Hoe zal het straks gaan met de handhaving van de belijdenis in onze Hervormde Kerk?
In enkele woorden kunnen we deze vraag onmiddellijk voor de lezers van de Waarheidsvriend beantwoorden.
Van een binding aan die belijdenisgeschriften is geen sprake.
We komen weer in dezelfde mist te zitten, waarin de kerk de vorige eeuw heeft gezeten. Toen sprak men ook over geest en hoofdzaak en zelfs de meest ultra vrijzinnigen hadden er geen bezwaar in om de formulieren van enigheid te ondertekenen. Men gaf er toch immers een eigen wijsgerige verklaring van.
In zeker opzicht zijn we nu echter nog verder van de koers. Nu heeft niemand het meer over „geest en hoofdzaak". Neen neen, telkens hoort men overal beweren, dat men wil staan op de bodem van Schrift en Belijdenis. Dat zeggen Gereformeerden, Barthianen en Vrijzinnigen.
Is dat nu eerlijk ?
De Heere heeft toch eens tegen Abram gesproken : Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht.
Ik kan het mij heel goed indenken, dat iemand er een heel andere Schriftbeschouwing op na wil houden dan door de eerste artikelen van onze belijdenis wordt geleerd.
We zien, dat er in navolging van Karl Barth beschouwingen over het stuk van de praedestinatie worden gegeven, die aanmerkelijk afwijken van hetgeen door de belijdenis daarvan gezegd wordt.
Er worden tegenwoordig dingen geleerd over het voortbestaan van de ziel, die lijnrecht in strijd zijn met wat de belijdenis leert. Dat moeten die opstellers van die nieuwe theorieën maar weten, maar laten ze dan óok ophouden met zich confessioneel of gereformeerd te noemen.
Onze vaderen hebben de belijdenis ook niet boven de Schrift gesteld. Ze hebben de mogelijkheid open gelaten, dat de kerk iets zou ontdekken in die belijdenisgeschriften, wat niet naar de Heilige Schrift was.
Welaan, laten degenen, die gravamina hebben tegen de belijdenis onzer kerk, het maar openlijk zeggen.
Maar laat men dan ook niet langer spreken over het staan op de bodem van Schrift en belijdenis.
Er zijn ook in de kringen van onze Gereformeerde Bond mensen geweest, die van deze nieuwe koers grote verwachting hadden. Ze moeten wel met verblindheid geslagen zijn geweest. We gaan weer dezelfde weg op met Vermittelungs Theologiën als in de vorige eeuw.
Nu zijn er nog enkelen, die nog steeds grote verwachtingen koesteren. Deze redeneren aldus : „De kerk is bijna anderhalve eeuw krank geweest. Nu moet men toch willen begrijpen, dat ineens niet alles in orde is".
Dat is inderdaad een waarheid als een koe, waar op zichzelf niets tegen te zeggen is. Dat niet in enkele ogenblikken onze kerk opnieuw presbyteriaal gereformeerd kan worden geinstituëerd, spreekt als van zelf. Men zou dan ook van onze kant geen enkele critiek meer horen, ook al was niet alles onmiddellijk, zoals we dat gaarne naar Schrift en belijdenis zouden hebben.
Maar — en nu komt ons grote bezwaar — als we maar wisten, dat het begin van deze reformatie goed was. Als men werkelijk de bedienaren des Woords maar wilde binden aan Gods Woord en aan de belijdenis. Dan zou de Heere door Zijn Heilige Geest grote dingen doen in het midden van onze kerk.
Helaas, het begin van de zogenaamde reformatie van onze Hervormde Kerk van het jaar 1945 staat dáárom zo wankel, omdat men van een binding aan de belijdenis niet weten wil. Het is te hopen, dat het niet met de Classicale Vergaderingen van heden zal gaan als met de Classicale Vergaderingen, die de reglementenbundel van Koning Willem I bijna zonder énig protest hebben aanvaard.
Moge God allen op de Classicale Vergaderingen wakker schudden, om nog te trachten de ons voorgelegde kerkorde te verbeteren.
We zijn er niet, door enkel maar „neen" te zeggen.
Enkele jaren geleden werd uit synodale regionen de wenselijkheid uitgesproken, om de Gereformeerde Bond en de Confessionele Vereniging maar op te heffen.
Dat advies hebben we naast ons gelegd. Als de kerk het zelf niet doet, moeten verenigingen van leden het blijven doen : terug roepen tot Schrift en belijdenis.
We zeggen met diepe weemoed in het hart, dat onze verwachting van de nieuwe ingeslagen koers gering is. Of, liever gezegd, we hebben helemaal geen verwachting, tenzij de Heere zich nog over onze kerk mocht ontfermen.
Het enige lichtpunt, dat we menen te zien is dit, dat de Classicale Vergaderingen in belangrijkheid zijn toegenomen. Vroeger kwamen we daar maar samen om te stemmen en enkele dingen te zeggen over onbetekenende reglementswijzigingen, maar nu kunnen tenminste op de Classicale Vergaderingen de vragen van Schrift en belijdenis aan de orde worden gesteld.
Dat kon onder het oude regiem onmogelijk. Laat het gebed mogen opstijgen tot de troon van Gods genade voor onze kranke kerk, opdat ze nog weer moge worden opgericht uit haar stenen en uit haar gruis.
Maar zo ze niet terugkeert tot de Schrift en hare belijdenis, in alle oprechtheid, dan zal ze geen dageraad zien.
We moeten terug naar de oude paden van Schrift en belijdenis.
TIMMER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's