De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Puritein van de Hertenpolder

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Puritein van de Hertenpolder

36

4 minuten leestijd

Hier is het spel van een radeloze, die de eer en goede naam van zijn beste vriend wil beschermen. Van een radeloze, die een zware kamp voert tegen de lasterlijke tong, tegen de werken der duisternis, tegen zijn vijand ; Het is niet van tevoren overlegd en het is geen daad, die voortkomt uit een beredeneerde overweging. Het is een automatische daad van een, die ten einde raad is.

Wéér ziet Gieson zich belaagd en wéér gaat hij hollen en roepen. Maar wat betekent dat, vergeleken met de gang van het woeste paard.

—Pas óp ! Daar komt hij.....!

Rakelings suist de kar voorbij.

Stevig als een rots heeft Aldert zijn voeten geplant op de zijwanden van de kar.

Wild rollen zijn ogen en hij huilt nog steeds.

Ontzettend !

Daar is er één in de verte, die deze gevaarlijke en bovenmenselijke parade ziet. Het is niet de moeder van Aldert, het is niet de vrouw van Gieson. Het is Janus Veldstroo.

Direct heeft hij het gezien en een vreselijke angst maakt zich van hem meester. Het gebolder van de kar en het geklepper van de paardehoeven echoot over de polder.

Als bezeten rent hij naar huis en grijpt z'n fiets. Mia roept hem achterna, maar hij kan niet antwoorden. Als hij de polderweg ingesport is, werpt hij de fiets aan de slootkant. Hij springt zover hij kan, maar plonst even te ver van de overkant in de sloot. Hij spartelt de kant op en rent naar de plaats des onheils.

Daar loopt Gieson nog te hollen, rood en in de war.

— Wat is hier gaonde, Gieson, roept Janus. Is dat Aldert.......!

— Pas óp, buur ! Ja, hij is het. Maar het is mijn schuld, hijgt Gieson.

Een vleug van blijdschap doorsiddert Janus' borst.

Dan ziet hij het wonder mirakel.

Aldert met de snel ronddraaiende mestvork in zijn rechterhand en de leidsels van de ruin in zijn linkerhand, staande op de zijwanden van de mestkar.

Janus roept met alle macht : Aldert, houd óp!!

Doch hij hoort het niet.

Weer gaat hij de cirkel rond. Maar dan opeens grijpt hij de mestvork ter helft van de steel en springt op de buik van de kar.

—Hij heeft mij toch herkend, juicht Janus.

Nu zien ze, hoe hij probeert het paard te kalmeren.

— Gao jie naor huus, Gieson, beveelt Janus. Ik mot 'm alleen ontmoete.

En Hent Gieson druipt, af, ontsteld en bezweet.

Aldert zit nu op de buik van de kar en zet z'n voeten tegen de ijzers van karbomen en haalt zacht de leidsels in.

Achter in het weiland heeft hij de ruin tot staan. Hij springt van de kar en gaat naar het paard. Hij klopt het doornat bezwete dier op de ranke hals.

— Beste jonge, zegt hij, en beiden hijgen ze en happen naar lucht.

Aldert heeft Janus gezien en het drong tot hem door, dat hij moest ophouden.

Hij kijkt naar de richting van Gieson's boerderij. Daar gaat de boer. Janus staat daar nog midden in het land, waar hij Gieson woordeloos gewaarschuwd heeft tegen diens gemene en goddeloze practijken.

Dan komt er een lach om zijn mond.

Janus staat daar. Die heeft gezien wat hij gedaan heeft. Die heeft hem begrepen.

Dan stapt hij op de kar en rijdt naar de mestpluis.

— 't Is veur vandaog genog, Aldert, zegt Janus. Mer weet één ding, ik het ut gezien en ik het ut begrepe.

— Janus, zegt Aldert. Meer niet. Maar 't is genoeg.

Hij rijdt naar de hoeve van Gieson. Janus zit achter op de kar en laat z'n benen bungelen.

Daar wordt niet gesproken. Als het begrepen is, mogen er geen woorden de wijding, die er ligt om deze wondere parade, bezoedelen.

Als ze de werf opkomen, is Gieson verdwenen. Hij durft niet de kring van deze gemeenschap te naderen.

Janus helpt Aldert het paard uitspannen. Aan de achterpoten heeft de ruin enkele bloedvlekken.

Aldert sluit de deur van de stal achter hem.

Dan loopt hij met Janus langzaam het laantje uit.

Zij praten niet. Elk heeft zijn gedachten. Vriendschap, niet in woorden, maar in daden.

Vroeg middag zijn ze thuis deze keer.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Puritein van de Hertenpolder

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's