Kuyper en de volkskerk
Op dit proefschrift promoveerde Vrijdagmiddag 10 Febr. 1950 aan de Rijksuniversiteit te Groningen tot doctor in de theologie de Amsterdamse Hervormde predikant ds. H. J. Langman. Promotor was prof. dr. Th. L. Haitjema; als paranimphen fungeerden ds. J. Overduin, Geref. predikant te Amsterdam en ds. J. E. Uitman, Hervormd predikant te Groningen.
Wij vestigen de aandacht van onze lezers op deze promotie, omdat in de theologische discussie o.m. een punt aan de orde kwam, dat voor ons van betekenis is in verband met de beoordeling en amendering van de aangeboden kerkorde door de Kerkorde-Commissie van de Gereformeerde Bond.
Op blz. 265 van het proefschrift verdedigt de promovendus o. m. de mening „dat we volle ernst moeten maken met „de gelóvigen en hun záád", met het geslacht der gelovigen. Op beide moet nadruk vallen : op het zaad van wege de voortzetting van het verbond van geslacht tot geslacht, èn op de gelovigen vanwege het geestelijk karakter van het Nieuwe Verbond. Zou dan ook de enige zuivere practijk van de kinderdoop niet zijn, dat alleen de kinderen der gelovigen worden gedoopt ? ! Alleen : het huis. Waanneer een gedoopte, die zelf dus uit gelovige ouders geboren is, in ongeloof God de rug toekeert en van zijn kant het verbond verbreekt, dan is hij wel een gedoopte, maar behoort niet meer tot het geslacht der gelovigen, hij heeft zich zelf buiten het verbond geplaatst en zullen ook zijn kinderen van het voorrecht van de doop verstoken moeten zijn. Dat is de enige regel, die bij de bediening van de kinderdoop mag worden gevolgd".
Blz. 268 : „Hoedemaker en de zijnen hebben de verbinding van kerk en volk gezocht in het verbond, dat God niet alleen persoons-, geslachts-, maar ook volksgewijze zou sluiten. Zoals eertijds met Israel, zo sluit God ook Zijn Verbond met bijv. het volk van Nederland. En dat is geweld aandoen aan het geestelijk karakter van het verbond. Dat is een ongeoorloofde vermenging van natuur en genade. Met als gevolg al de misère van een totaal gedevalueerde doop.
Wormser en Hoedemaker hebben het volk vergeestelijkt en het gevolg is, dat de kerk wordt verwereldlijkt. Dat gebeurt altijd als natuur en genade op ongeoorloofde wijze worden vermengd. En daarom moet het verbond niet buiten de kerk gebracht worden. Alleen vanuit het wezen der kerk gezien, krijgen verbond en doop hun rechte zin".
Wij releveren deze beschouwing, omdat ze ook weergeeft het standpunt van de kerkorde-commissie van de Gereform. Bond.
De commissie heeft n.l. voorgesteld art. 2 van de Kerkorde als volgt te lezen :
„Tot een Hervormde Gemeente en mitsdien tot het verband der Ned. Herv. Kerk behoren en zijn gesteld onder haar herderlijke zorg en opzicht:
1e. Zij, die door openbare belijdenis des geloofs belijdende leden der Kerk zijn geworden.
2e. Zij, wier inlijving in de gemeenschap der Kerk is bevestigd door de H. Doop.
3e. Zij, die uit gedoopte Hervormde ouders zijn geboren.
Motivering : In de 3e groep meenden wij, dat van gedoopte ouders moest worde gesproken. Er moet toch een omschrijving gegeven worden van het begrip Hervormde ouders. Het woord „gedoopte" doet dat.
Het is de lezer waarschijnlijk wel bekend. dat de Kerkorde onder het 3e lid het woord „gedoopte" niet heeft.
De Kerkorde spreekt zich dus uit voor een ruime doopspractijk en acht degenen, wier voorouders b.v. in de 19e eeuw gedoopt zijn geweest, maar die in de laatste geslachten geen enkele band meer met de Kerk hebben, nochtans als behorende tot de Hervormde Kerk. Immers krachtens art. 2, 3e lid, worden alle volgende geslachten successievelijk Hervormd beschouwd, ook al hebben betovergrootouders en de daarop volgende geslachten hun kinderen niet meer laten dopen. Overgrootvader is immers Hervormd, omdat zijn vader Hervormd was en zijn kind blijft Hervormd, omdat hij zelf door zijn vader Hervormd is, etc.
Men kan door art. 2, lid 3, Hervormd zijn, ongeacht het toedienen van het sacrament van de H. Doop.
Allen, die gebroken hebben met God en Zijn Woord, maar niet de moeite genomen hebben in een briefje het verbreken van de band met de Kerk mee te delen, blijven tot de Hervormde Kerk behoren en ook hun kinderen.
Terecht meende de Kerkorde-commissie van de Geref. Bond, dat op die wijze het sacrament gedevalueerd wordt en de Kerk gesæculariseerd.
Het deed ons genoegen deze beschouwing in de dissertatie van dr. Langman terug te vinden, en ook deze beschouwing in de theologische discussie aan de Groningse Universiteit te horen verdedigen.
De promotor zelf, prof. Haitjema, was de opponent; hij meende zich zelf te moeten verdedigen tegen de aanval van de promovendus direct op Wormser en Hoedemaker, indirect op Haitjema (blz. 259, „Haitjema, die ook suggesties wekt in dezelfde richting").
Interessant is het, te letten op de achtergronden van deze twee tegenover elkaar staande meningen over Kerk en Verbond.
Prof. Haitjema zag in de beschouwing van de promovendus de Kuyperiaanse idee van de vergadering der gelovigen en meende dat het wezen der Kerk ligt in Woord en sacrament met een grotere kring van Verbondsinvloed, dan louter de gedoopte ouders en hun gedoopte kinderen. De grenzen van het Verbond zijn moeilijk te trekken. Het centrum is het doopsacrament.
De promovendus verdedigde zich door er op te wijzen, dat niet alleen volgens Kuyper, maar ook volgens de Gereformeerde Belijdenis (art. 27 Nederl. Geloofsbelijdenis en Zondag 21) het wezen der Kerk niet is het doopsacrament, maar de vergadering der gelovigen, wier kinderen door de doop in de Kerk worden ingelijfd.
De discussie werd om des tijds wille plotseling afgebroken.
Helaas, want wij menen dat juist in dit probleem : Wat is het wezen der Kerk?, de tegenstellingen in onze Kerk zich openbaren.
Is het wezen der Kerk: het apostolaat (Van Ruler, Kerkorde) ?
Is het wezen der Kerk: Woord en sacrament (Haitjema) ?
Is het wezen der Kerk : „corpus Christi", het lichaam van Christus, de vergadering der Christgelovigen ?
Met dr. Langman onderschrijven we gaarne in het laatste de beschouwing van onze belijdenis.
Dit alles wil natuurlijk niet zeggen, dat we het met de visie op Kerk en Staat, zoals die is weergegeven in het proefschrift, en met de visie op de Kerkorde geheel eens kunnen zijn.
Aangaande het probleem Kerk en Staat neemt dr. Langman een middenpositie in tussen Kuyper en de Volkskerkgedachte. Aangaande art. 10 van de Kerkorde (blz. 274, 275) bespeuren we bij dr. Langman een optimisme, dat we helaas niet kunnen delen, zoals bekend is. Hij verwerpt het stellen van de drie formulieren als een accoord van gemeenschap en het daarmee gepaard gaande juridisch-confessionalisme, dat zegt: „Naar de geest mag zelfs niet worden gevraagd", waardoor de belijdenis tot een verenigingsstatuut wordt gemaakt. Wij zien niet in, dat dit „juridisch confessionalisme" gepaard moet gaan aan de drie formulieren als accoord van gemeenschap. De belijdenis komt toch voort uit het leven der Kerk ?
Ik eindig met de Verbonds- en Doopsbeschouwing.
Ons wordt nog wel eens de vraag voorgelegd : „Wat zullen dezen?" en men bedoelt dan de van de Kerk vervreemden. Vaak voelen wij in deze vraagstelling een miskenning van Evangelische bewogenheid bij de Gereformeerde belijders voor de schare „die de wet niet kent".
Niets is minder waar, en we behoeven alleen maar te wijzen op de Geref. Bond voor Inwendige Zending, die onder ons een grote plaats inneemt.
Wat wij bedoelen is dit: Door evangelisatorische arbeid — welke wij onderscheiden van de pastorale arbeid — de van de Kerk vervreemden te brengen onder de pastorale bearbeiding van de kerkeraad der gemeente.
Vanuit de kern, de gemeente, naar buiten.
En dan de werkelijkheid, hoe rauw deze ook is, aanvaarden zoals ze is.
Met een loze naam en een inhoudsloze plechtigheid dienen wij de Kerk niet, noch de van haar vervreemden.
Amsterdam.
H. JONKER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's