De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Toenemende verscheuring van het Lichaam van Christus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Toenemende verscheuring van het Lichaam van Christus

6 minuten leestijd

Naast het ontstellende feit van de toenemende ontkerstening van ons volk moet ook met weemoed worden geconstateerd, dat de verbrokkeling van degenen, die wensen te staan op de grondslag der belijdenis jaarlijks aan het toenemen is.

We zien dat in de gereformeerde kerken. Eerst zijn de Hersteld Verbanders uitgetreden. Later volgden de bezwaarden van art. 31.

In de Gereformeerde gemeenten gaat het splitsingsproces eveneens voort. Ook daar de tegenstelling tussen de synodalen en de groep van ds. Kok te Veenendaal.

In het oudgereformeerde kerkverband het nog erger. Als paddestoelen rijzen kerken uit de grond. is de

Mag ik u eens een voorbeeld noemen, lezers, uit eigen omgeving.

Verscheidene van onze belangstellende leden van onze gemeente Nieuwerkerk aan de IJssel zijn in de loop der jaren terechtgekomen in de Geref. Gemeente. ledere Zondag komen in ons dorp pl.m. 150 mensen samen in het kerkgebouw van die gemeente om te luisteren naar de voorlezing van een preek uit de oude schrijvers.

Anderen voelden zich meer aangetrokken tot de zogenaamde gemeente van ds. Stam, waar thans een zekere ds. Vlot voorganger is.

Deze kerk ligt even over de grens van Nieuwerkerk.

Weer anderen hebben een voorganger gevonden in ds. van Dijk, die, indien ik het wel heb, tot de oud-gereformeerden moet worden gerekend. Ook van uit Nieuwerkerk trekt men naar dit groepsverband van ds. van Dijk.

Ik ontmoette echter nog anderen, die zeiden, dat het met al de bovengenoemde groepen niets waard was. Neen, om wat goeds te horen moest men wezen bij ds. Miras. Tot welke groep deze predikant behoort is mij niet duidelijk geworden. Ik vermoed, dat het een vrije oudgereformeerde groep wezen kan.

Dan komt het ook nog voor, dat er mensen in familieverband aparte samenkomsten houden ; deze beroepen er zich op, dat zij het summum van rechtzinnigheid bezitten.

Erger dan in Capelle aan de IJssel is het bij mijn weten nergens.

Weemoed vervult het hart bij de schouwing van deze verscheuring en brokkeling.

Wat is toch wel de oorzaak van dit droeve verschijnsel ?

Eer toch het rechte geneesmiddel tegen deze krankheid gevonden wordt, is het nodig een scherpe diagnose te stellen.

Ik begin met te erkennen, dat het gewenst is om te beginnen met een deel van de schuld te zoeken in onze eigene kerk.

Het is te begrijpen, dat velen van Gods kinderen in onze Hervormde kerken op vele plaatsen wat missen. Vele predikanten in onze kerken zwijgen over het werk van God, de Heilige Geest, zoals zich dat openbaart in het hart van Gods kind. Dat is verbazend jammer. Dat wijst op een groot tekort. Er zijn kringen in onze Hervormde kerk, waar het woord „bevindelijk" onmiddellijk wordt vereenzelvigd met „ziekelijk" of zo ge dat liever wilt „doorgezakt".

Toch is dit allerminst juist.

Ik denk, om eens een voorbeeld te noemen; aan de woorden uit Psalm 119, waar de dichter zegt: Heere, Gij hebt geboden, dat men Uwe geboden zeer zal bewaren.

Maar wat laat de dichter er nu op volgen : Och dat mijne wegen gericht wierden om Uwe inzettingen te bewaren.

In dit voorbeeld, wat ik u daar noemde, zien we het voorwerpelijke en het bevindelijke samengeweven.

Welnu, is het te verwonderen, dat mensen, die dat bevindelijke element geheel in de prediking missen, het nu elders gaan zoeken.

Het getal leden van onze kerk, dat om deze redenen afvloeit naar de gereformeerde en oudgereformeerde gemeenten is legio. De grote toename van deze gemeenten is bij de laatste volkstelling duidelijk aan het licht getreden.

Zal deze afvloeiïng een einde nemen, dan zal het nodig wezen, dat de bedienaren des Woords in onze kerk het zullen bedenken, dat ze aan Gods kjnderen geestelijk voedsel hebben te schenken. Maar de enigste oorzaak van het aantal toenemende afscheidingen is niet te zoeken bij de kerk zelf, neigen, de schuld hgt ook bij de leden.

Schreef niet de apostel Paulus aan de gemeente van Philippi, dat de leden der gemeente niets mochten doen door twisting en om ijdele eer.

Wat zien we het vaak gebeuren, dat er in die groepen mannen opstaan, die eigenlijk liever zelf voorganger zijn. Ze willen zelf leraartje spelen. Ze zouden wel willen zeggen, dat er nog bediening des Woords is, als ze maar zelf de dienaar waren. Deze mensen zijn vaak zeer hoogmoedig. Ze spreken veel over ootmoed, doch streven er naar om paus te worden. Wie niet voor hen bukt, niet aan hunne voeten gaat zitten, wordt uitgeworpen. Ze leiden vaak een dor leven, terwijl het in hun eigen gezin vaak treurig gesteld is.

„Ze spelen vaak voor profeet maar uit de uitkomst is het gebleken, dat het maar waarzeggerij is", zo heeft iemand het eens kernachtig uitgedrukt.

Ze zegenen zichzelf en slaan anderen van Gods kinderen, die niet voor hun grootheid willen bukken.

O wat is het nodig om in deze droeve dagen te luisteren naar het vermanende woord van de apostel tot de kerk Gods om toch van één zin en gemoed te zijn.

Wordt zo de kerk niet tot een spot en aanfluiting voor de wereld ? Geen wonder, dat de wereldling, ziende op al die verdeeldheid, van de kerk niet meer weten wil.

Eendracht maakt macht, maar tweedracht verstrooit.

Wij zien dan ook slechts één middel, wat tot verbetering zou kunnen leiden. Terug naar die diep gezonken erve der vaderen, om daar onze schuld te belijden en de Heere te bidden, dat Hij blaze door het dorre doodsgebeente en dat Hij opnieuw onze kerk tot een zegen stelle in het midden van ons volk.

Men bedenke wèl, dat men door elke nieuwe kerkformatie weer een stap verder verwijderd is van DE oplossing van het kerkelijk vraagstuk.

Onder de oplossing van het kerkelijk vraagstuk versta ik dan geenszins het middel, waardoor elk het in eigen groep zo goed mogelijk voor elkaar hebbe.

Neen, de oplossing van het kerkelijk vraagstuk gaat dan om de grote vraag, hoe al het volk des Heeren nog weer tot elkaar worde gebracht.

In de oorlogsjaren heb ik een poosje de hoop gehad, dat ze door de nood tot elkaar zouden worden gebracht. Die hoop is thans voor mij vervlogen.

De Heere is echter de machtige die het doen kan. O, dat allen, die Sion liefhebben, mogen bidden om de vrede van Jeruzalem.

Zij het niet langer : Ik ben van Paulus, en een ander van Apollos, een derde van Cephas en een vierde : Ik ben van Christus, maar laat het vermanende woord Paulus : „Is Christus gedeeld ?", ons mogen oproepen tot bezinning, eer het te laat is.

TIMMER.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Toenemende verscheuring van het Lichaam van Christus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's