De Puritein van de Hertenpolder
40
Zo leidt hem Mia naar de keuken. Dan kan opeens Janus het bord verhangen. Hij is er over heen. De pijn is hij kwijt. Het hardvochtige leven dat tegen hem aanstormde, had hem even pijn gedaan.
Evert komt morgen! zegt hij.
— Evert? vraagt Mia.
— Jao, hie schreef me een brief. Toe ik in Langekamp was, gaf de postbooi hem. Bie ut vonder, weet je ?
— Gelukkig, Janus. Met z'n tweeën maait 't veel plezieriger dan alleen.
— Zeker. En 't valt me aarg mee dat hie kan, want 't is thuus nogal druk noe.
Hij geeft Mia de post. Met de brief 't Gereformeerd Weekblad en De Waarheidsvriend. Janus las beide. Hij hield van combinaties.
— We zullen eerst maar eten, zegt Mia en legt de weekbladen in de krantenhanger. Na het eten kijkt Janus even de couranten door. Hij zit echter weldra gebonden aan een artikeltje van Dominee Kovret, waarin geschreven wordt over de invoering van een gezangenbundel. Een zekere dominee schrijft daarover een artikel, waarin hij z'n blijdschap uitspreekt over de gang van zaken en niet minder verheugend acht hij het feit, dat een voorman van de Gereformeerde Bond hierin heeft toegestemd. Ds. Kovret acht dit een bedenkelijk verschijnsel, temeer, daar in datzelfde artikel een man wordt neergehaald, die zijn leven lang met hart en ziel gestreefd heeft naar de doorwerking van de Gereformeerde beginselen op Universiteit, in Kerk en school.
Hier is een contrast, dat tekenend is. Hoe duidelijk komt iemand openbaar, die in vergaderingen en bij besluiten meehuilt met de wolven in het bos en die openlijk de Gereformeerde beginselen laat varen, die ter ere Gods en het meest heilzaam zijn voor de geestelijke en morele welvaart van heel het volk. Maar wat bekommeren deze lieden zich over de ere Gods, daar zij een zeker stelsel aanhangen, maar van Christus vervreemd zijn door hun natuurlijke afkeer. Welk een leiders zijn ze, en hoe rampzalig werden ze jaren gehandhaafd door een zekere charme, die ze hadden. Een volk, dat Gereformeerd heet, maar niet Gereformeerd leeft, is een carricatuur en kiest steeds een Gereformeerde carricatuur als leider.
Janus heeft dat al zo vaak gedacht. Hij staat tegenover niemand onwillig, maar geen medewerking, geen toestemming, wanneer van de andere kant de Gereformeerde leer verkracht wordt en verminkt, dan kan er geen samenwerking zijn. Dat zou er op wijzen dat hij met die verkrachting en die verminking instemde.
Beginselen, schrijft ds. Kovret, werken nu eenmaal door.
Dus met andere woorden: wat men is, komt naar buiten.
Dat halfslachtige kan Janus niet uitstaan. Een gereformeerde kan niet ethisch zijn, er moet een diepgaand verschil blijven bestaan, daar zij eenvoudig de grondwaarheden van de Gereformeerde religie omverwerpen. Die de Bijbel voor wat zij logisch goddelijk achten, aanvaarden als Gods Woord, om het andere als overlevering en niet goddelijk te waarderen. Die goedkope liedjes willen zingen bij de plechtige verkondiging der eeuwige waarheden en bij de eerbiedige aanroeping van Gods Naam in het midden der gemeente. Met hen heulen sommigen en beschimpen de levende kerk.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's