De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ORDINANTIE 13

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ORDINANTIE 13

Bezwaren tegen Ordinantie voor het Pastoraat, en voorstellen tot wijziging

5 minuten leestijd

Gezien de uitwerking die men er aan geeft in de volgende artikelen, moeten we bezwaar maken tegen de onderscheiding van de pastorale werkzaamheden der predikanten in gewone, buitengewone en bizondere werkzaamheden. Immers de nadere uitwerking van die buitengewone en bizondere werkzaamheden in art. 3 en 4, wekt de vrees, dat aan het begrip „Pastoraat" geweld wordt aangedaan. De desbetreffende ambtsdrager wordt gedegradeerd tot ambtenaar; de plaatselijke gemeente wordt niet meer gezien als één kudde, doch men denkt teveel vanuit de eenheid en het geheel van de kerk en stelt nu voor bepaalde onderdelen vakmensen en specialisten aan. We menen dat we ook in deze van meet af stelling moeten nemen tegen romaniserende practijken en daarom uit de kerkorde moeten weren alles wat de mogelijkheid zou kunnen openen om van de kerk een ambtenaren-kerk te maken. De mogelijke winst in de breedte, weegt in geen enkel opzicht op tegen het enorme verlies in de diepte, door zulk een mechanisatie. Een pastor moet midden in het volle leven staan en zo de kudde leiden. We zouden ook geweldige bezwaren hebben indien de opvoeding der kinderen aan de ouders ontnomen werd, en toevertrouwd werd aan door de staat daartoe aangestelde vakmensen en specialisten.

Men leze daarom art. 1 als volgt:

Art. 1:

De predikantsplaatsen worden onderscheiden in gewone en buitengewone predikantsplaatsen.

Art. 3:
Buitengewone predikantsplaatsen.

Aan het slot van alinea 1 leze men i.p.v.: beroepen tot predikant voor buitengewone werkzaamheden.......... beroepen tot predikant in een buitengewone predikantsplaats, verbonden aan een gemeente, enz. enz.

Art. 4:
Bizondere opdrachten.

Dit art. wijzige men in zoverre, dat voor een kerkeraad de mogelijkheid geboden wordt, om aan een predikant bizondere werkzaamheden op te dragen. Het verrichten van die bizondere werkzaamheden blijve dan gefundeerd in het Pastoraat, zodat men niet een ambtenaar en specialist van hem maakt.

Art. 5:

Temeer waar men aanstuurt op „Wijkgemeenten" of zgn. één-mans-gemeenten kan art. 5 evengoed als overbodig vervallen. Voor het geval het toch gehandhaafd blijft, dringen we er met kracht op aan, dat men bij deze lezing van art. 5, de predikanten voor buitengewone en bizondere werkzaamheden niet als lid in dat ministerie opneemt. Men houde deze figuur ook buiten de kerkeraad.

Art. 32:

Aan het slot van al. 2 voege men toe: Dit geschiedt niet dan nadat men daartoe toestemming verkregen heeft van de betrokken Kerkeraad.

Voorts rijst de vraag, of het misschien nog een diepere zin en betekenis heeft dat men in al. 5 van dit artikel 32 alleen de Vicaris met een hoofdletter vereerd heeft.

Art. 38:
Vicarissen.

Met nadruk wijzen we er op, dat het hier geschrevene een openlijk breken is van de belofte die gedaan is toen men zich ging zetten tot het opstellen van een nieuwe Kerkorde. Men beloofde dat men zich bij dat werk zou bewegen in de lijn van het belijden der Kerk. Hier wijkt men er nu openlijk en welbewust van af; immers de gehele Kerk heeft van het begin af de bediening van de sacramenten onlosmakelijk verbonden aan de prediking des Woords, kennelijk in gehoorzaamheid aan Matth. 28 : 19. Waar men in de figuur van de vicaris deze band los gaat maken, scheidt men wat God samengevoegd heeft en distantieert men zich van de gehele Christelijke Kerk.

Het is duidelijk dat de mogelijkheid om van de weg van het belijden der Kerk af te gaan, altijd open is en ook open moet blijven. Een onfeilbaarheid van de traditie hebben we te verwerpen, en Gods Woord zij en blijve ons enig richtsnoer. Wanneer men, met een verwijt van Roomse ideeën, in dit opzicht verwijst naar de artikelen van prof. van Ruler in het Weekblad der Herv. Kerk, dan zouden we geneigd zijn dit verwijt om te keren. In genoemde artikelen wordt geprobeerd de voorgestelde figuur van de vicaris met de Bijbel te verdedigen. Echter naar vorm en inhoud doen deze artikelen ons zeer sterk denken aan de Rooms-scholastische methode, om namelijk eerst de Kerk te doen spreken, en dan de theologie achteraf de conformiteit met de H. Schrift te laten „bewijzen". Hoewel dit zonder meer uit de inhoud van de artikelen zelf al vast stond, wordt het ten overvloede ook nog in één der artikelen uitgesproken dat op dit punt de gang van zaken inderdaad zo geweest is. Om die reden heeft het verder geen zin meer om nog op de inhoud en verdediging in die artikelen in te gaan.

We stellen dan ook voor om art. 38 te laten vervallen en art. 37 uit te breiden in die zin, dat het mogelijk gemaakt wordt dat een classis, na zekere tijd, b.v. na de in art. 37 genoemde termijn van ten hoogste 4 jaren, een hulp-prediker kan voorstellen aan de synode om hem toe te staan te proponeren en eventueel een beroep te aanvaarden. Aan zulke personen behoort dan vanzelfsprekend volledige ambtelijke bevoegdheid te worden toegekend.

Art. 40:

Waar dit artikel schijnt te zeggen, dat een predikant met z'n zeventigste ook zelfs zijn bevoegdheid verliest en niets meer mag doen, stellen we voor geen aanleiding te geven tot zulk een onbeschaamdheid en dit art. te schrappen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ORDINANTIE 13

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's