De Puritein van de Herten polder
FEUILLETON
28)
Hij staat op van het lage stoeltje en groet Van Luik, zonder hem de orders .voor de schoenen te hebben meegedeeld. Hij trekt de deur dicht, grijpt de fiets en rijdt de Kerkstraat door.
Zo, de stilte in, het wijde land in. Hij denkt er aan, hoe Mia voor hem is heengegaan om mede aan te zitten aan de dis des Nieuwen Verbonds, de laatste Zondag. En hij, hij heeft de ogen vol tranen gehad, maar heeft ook haar, de voorrang met de anderen, gegund. Hij is heilig jaloers geweest. Maar Christus was hem niet verklaard als zijn Heere en Middelaar. Zeker, hij heeft wel dat toevluchtnemend geloof gekend, tijden dat hij genegen was aan het Heilig Avondmaal te gaan. Eens hoorde hij een dominee, op een andere plaats, even buiten de Vechtkampen, preken over Zondag 28. Als er toen bediening geweest was van het Heilig Avondmaal, dan was hij aangegaan.
En nu, wat is het donker, wat is 't leeg. Een grote verlatenheid richt in zijn hart een wildernis aan.
Dan komt er snel een wielrijder hem achterop. Het is Hent Gieson. Hij is woest, want 't nieuws is hem ter ore gekomen, dat Veldstroo van de „Amazone", huurder is geworden van de kamp land, welke hij nu zes jaren van de Jonker gehuurd heeft.
Daarom vluchtte de slechte hond al zo gauw weg, toen hij bij de schoenmaker inkwam. Die schijnheilige sacreet!
Hent Gieson sissen verwensingen tussen de tanden. Hoe graag zou hij hem willen verwonden en beulen. Maar hij zal hem ! Nu is Gieson naast hem. Nijdig ziet hij hem aan.
Vóór dat de fietser bij Janus was, wist hij bij intuïtie, dat het de boer en handelaar van de „Smouthoeve" was.
Hij weet niet, dat diens haast betekent. En nu dat gezicht vol haat.
Zonder groet begint Gieson : — Jij fijne ! Wie had dat achter jou gezocht! Maar ik vertrouwde je van meetaf niet . . . . .
Janus Veldstroo is geen fijne. Dat weet hij van jaren her nu. Dat wist hij, toen hij zwierf in de Veluwse bossen. Dit weet hij nóg!
— Stap of, Hent Gieson ! beveelt Janus. Hij is koud als staal.
Maar Gieson durft niet. Hij is bang als een hond. Dat had hij niet achter de Geldersman gezocht.
— Stap op, Hent Gieson ! . . . . . Niet ? Dan begint Gieson ; Ja, maar jij hebt me de wei bij de Jonker ontfutseld. Dat weet ik . . . . .!
Hier staat Janus. Een eind verder, op een behoorlijke afstand, staat Gieson met een rood hoofd.
— Jij hebt me de wei ontfutseld, roept hij luid.
— Kom hier of gao veerderop ! zegt Janus. M'n vingers jeuken, ik lus je wel rauw, mer ik hoop van je af te blieven.
Dan nadert Hent Gieson langzaam. En menselijker zegt hij : Je begrijpt toch, dat me dat tegenvalt. Je komt aan het mijne.
— Wat is van joe ? Die wei is van de Jonker Hie het mien zelf opgezocht um deze wei te vurhuren. En ik hè gezeit : greig ; went ik bin um waark vurlege. Vraog 't mien vrouw. Die was ur bie.
— Waarom heb ik die wei dan niet kunnen houden ?
— Weet ik dat! Daor sta ik bute. Da zu-je de Jonker motte vraoge.
— De Jonker !!! die deugt niet!
— De Jonker deugt nie, jie deugen wèl!! Janus stapt op de fiets en rijdt de Vaartweg verder op. Waar Gieson heen wil, scheelt hem niet.
Doch Gieson fietst mee.
— Ik snap 't niet, begint hij weer.
— Je mot ur wel achter zien te komme, went een oorzaok het ut zeker.
Weer komen er grimmige rimpels op Gieson's gezicht.
Hij voelt het sarcasme van Janus. En toch is de raad van Janus rechtschapen en goed. Maar mensen van het slag Gieson kijken nooit naar binnen en vonden nooit de oorzaak bij hunzelf.
— Neem een raod van mien an. En noe za'k zonder onwegen zeggen, zoas ik ur over denk. Begin vandaog us mit je eigen te controleren. Das mien altied goed bevalle, as ur us wat was, daor ik ut nie over eens kon worre.
— Dat liedje ken ik allang, Veldstroo. Maar dan mot je niet bai main weze. Dat is maar onzin.
Janus is erg blij. dat daar de dam van de hoeve is, want er valt niet te praten' met de man, die. nooit geen fouten beging. Het is een bar ondankbaar gehoor, wanneer je over zelfcritiek spreekt of over zelfcontrole. Maar wie is er wèl voor te vinden ?
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's