De Puritein van de Hertenpolder
FEUILLETON
30)
— Geen namen noemen, dat is lelijk. Maar die 't mij gezegd heeft, is zo eerlijk als goud.
— Jij liegt, vrouw ! schreeuwt Aldert. Zijn vingers knijpen zich toe.
Het kwebbel vrouwtje kijkt onthutst omhoog en laat de papierzak in de krententon vallen.
— Wat, ik liegen ? m'n goeie man, wat zijt ge er voor één ? O ja, jij ben anders als gewoon.
Haar gezicht is rood van schrik.
Is dit de kalme Aldert van Janna, die geen kip ooit kwaad zou doen ?
Op het rumoer komt het oudste meisje ook de winkel in.
— Wat is het, Moe ?
De vrouw van de winkel zegt haar, dat zij het nieuws verteld heeft van Veldstroo, van de ,Amazone".
— Ja, dat is waar ! Maar dit weet toch iedereen ; dat is geen nieuws meer ?
— 't Is een leugen ! schreeuwt Aldert, ontdaan door zoveel brutaliteit. En als je 't weer noemt, sla ik de rommel kapot. Aan gruizelementen ! Het komt van Gieson !!
- Hij heft z'n brede vuist omhoog.
Beide vrouwen weten niet hoe ze 't hebben. Zoiets hebben ze in hun leven nog hooit meegemaakt.
— Van Elskamp heeft 't hier in huis, toen hij het zout betaald heeft, verteld, voor de volle waarheid, zegt het meisje. En dan huilt ze : — Wat kunnen wij êr dan aan doen!, .
— Het is een leugen en spreek er niet meer van, kalmeert Aldert de vrouwen. Weeg 't spul, dan ga ik weer !
Het meisje loopt weg en de vrouw van de winkel gaat nog bevend over al haar leden, voort met het afwegen der boodschappen.
VIII. Gewaarschuwd, zonder woorden.
Aldert van Janna is iemand, die altijd een bizonderheid heeft uitgemaakt. En onder deze bizonderen is hij weer bizonder. Want het is bekend, dat deze mensen over 't algemeen met geen paard kunnen omgaan.
Hij daarentegen heeft in de jaren dat hij bij de onderscheidene boeren werkte, bewezen, een menner te zijn bij uitnemendheid.
In bizondere zin is dit het geval bij Hent Gieson. Die heeft een paard, dat hij goeddeels zelf bedorven heeft. Het is schrikachtig en schuw. Als het dier bereden wordt door de baas zelf, is het zenuwachtig. Meermalen sloeg hij het beest. Een enkele maal ging het er tussen uit met de wagen en liet de bestuurder achter, die zijn leven te lief had — naar hij zei.
Maar welk een wonderlijk contrast.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's