Gideon
Hij was bij de perskuip en dorste het graan En stond ap de vlegel te leunen. O God, zie, wij dreigen verloren te gaan...! Indien nu ons volk maar op U wilde steunen.
Indien daar eens was een innig gebed. De ogen vol ootmoed ten hemel geslagen: Zo hebt Gij toch immer Uw volk weer gered. Als 't hevig verlangend naar U weer ging vragen.
Dan dorst hij weer verder; de tarwe moet weg. Het graan moet ter schuilplaats geborgen. Maar soms is er even het hemels beleg. Om dan weer het broodgraan in huis te bezorgen.
Dan komt daar op eenmaal een engel en Gij strijdbare held. met u is de Heere! groet:
Als Gideon weifelt, is toch zijn gemoed Vervuld al zo lang, van dit enig begeren.
Maar hij is de jongste, hij voelt zich zo zwak, Wel dringt hem de Engel zijn geestkracht tot daden Die met Zijn verschijning de stilte verbrak, In Gideon's hart het vuur ging ontladen.
Dat langzaam maar zeker in kracht is ontbloeid. De Geest uit de hemel bant uit alle vrezen. En met bereidheid zijn hem de voeten geschoeid. Hij zal in Gods kracht generalissimus wezen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's