vang ontroofd en hem de kop vermorzeld. Hij heeft de zonde in Zijn vlees teniet gedaan, de zondeschuld afbetaald en de zondestraf gedragen door Zijn borgtochtelijk lijden en sterven. En Hij is opgestaan tot onze rechtvaardigmaking, zegt de Schrift. Zo heeft Hij de zaligheid verdiend en Hij heeft het er niet bij gelaten.

Ware Zijn heilswerk tot zover gegaan, het zou alles boven ons in de lucht zijn blijven hangen en zij zouden gelijk hebben, die leren dat de toeëigening des heils nu voorts aan ons was overgelaten. Neen, Hij zegt niet: ,,Vijftig procent zal Ik doen en vijftig zult gij doen". Hij zegt zelfs niet: ,,Vijf en negentig procent zal Ik doen en de laatste vijf procent zult gij doen". Hij is die volkomen Zaligmaker, die, het werk voor honderd procent doet. Hij verdiende de zaligheid en Hij past ze ook toe. En al ligt er de eis tot geloof voorzeker, dat geloof geeft Hij er als een genadegave ook nog bij. Zo sterk ziet de tekst de band tussen de zaligheid en de Heere Jezus, dat ze spreekt van Zijn zaligheid.

En omdat het volk, dat in zijn wachtenstijd gezien heeft de onmogelijkheid om zahg te worden, nu ook alles in Hem vindt en ontvangt wat tot de gelukzaligheid nodig is, breekt bij hen de jubel los : ,,Wij zullen ons verheugen en verblijden !" Een, pleonasme.

Ge vindt ze veel in de bijbel. Dit is ook een vreugde, die niet in één woord te vatten is. Het is een onbeschrijfelijke vreugde. Hier wordt de tong vervuld met gejuich. Hier wordt de tong als de pen  eens vaardigen schrijvers, die het lied van deze geboren Koning zingt. Als God geopenbaard wordt in het vlees, dan gaat Zacharias zingen, Maria zingen, Simeon zingen en de herders gaan God verheerlijken. Ook onze tekst zelf is een stukje poëzie, temidden van Jesaia 25. En als nu tijdens het wachten onder het Oude Verbond het lied der hope geboren werd, hoeveel temeer zal dan in het klaarder licht der vervulling het lied des geloofs niet klinken : ,,Wij zullen ons verheugen en verblijden !" Als men in Christus zijn God mag aanschouwen, dan krijgen de liederen Sions hun rechte waarde.

Kent gij iets van die vreugde, die alle begrip te boven gaat ?

De wereld zingt ook, maar het is een lied in een kerker, hef is een lied in de boeien, die haar ter slachting leiden, met recht moge het een zwanenzang heten. De vrome wereld zingt ook haar lied der bevrijding, maar op de grondtoon getoetst, is het er een van zelfverlossing, zelf werken, zelf geloven, om dan ook met zichzelf om te komen, omdat de boeien niet braken.

Hèt lied der verlossing wordt slechts gezongen door de kerk van Christus (en dan zingen de engelen mee !) bij de kribbe van Bethlehem : ,,Deze is onze God".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's