Het Lam Gods!
Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende en zeide : Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Joh. 1 : 29.
Het zijn zeer merkwaardige dingen, die daar geschied zijn te Bethabara over de Jordaan ten dage toen de stem des roependen in de woestijn aldaar de mensen tot bekering riep. Van heinde en ver stroomden ze samen om de prediking van Johannes den Dooper te beluisteren. Soldaten, tollenaars, publieke zondaren. Farizeen en Schriftgeleerden, Sadduceën; het was een bont gezelschap, wat men daar in de woestijn rondom de woestijnprediker kon aantreffen. En degenen, die door het woord van de boetgezant tot berouw en bekering zijn gekomen door de werking van de Heilige Geest werden gedoopt in het water van de Jordaan.
Onder de velen, die hij gedoopt had, behoorde ook Jezus, de zoon van Maria en Jozef, die hij zo uitnemend kende. Het kostte heel wat moeite om hem te bewegen dit te doen, omdat hij er zich diep van bewust was, dat Jezus geen afwassing der zonden nodig had.
Toch heeft de Heiland het gewild, dat Johannes Hem dopen zou. Hij was immers als Borg en Middelaar beladen met de zonden van Zijn ganse kerk. Staat er niet geschreven: Dien, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt.
Onvergetelijke ure voor Johannes, toen Jezus de heilige Doop ontving. Toen hoorde hij de stem des Vaders uit de hemel: Deze is Mijn geliefde Zoon in de welke Ik mijn welbehagen heb. En de Heilige Geest daalde neder in de gedaante van een duif.
Van nu aan stond het vast voor Johannes, dat Jezus de eeuwige Zoon des Vaders was.
Ruim veertig dagen waren verlopen en weer verschijnt de Heere Jezus onder de schare, die luistert naar de prediking van Johannes. Deze was juist in gesprek met de gezanten van de officiële tempeldienst in Jeruzalem. Men was in Jeruzalem verontrust over het optreden van de Dooper. Dat hij Farizeën adderengebroedsel durfde te noemen, stond hun volstrekt niet aan.
Het antwoord op hun vraag of hij de Christus, Elia, of de Profeet was, luidde positief ontkennend, maar wel kondigt de Dooper zich aan als de stem des roependen in de woestijn, die voor de Messias de weg had te bereiden.
En dan betuigt hij in het besef van eigen geringheid, dat hij zelf alleen maar met water dopen kan, maar dat de Messias, die na hem kwam, maar voor hem geworden was, in hun midden stond, hoewel ze Hem niet kenden. Lezers, dat is een hoogtepunt geweest in het leven van Johannes en van de ganse kerk Gods: Jezus is de Zoon van God, in eeuwigheid geboren.
De bazuin had geen onzeker geluid gegeven. De gezanten uit Jeruzalem keerden weder om hunne lastgevers van antwoord te dienen.
De dag daarop treffen we de Heere Jezus opnieuw weer aan onder de schare, die zich om de Dooper verdrong. Daar ziet Johannes Hem naderen. Geen van de omstanders had ook maar een vaag vermoeden, wie die vreemdeling was, die daar naderde, die door de woestijnprediker met bijzondere oplettendheid werd gade geslagen.
En ziet, daar openen zich de lippen van de heraut. Het is maar één heldere stoot op de bazuin: Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt.
Het was geen woord tot mensen als de gezanten uit de Joden, die de vorige dag Johannes op listige wijze hadden ondervraagd. Neen, Johannes ziet nu onder de schare verontruste zondaren; mensen, die onder de boeteprediking verbroken en verslagen waren en tot de vraag zijn gekomen, of er nog redding mogelijk was. Hij ziet mensen, die duizend talenten schuld hebben, maar geen penningske hebben om te betalen.
De korte, heerlijke Evangelieprediking tot doodarme zondaren begint met het korte woord: Zie.
Wat zijn wij allen van nature blind. We zijn zó blind, dat we van nature geen oog hebben voor onze diepe ellende en verlorenheid. Met recht spraken dan ook onze vaderen zo menigmaal van ontdekkend genadelicht. Ze bedoelden daarmee de verlichting des Heiligen Geestes door Gods dierbaar Woord. Als de schellen ons van de ogen vallen en de blinddoek wordt van ons aangezicht weggenomen, dan beginnen we te verstaan wie we door de zonde geworden zijn. Onze vaderen spraken ook van vertroostend genadelicht. Dat is het licht, waarbij een arm zondaar van zichzelf leert afzien om te zien naar dat heerlijke kruis der verzoening. Daartoe wil Johannes de Dooper, door dat kleine woordeke „Zie", de verbrokene en verslagene harten opwekken. Wat een heerlijke prediking !
Jezus was niet alleen de Zoon van God, maar Jezus was ook het Lam Gods.
Er waren onder de tabernakel- en tempeldienst al heel wat lammeren geslacht en geofferd. Wie denkt hierbij niet onmiddellijk aan het Paaslam, hetwelk werd geslacht en gebraden, zonder dat er een been van gebroken werd.
Maar de dichter van de 40ste Psalm heeft het goed begrepen, dat brandoffers noch offer voor de schuld, aan de eis des Heeren kunnen voldoen. Onze deugden en onze plichten zijn maar als een wegwerpelijk kleed.
Neen, ònze lammeren kunnen ons niet redden.
Maar hoort! Johannes spreekt ook niet van onze lammeren en van onze slachtofferen. Hij spreekt over het Lam Gòds. Staat er niet geschreven: Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe ?
Dat woord, hetwelk Izaäk tot zijn vader richtte, toen zij de Moria beklommen : Vader, waar is nu het lam — is de kreet gebleven van het arme zondaarshart, totdat Christus in Bethlehem is geboren en is gestorven aan het vloekhout der schande.
Jesaja heeft er ook iets van gezien, toen hij sprak over die komende Messias: Hij was gelijk een lam ter slachting geleid, gelijk een schaap, dat stom is voor het aangezicht van zijn scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open. Ziedaar, lezers, de lijdende Borg en Middelaar, door God zelf als het Lam Gods gegeven.
De weg naar de hemel is niet gebaand van de aarde naar de hemel, maar juist omgekeerd. God de Heere heeft zich een Lam ten brandoffer voorzien.
Wat is toch een lam een zacht dier !
Er is een godgeleerde geweest, die gezegd heeft, dat God juist dat lam zo zacht en teder heeft geschapen, opdat het de Christus zou afbeelden.
Wie denkt hier niet als vanzelf aan het Kindeke, hetwelk daar nederlag in de kribbe, in schamele doeken gewonden.
Maar ik bid u, blijf maar niet staan bij de tederheid en de onschuld van het lam.
Trek de lijn door. Het Lam Gods is ter slachting geleid. In de schaduw van de kribbe staat het kruis.
Het Lam sterft aan het vloekhout van Golgotha.
Lezers, hebt ge het al verstaan, waarom dat alles moest geschieden ?
Velen maken zich van de genade een verkeerde voorstelling. Ze menen, dat de Heere, die tegen de zonde heeft gedreigd met de vloek van Zijn heilige Wet, toch die zonden en ongerechtigheden door de vingers zal zien.
O, als gij dat meent, ga dan met mij naar Golgotha en zie daar het Lam Gods aan het kruis hangen. Eer God de zonde ongestraft het, heeft Hij bezocht in Zijn lieve Zoon, Jezus Christus, tot in de bittere kruisdood.
Dat was dan ook het enige redmiddel om de zonde der wereld weg te nemen. De uitdrukking „de zonde der wereld", kan u bij de eerste oogopslag bevreemden.
Zou Johannes de Dooper dan toch de algemene verzoeningsleer hebben gehuldigd ?
Volstrekt niet!
De woorden „de zonden der wereld", bedoelen niet, dat alle mensen, hoofd voor hoofd, zalig zullen worden. Er zijn mensen die zich hiervoor zó angstig hebben gemaakt, dat ze van het woord „wereld" onmiddellijk deze exegese trachten te geven, dat met dat woord „wereld" de wereld van de uitverkorenen bedoeld is.
Toch is dit niet juist. We moeten het hier veel breder zien. Er is in de eerste plaats wereldzonde. In die wereldzonde ligt zowel de zonde van de Jood als van de heiden vervat.
Zal het scheppingsplan Gods nu niet gelukken door de zonde ? Neen ! Maar dan is het nodig, dat die wereldzonde zal worden verzoend. En dat is nu juist geschied door de offerdood van dat Lam Gods, Jezus Christus, Gods lieve Zoon.
Ge ziet dus nu wel in, dat het helemaal in deze woorden niet gaat om de vraag, of allen wederom in Christus zullen zalig worden, gelijk ze allen in Adam zijn verdoemd geworden.
De derde dag heeft de woestijnprediker Johannes met twee van zijn discipelen de Heere Jezus opnieuw zien naderen.
De ene discipel, was Andreas, de andere, die steeds in het Evangelie van Johannes zijn eigen naam verzwijgt, zal wel Johannes zijn geweest.
Weer klinkt de bazuin des Evangelies uit de mond van Johannes : Zie, het Lam Gods.
En de twee discipelen hoorden hem dat spreken en ze volgden Hem en zijn die dag bij Hem gebleven.
Voor Johannes was het zó onvergetelijk, dat hij in zijn Evangelie schrijft, dat het de tiende ure was. Dat was dus naar onze tijdrekening vier uur in de middag.
Lezers, kent gij ook dat uur van ontmoeting ? Mensen, wie een krachtdadige bekering beschoren is, zullen hierop een bevestigend antwoord kunnen geven.
Al weet ge echter niet het uur, noch de week, noch de maand, als ge dan maar door genade moogt weten van een eertijds en een nu.
Een eertijds, waarin ge in dat Lam Gods geen heerlijkheid hebt gezien; een nu, waarin ge door genade moogt belijden met de bruid uit het Hooglied : Al wat aan Hem is. is gans begeerlijk !
Alleen als het bloed van dat Lam is gestreken aan de posten van de deur van uw hart, zal het oordeel u voorbijgaan.
De gezaligden in de hemel jubelen, omdat ze zijn gewassen in het bloed van het Lam, hetwelk de ziener van Patmos in zijn gezichten in de hemel steeds heeft aanschouwd, staande als geslacht.
Ook op de pas gevierde Kerstdag hebben we het weer herdacht, dat dat Lam in de wereld kwam in de weg van diepe vernedering.
Is dat Christuskind ook al geboren in uw hart ? Of mag ik het vragen met de beeldspraak van de apostel, of Christus ook al gestalte kreeg in uw hart ?
Het is nu het heden van genade.
Nu is het nog de welaangename tijd om te vluchten naar het Lam Gods, hetwelk de zonden der wereld wegneemt.
Straks is het te laat, voor eeuwig te laat! En daarom : haast u en spoedt u om uws levens wil!
Zalig zijn ze, die de draak hebben overwonnen door het bloed des Lams en nu heimwee hebben naar het Avondmaal van de bruiloft des Lams in het nieuwe, heerlijke Jeruzalem, waarvan het Lam de kaars is.
J.J. TIMMER
Nieuwerkerk a/d IJssel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's