Uit het Buitenland
CHINA.
De Zending ondervindt financiële moeilijkheden.
Het blijkt dat de christelijke instellingen in China zich in zeer moeilijke financiële omstandigheden bevinden. Zendelingen van de Congregationalistische kerken in de provincie Fukien hebben een schrijven gezonden aan hun Zendingsbestuur, waarin zij zeggen, dat de gehele bevolking „de riem nauwer moet aanhalen" omdat de belastingen zeer hoog zijn en de inkomens lager zijn geworden. Daardoor kunnen de leden van de Kerk minder bijdragen ; de ouders zijn niet in staat het schoolgeld te betalen en de ziekenhuiskosten van de verpleegden. De Chinese bevolking staat vaak wantrouwend tegenover de boodschap, die de Zendelingen brengen.
„Wanneer de Zendelingen nu de Chinese Christenen in de steek zouden laten, zouden deze laatsten gaan twijfelen aan de ernst van ons geloof en aan de waarheid, die we altijd verkondigd hebben. Daarom hoopt men dat het mogelijk zal zijn dat de Zending haar arbeid in China voortzet.
VERENIGDE STATEN.
Tegen de vrijdom van belasting van de kerkelijke goederen.
In de Verenigde Staten wordt geen belasting geheven van kerkelijke goederen. Tot voor kort werd deze bevoorrechte positie van de Kerken door de openbare mening in Amerika gerespecteerd. Nu echter de belastingen steeds hoger worden — de doorsnee Amerikaan moet de opbrengst van 61 arbeidsdagen aan belasting betalen —, worden andere stemmen gehoord. Men misgunt de Kerken dit voorrecht en hierover ontstaan reeds in de kranten heftige debatten. Daarbij komt nog, dat de R.K. Kerk op alle mogelijke manieren profijt trekt van de vrijheid van belasting. Zij heeft reeds — 't geen groot opzien gebaard heeft — een reusachtige katoenplantage en een farm, waar tarwe verbouwd wordt, aangekocht. De kranten wijzen er op, dat de Staat daarmee een winst derft van 5 millioen dollar.
Een verdere misstand, die critiek uitlokt, is het schenken van grote bedragen aan universiteiten en andere inrichtingen, wier fondsen eveneens belastingvrij zijn.
„Christian Century" kan zich met de vrijstelling van de belasting van de Kerken niet verenigen. Dergelijke privilegiën, wat de belasting betreft, moeten eigenlijk beschouwd worden als indirecte staatssubsidie aan kerkelijke verenigingen en daarom zijn zij volgens de Amerikaanse grondwet, die volledige scheiding van Kerk en Staat beoogt, onwettig.
DUITSLAND.
Het nationalisme in de Evangelische Kerk.
Van verschillende zijden wordt er telkens weer op gewezen, dat het nationalisme in de evangelische Kerk van Duitsland meer en meer veld wint.
Een Duits theoloog schrijft in het „Kirchehblatt für die reformierte Schweiz" hierover en zegt o.a. het volgende :
„Ik geloof dat het onjuist is, wanneer men de Evangelische Kerk van Duitsland in haar geheel er van beschuldigt, dat de nationalistische of zelfs de nationaal-socialistische invloed toeneemt. Dit is eenvoudig niet waar. Er zijn onder de predikanten tallozen, die nu eindelijk begrepen hebben, dat Kerk en nationalisme niet bijeen horen en die alles doen wat zij kunnen om de oude burgerlijke bindingen van de Kerk te doen verdwijnen.
Het is vanzelfsprekend, dat er onder de oudere generatie predikanten zijn, die hardnekkig aan het oude blijven vasthouden, maar dat vindt men overal. Maar zij geven niet de toon aan. Deze mensen zijn geen nationaal-socialisten. Maar zij denken op de wijze van de oude Duitse nationalisten.
Op bijeenkomsten van predikanten vindt men bij de meerderheid instemming, wanneer het nationalisme wordt veroordeeld.
Wat de bewering betreft, dat overal op de kerkelijke bureaux (en wel in het bijzonder bij het Hilfswerk) generaals en voormalige nazi's werkzaam zijn, moet gezegd worden, dat dit juist is. Ik geloof echter niet dat hierachter een bewuste steun gezocht moet worden van vertegenwoordigers van een geestelijke houding die overwonnen is, maar men heeft deze mensen eenvoudig aangenomen, omdat zij anders door niemand geholpen werden. Daarbij komt, dat deze lieden in de meeste gevallen zeer bekwaam zijn. Ik denk aan een bepaald geval, waar een voormalig pantsergeneraal, wanneer men het zuiver organisatorisch beziet, zijn werk uitmuntend verricht. Deze toestand is niettemin betreurenswaard, want waarachtige bekeringen zijn op politiek terrein nog zeldzamer dan op christelijk. Van de nazi-assistent van bisschop Dibelius weet ik niets, doch het is mogelijk dat het waar is. Dat hij op de een of andere wijze kerkelijke invloed heeft, geloof ik niet. Mogelijk is zijn benoeming geschied op persoonlijke gronden, of staat zij in verband met de kerkpolitiek, die door bisschop Dibelius van het begin af gevoerd is, namelijk niet te steunen op de minderheid van de Belijdende Kerk, maar een bredere basis te bouwen.
In de buitenlandse pers leest men veel over het toenemende nationalisme in Duitsland. Als het waar was, moest het gezegd worden, maar het is slechts half waar. Men kan alleen constateren, dat in zekere mate het zelfbewustzijn toeneemt in verband met de relatief gunstige economische ontwikkeling na de invoering van de Duitse mark en wat betreft de bezetting, waartegen ieder volk en dus ook het Duitse volk reageert. Dan helpen geen redeneringen, dat de bezetting op het ogenblik nog nodig is, maar men scheldt slechts. Over het algemeen blijft het evenwel een feit, dat de innerlijke houding meer reden tot hoop geeft dan na de eerste oorlog".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's