De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Presbyteriaal

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Presbyteriaal

6 minuten leestijd

Met instemming namen wij kennis van de opmerkingen van ds. G., welke er op neerkomen, dat het presbyteriaal karakter al te weinig tot zijn recht komt. Dit betreft ook een zaak, waarop wij telkens de aandacht hebben gevestigd.

Wat komt er terecht van de voorbereiding ener presbyteriale Kerkorde, waartoe de Synode geroepen is. Ook de Synode is ten enenmale in gebreke op dit stuk van de haar opgedragen taak. En als ook de Synode — zeg, door gebrek aan ervaring — tegen deze taak niet is opgewassen, valt alweer de verantwoordelijkheid op de leiding.

Herhaaldelijk is er dezerzijds op gewezen dat de voorbereiding ener presbyteriale kerkorde een andere methode eiste dan die, welke men volgde.

Men heeft dat zo opgevat, ook ds. G. wijst daarop, dat alles klaar moest worden gemaakt, zodat de kerk het maar moest slikken. Die indruk heeft althans postgevat.

„Af en toe hoort men" — zo zegt ds. G. — „als argument: de Heren in Den Haag of de Synode en haar advizeurs zullen alles wel zo precies hebben overwogen, en dit stuk werk is zo weldoordacht, dat wij het verstandigst doen, het ontwerp-kerkorde zo te aanvaarden".

Zulk een methode is natuurlijk, onjuist en de leiding zal moeilijk kunnen ontkennen, dat zij tot zulke oordelen aanleiding geeft. In die onderstelling is het ontwerp ook niet aan de kerk aangeboden. Een ontwerp kan alleen dienen om de kerk te helpen, maar de kerk moet de kerkorde — en dit wel in de weg van een presbyteriale kerkorde — maken en vaststellen.

Deze weg moest voor de kerk ook een oefening zijn en derhalve is niets meer aangewezen dan dat de kerk eerst in die vergaderingen leert saamkomen en werken.

De vaststelling en invoering der kerkorde moet al inlevende in een presbyteriale orde geschieden. Vooral inlevende en zich bewustwordende wat een presbyteriale orde betekent.

Daarom hebben wij altijd bijzonder gewicht gehecht aan de voorbereidende taak der interim-Synode en van meet af gesteld, dat dit een zaak van lange duur zou zijn. Met name ook het richtingsvraagstuk moest daartoe aanleiding geven.

De tot nu toe gevolgde procedure tekent niet alleen een volkomen gebrek aan inzicht in het leven der kerk en de werkelijkheid van de geestelijke situatie, waarin zij verkeert, maar dreigt dientengevolge een mislukking te worden, als men in de voorgestelde weg volhardt.

De kerk is nog geen enkele schrede gevorderd op de weg naar een presbyteriale kerkorde sedert de invoering van de interim-Synode.

Dit was een stap — zonder twijfel — en de eerste stap, welke in de richting ener presbyteriale (om nog niet te spreken van een gereformeerde) kerkorde, helaas tot nu toe nog niet beslissend is gebleken.

Niettemin is het nog tijd, als men orde op de zaak wil stellen en ernst maakt met de taak, aan de interim-Synode opgedragen om zulk een kerkorde voor te bereiden — en zich wat minder bezorgd maakt om allerlei „kerkewerk", waarover wij thans verder geen oordeel uitspreken, hetwelk alles vergeefs zal blijken, als het door het geloof der kerk niet gedragen wordt.

Volkomen terecht merkt ds. G. op, dat de kerkelijke vergaderingen het zelf moeten doen.

Wij zijn het daarmede eens en vragen ons af, waarom de leiding haar opzet niet laat varen, om gehoor te geven aan de drang, welke uit de kerk opkomt naar vertraging van tempo, waaraan zozeer behoefte is. Uit de reactie op de Bommelse motie is wel duidelijk geworden, dat zij daartoe weinig genegen is.

Zij schijnt verwachtingen van een spoedige en algehele invoering van het ontwerpkerkorde te koesteren, welke worden geïnspireerd door idealen, waarvan men moet betwijfelen, of zij zelfs met enig gegrond recht „kerkelijk" mogen heten. En zij geeft gerede aanleiding om de indruk te wekken, dat een procedure, welke in de lijn ener waarlijk presbyteriale kerkorde zou liggen, en mogelijk veranderingen in het ontwerp zou aanbrengen, die het meer in overeen­stemming zouden brengen èn met het leven der kerk èn met de eis ener presbyteriale orde, door haar wordt geducht.

Wat toch kan meer voor de hand liggen, dan dat de voorbereiding ener presbyteriale kerkorde allereerst de ontwerp-ordinantiën 1—3 aan de orde stelde in kerkeraden en classes, en volgens de in de werkorde gestelde regels vast te stellen en in te voeren, opdat de kerk in haar vergaderingen kan saamkomen en handelen ?

Dit ware althans een belangrijke stap in de organisatie ener presbyteriale orde.

En wat kan daartegen zijn ?

Het nog vigerend kerkrecht van de bestuursorganisatie kan immers blijven vigeren zonder enige andere overgangsbepaling dan dat het werk van Classicale Besturen en Provinciale Kerkbesturen wordt overgedragen aan de moderamina der Classicale en Proviciale. kerkvergaderingen.

Ook de ganse structuur van raden en commissies, welke nog geen vigerend recht heeft krachtens enige ordinantie, kan tot tijd en wijle, dat daaromtrent kerkelijk beslist zal zijij, dus als facultatief en voorlopig haar werk doen.

De kerk krijgt dan ter zijner tijd ook gelegenheid daarover haar oordeel te laten gaan en naar bevind van zaken te handelen, voorzover dit bij de behandeling van Ordinantie 1—3 reeds niet is geschied.

Na invoering van de ambtelijke vergaderingen, de regeling der verkiezing, etc., zou het zin hebben om allereerst en alleen het ontwerp-kerkorde (zonder de overige ordinanties) in de vergaderingen der kerk aan de orde te stellen, kerkelijk vast te stellen om eerst daarna groepsgewijze, zoals de gang van het werk zou meebrengen, de overige ordinanties te behandelen en voor zover mogelijk in te voeren.

Op die wijze zou de kerk het zelf doen en al inlevende in de nieuwe orde de les der ervaring kunnen benutten bij de behandeling van de nog wachtende ontwerp-ordinanties. Deze methode zou niet alleen een meer doeltreffende voorbereiding van een presbyteriale kerkorde zijn, maar zou ook meer aansluiten op het leven der kerk.

Vooral dit laatste zou de volgorde der aan de orde te stellen ordinanties behoren te bepalen. Wij denken aan de dienst des Woords, de bediening der sacramenten, de catechese, opzicht, welke wel eerst in aanmerking komen om geleidelijk te worden behandeld en ingevoerd.

Indien een zodanige weg wordt gevolgd, kan de kerk de dingen overzien en kunnen vele moeilijkheden worden voorkomen, om van erger maar niet te spreken, welke een geforceerde doorvoering van de voorgenomen procedure onvermijdelijk zal medebrengen.

De distantie tussen de leiding en de kerk allengs ontstaan, wijst op tegenstellingen, welke bij een niet onbelangrijk deel der kerk worden gevoeld, zodat zelfs van gebrek aan geestelijke leiding en tegenstand tegen de leiding kan worden gesproken, tegenstellingen, die dieper geworteld zijn dan dat men die straffeloos zal kunnen negeren.

S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Presbyteriaal

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's