Een verwijt aan het adres van onze Geref. Bond
Telkens ontvang ik als secretaris van de Geref. Bond brieven, waarin men zijn ontstemming te kennen geeft over de gang van zaken in onze Herv. Kerk.
Als de Geref. Bond maar eens dit gedaan had, als de Geref. Bond maar eens op zijn post had gestaan, dan zou......
Wat wil men nu toch eigenlijk van die Gereformeerde Bond ?
Een studiecommissie van predikanten uit onze Gereformeerde Bond is al een paar jaar bezig met de bestudering van de nieuwe Kerkorde. Artikel na artikel, ordinantie na ordinantie is onder de ogen gezien. Telkens zijn aan de Synode de bezwaren, die wij eenstemmig hadden opgemaakt, doorgegeven.
Onze voorzitter, prof. dr. J. Severijn, laat in De Waarheidsvriend zijn stem voortdurend horen tegen deze kerkorde en de gang van zaken.
En toch zal misschien die nieuwe kerkorde wet worden in onze Hervormde Kerk, ondanks het protest van de Gereformeerde Bond en anderen.
Laten degenen, die ons in gebreke stellen, dan maar eens zeggen, waarin wij in gebreke zijn.
Men bedenke voorts, dat er maar enkele mensen, die tot de Gereformeerde Bond behoren, zitting hebben in onze Synode. Laten er ongeveer 350 predikantsplaatsen tot de Gereformeerde Bond gerekend worden. Dat is van de 1840 Hervormde predikantsplaatsen maar een betrekkelijk klein getal. Reken daarbij, dat er ongeveer 400 vrijzinnigen zijn. 400 en 350 = 750. Dan zijn er dus 1850-750 of ongeveer 1100 over van de middelgroep, die onze kerk de facto regeren.
Die middelgroep schreeuwt wel 't hardst, dat er geen richtingen meer zijn, maar het is toch treffend dat men die vrijzinnigen en gereformeerden maar liever niet in de besturen ziet.
De mannen van de Gereformeerde Bond hebben alleen kans om gekozen te worden, waar een meerderheid van mannen van de Bond in een classis wordt gevonden.
Anders niet!
Met de vrijzinnigen is het precies zo gesteld. In een vrijzinnig Protestants getuigenis beklaagt een vrijzinnige er zich over, dat van de 100 leden der provinciale kerkbesturen 90% orthodox is en 10% vrijzinnig. In de kerkelijke commissies en raden met tezamen 225 leden, zijn slechts 11 vrijzinnigen benoemd, dus 1 op de 20. Bovendien zijn van de 80 predikanten in algemene dienst er een 75-tal orthodox, slechts 5 vrijzinnig.
Nu moet u niet denken, dat we dit hier vermelden omdat het ons zo smart, dat die vrijzinnigen zo slecht vertegenwoordigd zijn. De vrijzinnigen horen in een kerk met een gereformeerde geloofsbelijdenis niet thuis. Ik sprak kort geleden een vrijzinnig theoloog, die het onomwonden toegaf, dat alleen de gereformeerde Schriftbeschouwing naar de letter van de gereformeerde belijdenis is. Hij zei dan ook eerlijk, dat hij het niet met die belijdenis eens was.
Welnu, laten dan de vrijzinnigen onze kerk verlaten en zich aansluiten bij de Remonstrantse kerken of bij een ander kerkelijk genootschap, waar vrijheid van leer is.
Waarom hebben we dan wèl de klacht van de vrijzinnigen overgenomen, als we er niet over kunnen treuren dat ze slechts weinig vertegenwoordigd zijn ?
Alleen maar om er u op te wijzen, dat de beide uitersten : de vrijzinnigen en de gereformeerden, niet in de smaak van de middengroepen schijnen te zijn gevallen. Bij die middengroepen is echter helaas van een binding aan de belijdenis weinig meer te bespeuren.
Hoe staat eigenlijk die middenmoot tegenover ons en tegenover de vrijzinnigen ? Dat we het staan op de bodem van Schrift en Belijdenis van deze groepen niet ernstig kunnen nemen, blijkt wel uit het feit, dat verscheidene vrijzinnigen geen overwegend bezwaar hebben, zich achter deze kerkorde te stellen. Indien zij verwachtten dat men de vrijzinnige predikanten uit het ambt zou ontzetten, zou geen vrijzinnige zijn stem aan deze kerkorde geven. Het zou allesbehalve fraai zijn om iemand te laten meerijden in de trein, met de bedoeling om hem er enkele stations verder tegen zijn wensen weer uit te zetten.
Juist dat een dusdanige middenmoot ons regeert en dat vele vrijzinnigen zich achter de kerkorde scharen, doet ons vrezen dat we wel een reorganisatie van de kerk gekregen hebben, maar dat de reformatie nog verre is. Men kan de schuld van dit alles toch niet aan de Gereformeerde Bond wijten.
Laat het veeleer mogen brengen daar, waar een Daniël bad : „Wij hebben gezondigd, wij en onze vaders, en gedaan wat kwaad is in Uw heilige ogen".
Laat de bede mogen opklimmen tot de troon van Gods genade, dat Hij zich ontferme over onze kerk. Hij heeft toch gezegd, dat Hij nooit zal laten varen het werk Zijner handen ?
TIMMER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's