De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ondertussen.....

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ondertussen.....

(Dordtse Leerregels, Hoofdstuk V, artikel XI)

7 minuten leestijd

II.

Niet voor niets wordt de kerk hier beneden de strijdende kerk genoemd. En dat geldt niet alleen ten opzichte van de strijd naar buiten, doch ook met het oog op de strijd van binnen. De zifting van satan gaat door. Waar de Heere Zijn kerk bouwt, daar sticht de satan zijn kapel. Dit geldt voor de kerk in haar geheel, maar ook voor de gelovige als enkeling.

De invloed en de macht van satan is groot. Een schaduw daarvan valt zelfs over het allervolmaaktste gebed, waarin de Heiland de Zijnen leert bidden : Verlos ons van de boze. De verzoekingen zijn vele. En het slot van het Onze Vader is vol van de spanning, die er in Gods kind leeft vanwege de verzoekingen, waaraan ze bloot staan.

Telkens weer komen degenen, die van Christus zijn, op een tweesprong te staan. Dan moet er weer opnieuw een keuze gedaan worden. De keuze tussen datgene wat Gode welbehagelijk is en datgene wat Hem mishaagt, waarbij het vlees begeert tegen de Geest. En de keuze valt helaas, ook na ontvangen genade, nog te veel verkeerd uit. Te veel wordt nog het oor geneigd naar de fluisteringen des satans, die op velerlei manier tot ons komen kan. En het gevaarlijkste is hij wel, als hij aansluit bij het Woord Gods.

Onderscheidene twijfelingen des vleses.

Twijfelingen over het Godsbestuur in het grote wereldleven. Twijfelingen over Gods leidingen, als Zijn gedachten en wegen anders zijn dan de onze, twijfelingen over het deel hebben aan de genadegiften Gods.

En deze twijfelingen kunnen, wanneer satan de vuren heet stookt en God het toelaat (denk aan Job) in zware aanvechting overgaan. Dan wordt het volle betrouwen des geloofs en de zekerheid der volharding niet altijd gevoeld. Dan is het : zou God Zijn genâ vergeten ? Dan is er de wankeling. In die tijden wordt de les geleerd, dat we van onszelf zo zwak zijn, dat we niet één ogenblik zouden kunnen bestaan.

Waar is dan het grenzeloos vertrouwen, dat er eertijds wèl was ? Dat grenzeloos vertrouwen, dat deed uitroepen : met mijn God spring ik over een muur, en met mijn God dring ik door een bende. Dat deed juichen : Ik roem in God, ik prijs 't onfeilbaar Woord. Ik heb het zelf uit Zijne Mond gehoord, wat sterv'ling zou mij schenden ?" en „dit weet ik vast: God zal mij niet begeven, niets maakt mijn ziel vervaard".

Dat was de taal des harten, de taal van de volle verzekerdheid des geloofs, van het vaste betrouwen.

Maar nu, „ondertussen..........", temidden van de strijd der twijfelingen, der verzoekingen en der aanvechtingen, nu wordt dat volle geloofsvertrouwen niet altijd gevoeld, evenmin als de zekerheid der volharding.

Let wèl, de belijdenis zegt: het „volle" vertrouwen. M.a.w. : diep in het hart, mis­schien voor de gelovige onbewust, sluimert dat vertrouwen in zulke tijden nog wel. Als dat immers geheel weg zou zijn, zou men tot volkomen wanhoop kunnen komen en daarvoor bewaart de Heere de Zijnen, want Hij geeft met de verzoeking — zo zegt de belijdenis, ook de uitkomst.

Ondertussen...........

Niemand dergenen, die God in waarheid kennen, zal dit „ondertussen........." vreemd zijn. Al zal de een meer daarvan kennen dan de ander. Zalig degenen, die in zulke tijden van bestrijding, aanvechting en twijfeling, de wapenrusting Gods mogen dragen. Het is voor hen hier beneden niet de tijd van vrede, vrede en geen gevaar. Maar wel kunnen zij, staande in de wapenrusting Gods, temidden van het gevaar en van de verzoeking een vrede smaken, die alle verstand te boven gaat.

Het ware leven des geloofs kent zijn hoogten en zijn diepten, het weet van zekerheid en van twijfelingen. Twijfelingen, tijden van naarheid. Maar ook hiervan geldt het : sta niet naar naarheid, maar naar klaarheid. Twijfelingen aangaande Gods beloften, aangaande Zijn wegen en leiding, strekken nooit tot Gods eer. Ze moeten dan ook tot zonde worden. Want al zijn ze ook een gevolg van aanvechtingen en bestrijdingen van satan en wereld, wanneer er binnen in ons geen aanknopingspunten waren, die de vijand buiten houvast gaven, zo zou er van twijfeling geen sprake zijn.

De tijden van dit „ondertussen......." mogen dus wel tot ootmoed en schuldbelijdenis leiden. En ons aansporen om Gode tot eer te leven door een staan in het geloof. Dit laatste zal alleen kunnen in de kracht Gods en door volhardende genade. Menselijke weerstand in de geestelijke strijd is alleen een vrucht van Gods trouw.

Gods trouw. Daardoor worden de Zijnen omringd in voor- en tegenspoed, in zekerheid en in twijfeling, in zieleweelde en in zielsbestrijding, in licht en in duister.

Die trouw is het, die hen niet doet verzocht worden boven vermogen, maar met de verzoeking ook de uitkomst geeft. God weet wat van Zijn maaksel zij te wachten, hoe zwak van moed, hoe klein zij zijn van krachten en dat ze stof van jongsaf zijn geweest.

Als de Vader aller vertroosting buigt Hij Zich telkens weer over Zijn strijdend en worstelend kind heen. Hij troost ze met het volbrachte werk van Christus, waardoor Hij geen zonde meer ziet in Jacob en geen overtreding in Israël. Door Zijn Geest wekt Hij het oud vertrouwen weer op, zodat het woord uit Ps. 10 weer bewaarheid wordt: Op U verlaat zich de zwakke.

Waar bij aanvechting en twijfeling het oog maar àl te veel naar beneden en naar binnen gekeerd was, daar gaat door bearbeiding des Geestes het geloofsoog zich weer opwaarts heffen. En zodra het geloofsoog zich naar boven gaat richten, wordt de hoop verlevendigd en is het loven niet veraf meer. Ook al is de nacht nog niet geweken. Gods Geest wekt de verzekerdheid der volharding weer in het hart op. Dan wordt het licht en ziende op de onwankelbare trouw des Heeren, keert de ziel tot hare ruste weder en de levende belijdenis welt uit het hart omhoog, dat de Zone Gods uit het ganse menselijke geslacht Zich een gemeente vergadert, beschermt en onderhoudt. Ja, beschermt en onderhoudt, met als genadegift de volharding. Dan, door des Geestes stuwing, gelooft het hart en belijdt de mond : ik geloof, dat ik daarvan een levend lidmaat ben en eeuwig zal blijven.

Dit is de zekerheid en de vaste troost van de volharding der heiligen. Het wordt als een wonder beleden, een wonder, dat alle eigengerechtigheid radicaal buitensluit. Geen plaats hierbij voor valse zelfverzekerdheid. Integendeel. Telkens weer is er oorzaak tot droefheid, bekering, begeerte naar vergeving in het bloed des Middelaars.

De leer van de volharding der heiligen, zoals onze belijdenisgeschriften die belijden, gaat lijnrecht in tegen de vleselijke zorgeloosheid en hoogmoed, doch is een wortel van nederigheid, kinderlijke vreze en vurig gebed. Diepe tonen der boete worden steeds weer vernomen en het „Doorgrond m' en ken mijn hart, o Heere", is de ware belijder niet vreemd.

De zekerheid en de vaste troost ligt niet in de mens, maar in de wetenschap dat God de bewerker van het geestelijke leven is van begin tot eind. Niet de mens komt in het middelpunt, doch Jezus Christus en Die gekruist. Het leven wordt Christo-centrisch. Een geestelijk leven, waarbij Christus en Zijn Middelaarswerk op de achtergrond komt, is onschriftuurlijk. Hij blijft het fundament der zaligheid. In Hem gerechtvaardigd. In Hem geheiligd. In Hem, in Zijn voorbede, ligt ook de volharding verankerd. Daarom zal de triumferende kerk, in Hem verheerlijkt, terugziende op de volharding der heiligen, ook daarom het Lam aanbidden en grootmaken.

Dat het leerstuk der volharding voor ons geen levenloos leerstelsel moge zijn, doch in het geloof worde beleefd.

's Gravenhage.

F. Troost.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Ondertussen.....

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's