De Puritein van de Hertenpolder
32
Hij wiedt nu loom de spinazie. Dit is het tweede bed op hetzelfde stukje grond in dit seizoen.
Moeder maakt driemaal in de week spinazie gereed. Het is een gezond eten, met wat kanen van de slager.
Enkele mensen heeft Aldert, waar hij zielsnauw aan verbonden is. Dat is Janus, die zeer dicht bij zijn Moeder staat. Moeder bovenal! Maar Janus is vlak in zijn gemoed gevallen en Mia kende hij reeds langer. De dominee is ook een vriend van hem. Hij gaat jaar en dag tweemaal ter kerk en hij luistert aandachtig en ook bepeinst hij later de preken. Lang nadat dominee over Simson gepreekt heeft, weet Janus nog verschillende mooie momenten uit die preek te vertellen. Janus is daar enkel aandacht voor. En aandacht voor het heilige, dat weet Aldert in een ander bizonder te waarderen.
Want diep in zijn wonder gemoed heeft hij de stem van Jezus gehoord. Daarom is hem al het goddelijke heilig. En wie met hem deze verbizondering deelt, is zijn broeder en vriend. Maar hoe weinigen zijn er die! Janus, Mia en nog een paar. De meesten menen hem in de maling te moeten nemen.
En glimlachen in zijn gezicht en achter zijn rug. Hij heeft er nooit naar geraden, waarom zij dit doen. Hij heeft niet het vermogen om daar lang over te denken. Hij heeft z'n eigen gedachten. De kring van gewaarwordingen boven zijn hart.
Aldert begint te zweten onder de zware pet. Hij heeft zich een wijle bizonder ingespannen, toen hij aan Janus dacht en aan diens zorgen, welke als striemen ook hem in zijn eenzaamheid plagen.
Hij verzint niet, hoe hij Gieson op zijn goddeloze practijken moet opmerkzaam maken. Hij zal de tijd af moeten wachten, wanneer 't hem gegeven wordt dit te doen.
Als het avond is geworden, spreekt hij er met zijn Moeder over.
— M'n jongen ik kan begraipe dat ge je moeite maakt. Maar denk er om dat ge wat kunt overlaten. Je moet niet wat verzinnen voor die Gieson. Hij heeft jou menigmaal geplaagd, maar 't is in z'n aige nadeel uitgevalle, dat geloof je toch ? En nu hij Janus van de „Amazone" zo belastert, 't zal hem zeker niet meevalle, m'n jongen.
Aldert zwijgt. Hij stut z'n hoofd in de grote handen. Zijn ellebogen steunen op z'n knieën.
Zo zitten ze op het bankje onder het raam.
Moeder Janna schilt de aardappels.
De zonne zal straks zinken in de oneindige diepte achter de horizon. Wazig is het boven de weilanden. De spreeuwen verzamelen zich in het Wilgebos achter de hoeve van Janus.
Hun gekwebbel dringt tot hen door. Ze gaan spelend van tak tot tak, en zijn één en al bedrijvigheid, alsof ze nog niet slapensmoe zijn voor de nacht.
Zeker zullen die diertjes óok elkaar kunnen begrijpen op hun wijze, vermoedt Aldert, als hij Gieson een wijle is kwijtgeraakt.
Langzaam, doch met machtige zekerheid daalt de schemering over de velden. Moeder Janna is reeds naar binnen gegaan.
Aldert tuurt naar de hoeve van Hent Gieson. Hij kan de ontstemdheid niet kwijt raken. Wat het is en waar het in bestaan zal, hij weet het niet; maar hij zal hem waarschuwen, waarschuwen zonder woorden, waarschuwen op ontzaggelijke wijze, ja, en zonder woorden.
Ja, want Gieson zal hem toch maar overbluffen. Hij, Aldert, is niet machtig in zijn spraak. Daarom moet hij 't hem laten zien. Maar hoe ? Hij weet het niet!
Dan gaat hij naar binnen. Hij volgt de gang van zijn Moeder. Zij geeft hem richting. Haar leven is niet doelloos, in welk een klein, simpel huis zij ook woont.
Eén nacht scheidt hem nog van de oefening om Gieson aan te spreken over zijn lastering tegen Janus, en dat zonder woorden. Want ter tale is hij nooit geweest. Hij heeft een kleine woordenschat en kan zijn gedachten alleen met moeite verklanken.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's