De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zonde en dood - Genade en leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zonde en dood - Genade en leven

10 minuten leestijd

Door de ongehoorzaamheid van één mens is de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood, die is doorgegaan tot alle mensen. (Rom. 5 vs, 12).

De zonde wordt hier voorgesteld als een macht, welke in de wereld is ingekomen en het leven aangrijpt. De zonde bedreigt niet slechts ons leven. Zij is niet maar een loerende macht, welke ergens buiten ons leven verscholen is en ons tracht te grijpen. Het is niet zo, dat wij met waakzaam te zijn, haar van ons lijf, d.i. ons leven, kunnen houden of ook maar een stukje van ons leven kunnen veilig stellen om desnoods een ander deel prijs te geven.

De zonde is in de wereld, d.i. in ons leven, in ons bestaan ingekomen. Zij is, om zo te zeggen, meester van het terrein. Wij zijn met heel ons bestaan in haar macht.

Indien wij alleen op deze werkelijkheid zien — buiten de genade om — stelt zij ons leven in een uitermate droef licht. Er is slechts plaats voor een hopeloos pessimisme.

Deze werkelijkheid openbaart zich op noodlottige wijze in de ontkerstening van onze tijd. De aan zichzelf overgelaten mens leeft in de mist. Hij ziet geen horizon naar achteren of in de toekomst. Hij is afgesloten in zijn eigen bestaan, tussen geboorte en dood. Hij leeft, wat hij leeft, in een heden, dat van ogenblik tot ogenblik versterft. Eigenlijk leeft hij in hetgeen reeds voorbij is, als hij het beleeft. En hij doet dat, zolang zijn bestaan op die wijze zal duren, de dood tegemoet.

De zonde is in de wereld gekomen en door de zonde de dood. Des mensen bestaan is een gestadig sterven. De tijd sluit zich achter hem dicht en verteert zijn bestaan.

Een mens zonder geloof, een mens in de mist, aan zichzelf in zijn bestaan van gisteren en heden overgelaten, moet, als hij gaat vragen en peinzen over dit bestaan, wel tot zulk een pessimisme komen, al zou het alleen maar zijn om der Waarheid wil.

Immers de Schrift laat haar verhelderend licht opgaan over de duisternis van ons somber bestaan: Wij vergaan door Uw toorn en door Uw grimmigheid worden wij verschrikt. (Psalm 90 vs. 7).

Daarom is het zo uitermate droefgeestig, als de mensen die sombere werkelijkheid voor normaal menen te moeten houden. Als men moegepeinsd over de zin des levens, van de toorn Gods en van des mensen zonde niet weten wil, van God geen notitie meer neemt.

Wat is de mens ? Wat blijft er over voor hem, die van geen ander bestaan weet dan dat tussen geboorte en dood. Voor hem wordt de tijd een allesverslinder, een vader, die zijn kinderen opeet. De mens niets, het leven een zinloos bestaan, zodat de dood beter schijnt te zijn dan het leven.

En toch, dit troosteloze beeld van de mens zonder God in de wereld is het beeld van de zondaar. Door de ongehoorzaamheid van één mens is de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood.

In dat beeld der versterving is de zonde getekend, niet de tijd verteert ons, maar de daemonische macht der zonde. Omdat deze duistere macht in ons leven is ingekomen, omdat zij het ganse mensenleven aangrijpt in al zijn bewegingen, verstaan wij zo weinig van de ernst der zonde. Ja, wij hebben een besef van goed en kwaad, en als wij daarbij stilstaan, beseffen wij misschien ook, dat dit ons veroordeelt. Dat besef wijst boven ons uit, want, hoe kan een mens van goed en kwaad weten, hoe kan zijn geweten hem beschuldigen, als hij in het kwade niet is gevallen ? Dat wijst dan toch op de abnormale levensverhouding, waarin hij bestaat.

Wat is echter goed en wat is kwaad voor een mens, die slechts bestaat bij de dingen, die voor ogen zijn ? Wat is goed en kwaad, gemeten aan de omstandigheden, waarin hij verkeert, die niet weet vanwaar hij komt en waar hij henengaat ?

Hoe kan hij, die het leven ziet als een zinloos spel van een onbegrepen natuur, inzien, dat de dood is door de zonde, dat de dood is de bezoldigirig der zonde ?

In de versterving betalen wij de prijs der zonde. De zonde kost ons het leven, kost ons alles.

Daarom is het zo ontstellend ernstig, dat het pessimisme van de mens, die zich alleen en op zichzelf aangewezen vindt in een duistere wereld, geen verwachting heeft en in een niets denkt op te gaan.

De dood bezoldiging voor de zonde, maar dood is niet niet-zijn, dood is zonder God zijn. Als wij alleen dit aardse bestaan voor het leven houden, kan de dood slechts worden gehouden voor een ophouden van dit bestaan, en daarmede het einde ook van de mens.

Doch de Heilige Schrift laat een ander hcht over ons leven opgaan. Als zij de dood een bezoldiging noemt van de zonde, predikt zij het oordeel Gods over ons. Zij tekent de dure prijs der zonde, over welke de Heere toornt, zodat wij op onszelf worden aangewezen en het leven, dat Hij ons geschonken heeft, ten offer zien vallen van onze ongerechtigheid. De zonde kost ons alles, wat wij uit Gods hand ontvangen hebben, en de heerlijkheid onzer bestemming. Zij maakt ons arm en ellendig.

Omdat de dood de bezoldiging der zonde is en wij aan haar alles brengen, wat wij ontvangen hebben, blijft er niets over, waarmede wij zouden kunnen betalen. Het offer des levens aan de zonde kan ons niet vrijmaken van de schuld, want wij hebben geen leven in onszelf. Wat hebt gij, dat gij niet hebt ontvangen ?

Wij hebben het leven ontvangen, opdat wij het Hem zouden offeren, van Wien wij het ontvangen hebben. Daarin ligt de zin des levens, dat wij het Hem zouden wijden en daarom kunnen wij geen zin des levens ontdekken, als wij die buiten onze Schepper zoeken. De zin des levens is in onze levensbestemming, welke boven de horizon van dit aardse bestaan uitgaat.

De tijd is geen allesverslinder, maar ook de tijden zijn in Gods hand en onze dagen zijn bij Hem geteld. God openbaart zich in de tijd, Hij heeft Zijn Woord gegeven en het Woord is vlees geworden, is ingegaan in ons leven, in onze tijd. De zonde is in deze wereld gekomen en door de zonde de dood, maar ook de zaligmakende genade Gods is over haar opgegaan.

De mens buiten God tussen de grenzen van geboorte en dood een niets —, maar God, de Heere heeft het leven van Zijn schepsel waardig gekeurd om zelf in de Zoon Zijner liefde af te dalen eu in ons aardse bestaan in te gaan om genade te bewijzen en Zijn leven te brengen in onze dood. Hij heeft de glans der eeuwigheid doen opgaan in ons verloren bestaan. Hij heeft Zijn licht ontstoken in onze duisternis en de nevelen over geboorte en dood verslagen.

Over onze geboorte straalt de glans van Zijn scheppende hand en over het graf doet Hij de morgenster ener eeuwige dageraad gloren.

Een nieuwe horizont gaat open in eeuwige verten van genade en gerechtigheid over een duistere wereld. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet begrepen.

En toch — en toch ? Gaat door de straten en zie, hoe de wereld toch Kerstfeest wil vieren. Mogelijk is het voor veleni als een sprookje. Mogelijk, dat velen zich als de kinderen toch in het sprookje willen verheugen, om een ogenblik te ontvluchten aan de druk van de, tijd. Mogelijk, dat zij met de kinderen zingen van de stille nacht, van het kindeke Jezus, van de herdertjes en de wijzen van het Oosten, en dat zij zelfs bewogen zijn .— en van goede voornemens vervuld.

Het licht schijnt in de duisternis — ja, het schijnt. Gij kunt het zien aan de Kerstnummers, niet slechts van kerkelijke bladen, maar ook van de dagbladen, versierd met een mengeling van kerstklokken, kerstmannetjes en kerstverhalen voor deze gelegenheid, en wellicht van een min of meer toepasselijk hoofdartikel voorzien. De hele wereld wil Kerstfeest vieren.

Het licht schijnt in de duisternis — en dat heeft zin, godelijke zin — want het is Zijn Waarheid.

Het schijnt en het Kerstfeest der wereld getuigt ondanks de mengeling van heidense symboliek en Christelijk geloof, van het Woord, dat geschied is.

Maar de duisternis heeft het niet begrepen. — Hoe zou zij kunnen begrijpen ?

Doch zovelen Hem aangenomen hebben, heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven. (Joh. 1 vs. 12).

Elders spreekt de Schrift van kinderen des lichts, kinderen uit het Licht geboren. (Ef. 5 vs. 8). Geboren uit Hem, die gezegd heeft; Ik ben het Licht der wereld,  die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het hcht des levens hebben. (Joh. 8 vs. 12). En er was een man, Johannes de Dooper, die van het Licht getuigde. Na hem zijn er velen geweest, die .van het Licht getuigd hebben. Daarom getuigt de Kerk en daarom viert de hele wereld Kerstfeest.

Is dan de hele wereld veranderd in kinderen des Lichts ? Hoe zoekt zij dan nog naar vrede ? Hoe verzinkt zij in een ellendig iestaan tussen geboorte en dood, zonder uitzicht en zonder verwachting ?

,,Mijn vrede geef Ik u, niet gelijkerwijs de wereld die geeft". Vrede op aarde ! Niet Jiaar de wijze der wereld. Een vrede dus midden in de strijd, een vrede in de ellende en verwarring van de tijd, een lied van de eeuwige vrede in het woelig gedruis der aarde. Dat is de vrede van Christus, waarvan de engelen hebben gezongen in de velden van Efratha.

Hij geeft die vrede. Hij geeft. Hij geeft die aan zondaren, die hun leven verloren zien onder de heerschappij van zonde en dood en daarom niet bij machte zijn een verzoening met God teweeg te brengen.

„Wij bidden u van Christus' wege, laat u met God verzoenen", want Die, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem. (2 Cor. 5 vs 20 v.).

Zo heeft God verzoening teweeggebracht, en niet maar verzoening, doch nieuw leven, leven met God, uit God en tot God.

„Ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal, n.l. dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus de Heere, in de stad Davids". (Lukas 2 : 10).

Ook Hij is der zonde gestorven, doch als een onschuldig Lam Gods, ook Hij stierf onze dood, de bezoldiging van onze zonde. Maar Hij heeft het leven in zich zelven. Want de Vader heeft de Zoon gegeven het leven in Zichzelven te hebben. Hij ging onze weg van geboorte tot dood, maar Hij ging die weg als de eeuwige Zoon des Vaders. Hij ging in de weg van het schepsel naar de gelijkheid des zondigen vleses, omdat het de wil des Vaders was, in gehoorzaamheid: ,,Uw wil geschiede". Zijn weg is daarom toch weer een andere weg dan de onze, omdat Hij geen gevallen mens, maar de Zoon des Allerhoogsten en de hemelse Hogepriester is.

In Zijn dood bracht Hij door een vrijwillig offer de bezoldiging voor de zonde der wereld. Door Zijn dood worden de zonen vrij gemaakt, als hadden zij de gehoorzaamheid volbracht, die Christus voor hen gebracht heeft.

Door diezelfde genade worden zij gezet in de weg van Christus, welke is de weg der opstanding in de nieuwigheid des levens. Zo waarlijk zij kinderen Gods genaamd worden, zo waarlijk worden zij door de Heilige Geest geleid in de kennis van de gemeenschap van Christus' lijden en sterven en van de gemeenschap Zijner opstanding,

In de verborgenheid des geloofs is het leven der kerk en de verwachting der toe­komende heerlijkheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 december 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Zonde en dood - Genade en leven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 december 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's