De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Evengoed hun richting

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Evengoed hun richting

6 minuten leestijd

Het is ds. G. duidelijk geworden, dat de vertegenwoordigers van het huidige ,,kerkelijke" streven evengoed hun richting hebben, zoals blijkt uit hetgeen hij schrijft in

,,De Gereformeerde Kerk" van 24 Nov. j.l. ,,En we ondervinden hoe langer hoe meer" '— zo schrijft hij„ dat de vertegenwoordigers hiervan ook-niet 100% kerkelijk zijn, doch evengoed hun ,,richting" hebben".

Wij verheugen, ons over dit feit, omdat dit mogelijk ook in de kringen der confessionele vereniging zal medewerken om te protesteren tegen een streven, dat onder de leuze van hernieuwd kerkelijk denken allerlei experflnenten op de Hervormde kerk wil toepassen, als uitvindsels en probeersels ener moderne ,,kerkelijke" therapie, waaraan zij noodwendig bezwijken moet.

De vertegenwoordigers van het huidige kerkelijke streven ook niet voor 100% ,,kerkelijk". Wij hebben daarop veelvuldig de aandacht gevestigd en vragen : voor hoeveel % zijn zij blijkens de gang van zaken wél kerkelijk ?

Als de Confessionele en de Gereformeerde richting op hun afkomst worden onderzocht, komt men bij de belijdenis der kerk terecht. Zij zijn opgekomen in de strijd tegen anti-kerkelijke en anti-confessionele strevingen van een moderne geest, die, dank zij de leervrijheid onder de synodale organisatie, het volk besmette met zijn ontkerstenende invloed. 

De schuld van.de kerk  — zegt men tegenwoordig. De kerk is niet wakker geweest ; zij heeft geen genoegzaam oog gehad voor haar verantwoordelijkheid voor de wereld, voor de sociale noden en nog veel meer.

Dat lijkt wel enigermate steekhoudend en het wil er ook wel in bij degenen, die niet al te gerust op die schuld van de kerk zijn. De mens wil wel zo'n zondebok.

Zij hebben intussen mooi praten, de heren, die van de schuld der kerk spreken, terwijl zij daarbij zien op de kerk, zoals die op alle manieren misvormd door de heiligschennende handen der moderne verlichting, verschijnt, leeggepreekt door generaties van modernisten, die overigens de ontvolkte ruimte trachtten aan te vullen met twistgeschrijf.

Zeker, die kerk heeft schuld. De modernisten, die haar hebben leeggepreekt, omdat zij zich te zeer verlicht achtten om Schriftuurlijk kinderlijk en kinderlijk Schriftuurlijk te geloven, modernisten, die zich theologen noemden en het air aannamen, alsof zij beter dan Christus en Zijn apostelen thuis waren in de dingen van het Koninkrijk Gods, hadden geen recht op de kansel en moesten zijn geweerd.

Als zij eerlijk willen zijn, moeten zij bekennen, dat het modernisme schuldig staat, hetwelk de fundamenten van het waarachtig Christelijk geloof heeft ondermijnd, en nauwelijks ruimte heeft gelaten aan degenen, die begeerden te volharden bij de belijdenis der kerk, indien zij al niet waren uitgedreven naar conventikel en scheurkerk.

Zij nu, die onder de indruk van de nood der tijden, menen de kerk te herontdekken, werpen zich op tot profeten en reformatoren, die de schuld afwentelen op de „vereenzaamde" belijders van een „zestiendeeeuws" geloof in en buiten de kerk, verwijten aan hen de anti-these-politiek en hun organisatorisch beleid, de achterstand en verburgelijking der kerk, en wat al niet meer.

En dit alles geschiedt tegen beter weten in, want het is algemeen bekend, dat juist de orthodoxe groepen binnen en buiten de kerk tegen het liberalisme en modernisme en hun heilloze gevolgen voor dé saamleving, de strijd hebben gevoerd.

De vertegenwoordigers van het huidig ,,kerkelijk" streven bewijzen telkens weer, dat zij door een geest van nieuw-kerkelijk idealisme zijn geïnfecteerd, welke meer verwantschap vertoont met de vrijzinnigheid, dan met de orthodoxie. Overigens schijnt dit ideahsme niet vreemd aan Oxford-groepneigingen, vertoont althans nu en dan overeenkomst daarmee. Zo gemakkelijk het zich met Barthiaans dogmatisme schijnt te kunnen verenigen, zo afkerig openbaart het zich van de confessie der kerk als draagvlak van het kerkelijk geloof. Opzettelijk weigert het althans de confessie als de belijdenis der herontdekte kerk te erkennen. Het spreekt van ,vroegere" belijdenisgeschriften.

Is die herontdekte kerk wel de herontdekte kerk der reformatie ?

„Zouden wij niet verder komen, als de „leiding" der kerk meer ruimte gaf voor hen, die nu onder de blaam gebukt gaan „partijmannen" te zijn en erkende, dat ook zij de „kerk"" willen en voor de ontwikkeling der kerk in dit stadium een goede bijdrage kunnen leveren?", zo vraagt ds. G. Hij heeft gelijk. Wij worden kerkelijk geregeerd door een richting. Reeds vaker hebben wij de aandacht er op gevestigd, dat wij er met alles een richting bij hebben gekregen, een richting, die de kerk zoekt te zetten naar haar hand en alle middelen, welke zij daartoe dienstbaar acht, aanwendt en tracht aan te wenden om haar doel te bereiken. Een richting, welke haar geest aan de kerk wil opdringen en zich de middelen wil verschaffen om zich te ontlasten van elementen, die haar wederstaan.

Ds. G. spreekt nog van overleg, 't Komt ons voor, dat hij zo goed als wij, kan weten, dat men zijn „kerkelijke" zin wil doordrijven en geen overleg wenst dan met mensen, die bereid zijn de verantwoordelijkheid voor de gang van zaken mede op zich te nemen en op de rechte wijze te dienen in de weg van het belijden, zoals de kerkvernieuwers deze met het oog op hun doel willen bepalen.

Zij hebben trouwens gans geen behoefte aan overleg met mannen, die zich aan de Confessie wensen te houden, want zij zijn met de Confessie wel zover bekend en de klem der Confessie ook op hun geweten, is wel zodanig, dat zij ook zonder overleg wel weten, waartegen onze bezwaren moeten gaan en welke grondslagen niet mogen worden losgelaten.

De nieuwe-koers-richting - zo kan deze nieuwe richting worden onderscheiden — eist de hele kerk voor zich zelf op. Zij stelt zich niet tevreden met te hospiteren in een „hotel-kerk", zoals de vrijzinnigen — zij 't met vaak onbetamelijke vrijpostigheid — willen zij wel het hele hotel naar haar smaak inrichten en exploiteren naar de eisen van de moderne tijd. De nieuwe-koers-richting is zich er blijkbaar van bewust, dat zij — wil zij slagen — zekere hand- en spandiensten der vrijzinnigen niet missen kan.

De vrijzinnigen zijn, naar het schijnt, daartoe niet ongenegen, en de nieuwe-koersrichting maakt het ze gemakkelijk. De belijdenisgeschriften noemt zij reeds in officieel aangeboden geschriften : vroegere belijdenisgeschriften. En de opvatting van het Schriftgezag laat zij vrij.

Wij zullen voortgaan met ons protest tegen het drijven dezer richting, en dat zullen allen met ons doen, die uit hetzelfde Schriftgeloof als de reformatoren leven. Dat kan niet anders. En als wij het onderspit delven ?

Dat mag voor ons geen vraag zijn. De kerk, die uit het Schriftgeloof leeft, gaat nooit verloren.

En als het om het recht komt, zal men dat moeilijk aan de Confessie kunnen ontzeggen. Het is daarom niet zonder betekenis, dat men de Confessie als Confessie der kerk niet uitdrukkelijk wil erkennen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Evengoed hun richting

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's