Verantwoordelijkheid voor de arbeid der kerk
Het Moderamen van de Generale Synode doet in een paar artikelen, aan de plaatselijke en kerkelijke bladen toegezonden, een beroep op de gemeenten en haar leden om in de Oudejaarsavondcollecte een bijdrage te leveren- voor algemene doeleinden, d.w.z. voor het algemeen kerkelijk werk.
Het Moderamen begint met er op te wijzen, dat ide kerk veel geeft voor diaconie, kerkvoogdij en zending. De collecten voor de diaconie brachten in Zuid-Holland 1,5 millioen en in Gelderland ƒ 527.000 op.
Nu vraagt het bijzonderlijk voor de arbeid van de Hervormde Kerk in haar geheel, die van uit de organen van Bijstand wordt verricht. ,,Of het nu de Jeugdraad is, de Raad van de Varende Gemeente of die voor Kerk en Gezin, ook zulk een orgaan werkt in opdracht van u en in het belang van uw gemeente", zo merkt men op.
De Paascollecte liep terug en daarom dringt het Moderamen klaarblijkelijk te meer aan op de Oudejaarsavondcollecte.
Wat ons bijzonder treft in deze stukken is het beroep op de persoonlijke verantwoordelijkheid van de leden der kerk.
Men vergete echter niet, dat dit beroep volstrekt niet eenzijdig bevorderlijk kan zijn aan de vervulling van de wens van het Moderamen.
Meent het Moderamen inderdaad te kunnen verwachten, dat degenen, die zich rekenschap geven van het algemene kerkewerk, dat ondernomen' wordt, en inzonderheid ook van uit ,,de Organen van Bijstand", door dat appèl aan hun verantwoordelijkheid altijd tot geven zullen worden bewogen ?
Ziet het voorbij, dat ook het tegendeel zal voorkomen, omdat men de verantwoordelijkheid voor de gang van zaken niet kan dragen en deze ook niet geldelijk kan steunen ?
Denkt het Moderamen wel eens aan degenen, die op grond van de eis des geloofs naar Schrift en belijdenis gaarne naar vermogen wensen bij te dragen, indien zij vertrouwen mogen, dat het werk der kerk overeenkomstig die eis ook wordt ondernomen en betracht ?
Meent het Moderamen, dat zulk vertrouwen wordt gewekt en gesterkt door de gang van zaken ?
Het kan toch aan het Moderamen niet onbekend zijn, dat velen juist op grond van de zoeven genoemde eis des geloofs ernstige Bezwaren hebben tegen een beleid, hetwelk naar hun overtuiging in menig opzicht aan de waarachtige belangen der kerk niet bevorderlijk kan zijn.
Meent het Moderamen, dat een prediking, zoals die veelal door I.K.O.R. wordt verzorgd, om van predicates voor de „Jonge Kerk", zoals die kunnen beluisterd worden, maar te zwijgen, uitlokken om idie mede voor zijn rekening te nemen, als zij worden gemeten aan de belijdenis der kerk ?
Is het Moderamen van oordeel, dat verschillende publicaties van de Organen van Bijstand door ambtsdragers en niet-ambtsdragers geschreven, kunnen worden aanvaard als mede in opdracht van hen in het licht gegeven, die daaraan de maatstaf der Confessie aanleggen ?
Wij vestigen de aandacht slechts op enkele zaken, die naar buiten treden door radio en geschrift.
Zeker, er zullen wel mensen zijn, die een en ander toejuichen en van, harte instemmen met deze dingen. Maar er zijn er ook, die dat niet kunnen en niet mogen, omdat het naar hun diepste overtuiging verkeerd gaat.
Zelfs onder degenen, die nog enige verwachting hebben gehad van de ,,nieuwe koers", als zou deze mogelijk de kerk tot de belijdenis terug brengen, zijn er, die zich bedrogen gevoelen.
Niet zonder grond. In verschillende stukken, die van de Synode zijn uitgegaan, wordt van de belijdenis nog gewaagd als van de belijdenis der kerk, — dit terecht, want de Drie Formulieren zijn nog altijd de belijdenis der kerk, zolang dit niet ongedaan is gemaakt door een wettige kerkelijke uitspraak.
Het blijkt echter hoe langer zo meer, dat de leiding zich weinig aan dit punt laat gelegien liggen, ja, de Generale Synode publiceert geschriften, waarin van de belijdenisgeschriften der kerk wordt gesproken als van „vroegere" belijdenisgeschriften, als waren deze voor het heden uitgediend en afgedankt.
Het ligt voor de hand, dat dit niet bepaald geschikt is om de harten bereid te maken, die dit onder geen beding voor hun rekening kunnen nemen.
Het Moderamen wil het gewicht der verantwoordelijkheid gebruiken om gelden in de Oudejaarsavondcollecte te drukken ten gunste van de heersende richting en van haar politiek.
Het Moderamen beseffe, dat zulk een appèl bij velen, die ernstige bezwaren hebben tegen de leiding, de neiging moet wekken om de leiding aan haar verantwoordelijkheid ten aanzien van de regering van de kerk van Christus te herinneren, terwijl zij hun gaven zullen bestemmen op een wijze, welke zij beter verantwoord achten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's