ORDINANTIE 15
Bezwaren tegen Ordinantie en voorstellen tot wijziging
Algemene opmerking.
De geringe wijzigingen welke in het oorspronkelijk ontwerp werden aangebracht hebben onze bezwaren niet vermogen weg te nemen. Immers, ook in het nieuwe ontwerp Worden de rechten van de plaatselijke gemeente niet erkend en blijft een grote macht, welke slechts de Kerkeraad toekomt, in handen gelegd van instanties welke aan het wezen van de kerk vreemd zijn. De episcopale dreiging welke daarin is vervat maakt deze ordinantie in deze vorm voor ons onaanvaardbaar.
Art. 1. 2e lid.
De opsomming van datgene wat tot het terrein van de Diaconie moet worden gerekend is naar onze overtuiging volmaakt overbodig. Indien dit lid wordt gewijzigd in de zin als reeds vroeger door ons werd aanbevolen n.l.: „Aan de diakenen is toevertrouwd de zorg voor de behoeftige leden der gemeente, waarbij zij mede niet uit het oog verliezen de wezen, de zieken, de ouden van dagen en de invaliden", is daarmede naar ons oordeel volledig aangegeven hetgeen naar luid van de Heilige Schrift als de primaire taak van de diaken moet worden aangemerkt.
Mocht men nochtans een meer gedetailleerd overzicht willen geven van hetgeen des diakens is, dan behoort men te beginnen met. hetgeen thans op de vierde plaats is gesteld, omdat dit door alle tijden heen de eerste plicht van de Gemeente is geweest en ergo ook zal blijven. De woorden „de zorg voor" zouden moeten worden vervangen door: „het voor zover mogelijk verlenen van medewerking aan de opheffing van enz." Daar een uitgebreide opsomming als in dit lid gegeven in de practijk aanleiding zal kunnen geven tot moeilijkheden is het o.i. ook om die reden gewenst daarvan af te zien en te volstaan met hetgeen door ons is voorgesteld.
Artikel 7.
De woorden „krachtens deze ordinantie" in de 1e alinea van dit artikel maakt naar ons oordeel inbreuk op de rechten van de plaatselijke gemeente. Het opdragen van werkzaamheden aan de administrerend diaken komt uitsluitend toe aan de Kerkeraad.
Daarom stellen wij voor deze woorden te schrappen.
Artikel 8.
De indeling in wijkgemeenten is imperatief voorgeschreven in de ordinantie voor de vorming van gemeenten. Wij menen, dat de voordelen welke men daarmede beoogt omgekeerd evenredig zullen zijn aan de verwarring en de schade welke daardoor in menige vooral grotere gemeente zal worden aangebracht. Deze regeling stuit op talloze practische bezwaren welke plaatselijk ook weder onderling verschillen. Wij menen daarom, dat het belang der Kerk in haar geheel meer gediend zal zijn met een facultatieve bepaling van deze strekking, het aan de omstandigheden der gemeenten overlatende of deze daarvan gebruik zullen maken.
3e Alinea.
Wij hebben bezwaar tegen goedkeuring van een Kerkeraadsbesluit door een commissie, welke slechts advies-commissie behoort te zijn. Acht men goedkeuring van een dergelijk kerkeraadsbesluit noodzakelijk dan behoort zulks plaats te vinden door de Classicale Vergadering.
Artikel 9.
Bezwaar moet gemaakt worden tegen alinea 4 van dit artikel. Wij achten het in strijd met een presbyteriale kerkorde, dat bij de benoeming over de keuze, overeenstemming moet worden gekregen met het betrokken orgaan van 'bijstand. Wij stellen schrapping voor. Wanneer men aan ambtelijke vergaderingen alleen zo'n benoeming niet durft toe te vertrouwen dan zou voorgesteld moeten worden een goedkeuring door de Classicale vergadering.
Artikel 10.
Wij handhaven onze reeds vroeger geuite bezwaren en blijven aandringen op de door ons voorgestelde wijziging van de 2e alinea door vervallen van de woorden: „opgesteld naar een model, door de algemene diaconale raad vastgesteld". De diaconale raad — het zij hier nogmaals nadrukkelijk als onze overtuiging naar voren gebracht — kan en mag in een presbyteriaal ingerichte kerk niet anders dan een adviserend lichaam zijn!
Artikel 11.
Op grond van onze bezwaren tegen de Raden en Commissies worde hier gelezen inplaats van de provinciale diaconale commissie: de Classicale vergadering.
Artikel 12.
Het heeft onze instemming dat de besluiten van de Diaconie ten aanzien van hetgeen in dit artikel wordt geregeld in de nieuwe redactie aan de goedkeuring van de Kerkeraad zijn onderworpen. Dit komt tegemoet aan onze kenbaar gemaakte bezwaren, doch slechts ten dele. Goedkeuring van een Kerkeraadsbesluit door de Diaconale raad, welke een college van advies behoort te zijn, is o.i. in strijd met het gereformeerde Kerkrecht. Acht men goedkeuring, in afwijking van ons gevoelen, noodzakelijk dan behoort zulks in handen van een meerdere vergadering te worden gelegd. Wij dringen daarom aan op dienovereenkomstige wijziging van dit artikel.
Artikel 14.
Goedkeuring van kerkeraadsbesluiten door andere dan de meerdere vergaderingen kan onze instemming niet hebben. Daarom wordt schrapping van de provinciale diaconale commissie voorgesteld.
Artikel 15.
De aangebrachte wijziging, waarmede aan onze bezwaren voor de practijk is tegemoet gekomen, heeft onze instemming. Goedkeuring door een andere dan een meerdere vergadering kunnen wij niet aanvaarden. Het ontgaat ons, waarom de meerdere vergadering moet worden verdrongen door een commissie. Waarom kan de provinciale diaconale commissie geen adviescommissie zijn voor de classicale vergadering om haar in diaconale aangelegenheden, welke haar worden voorgelegd, te adviseren? Zulks is in de lijn van een presbyteriale kerkorde en de diaconale belangen worden er niet minder door behartigd. Wij stellen daarom voor inplaats van provinciale diaconale Commissie te lezen: de Classicale Vergadering.
Artikel 16.
Voor dit artikel geldt hetzelfde bezwaar, als door ons bij art. 15 werd opgemerkt.
Artikel 17.
Met de structuur van dit artikel kunnen wij ons niet verenigen in zover op o.i. ontoelaatbare wijze wordt ingegrepen in de zelfstandigheid van de gemeente. Het opmaken van een begroting voor barmhartigheidswerk is in wezen een „rara avis". Doch als enig inzicht van de Kerkeraad in het te voeren beleid van diakenen bij wijze van orde van grootheid is tegen de opstelling van een cijfergroepering geen bezwaar, doch de wijze waarop dit zal geschieden blijve uitsluitend voorbehouden aan de Kerkeraad.
Dat andere instanties bedragen op deze begroting zouden kunnen brengen of afvoeren tegen de verantwoordelijke diakenen in, is onaanvaardbaar. Met wie moeten diakenen overeenstemming bereiken (3e lid). Wat betekent „bij ordinantie voorgeschreven posten" in het 4e lid?
De administratieve procedure in dit artikel is in de practijk niet uitvoerbaar. De behoeftigen kunnen in nood niet wachten op de afloop van de procedure voor aanvulling van de betreffende begrotingspost.
Voorgesteld wordt het 1e lid van art. 16 te redigeren als volgt:
„De Kerkeraad stelt vóór 1 November de door diakenen vóór 1 October opgemaakte en aan hem voorgelegde begroting van uitgaven en ontvangsten voor het volgende kalenderjaar vast".
Het 2e 3e 4e en 5e lid te doen vervallen.
Artikel 18.
Voor dit artikel gelden dezelde bezwaren als voor art. 16.
Het artikel ware te redigeren als volgt :
„De Kerkeraad stelt vóór 1 Mei de door diakenen vóór 1 April opgemaakte en aan hem voorgelegde rekening van de uitgaven en ontvangsten in het afgelopen kalenderjaar vast".
De rekening wordt binnen 14 dagen na de vaststelling door de Kerkeraad ter goedkeuring ingezonden aan de Classicale Vergadering en binnen een maand na verkregen goedkeuring in verkorte vorm gedurende 14 dagen voor de leden der gemeente ter visie gelegd".
In gedecentraliseerde gemeenten, enz. enz.
Artikel 19 en 20.
Tegen de raden en commissies, in deze artikelen genoemd, maken wij ernstig bezwaar. Deze doen de plaatselijke zelfstandigheid te niet. Als adviserende instellingen ten behoeve van de verschillende kerkelijke vergaderingen zouden zij acceptabel zijn, doch stellig niet als zelfstandig optredende instanties. Daarvoor is naar Gereformeerd kerkrecht geen plaats.
Bovendien kunnen wij ons niet verenigen met de voorgestelde samenstelling daarvan, in zover het mogelijk is dat deze lichamen practisch geheel of nagenoeg geheel zouden bestaan uit personen, die buiten het diaconale leven staan. Immers om benoemd te kunnen worden, behoeft men slechts lidmaat der Kerk te zijn. Wij menen dat de deskundigheid van deze raden en commissies aanmerkelijk zal toenemen als tot leden van deze raden enz. alleen dienstdoende diakenen worden gekozen.
Artikel 21.
Ook ten aanzien van dit artikel hebben wij ernstige bezwaren.'De ruime bevoegdheden, welke aan de verschillende commissies, en raden worden gegeven, zijn onverenigbaar met de presbyteriale gedachte. Het gaat niet aan, dat b.v. een „breder diaconaal orgaan" het initiatief neemt tot het oprichten van een regionaal, provinciaal of generale diaconale instelling, waarvan de kosten door de plaatselijke gemeenten zouden moeten worden gefinancierd, ongeacht of men daar met de instelling instemt of niet! Wij achten dit een werkwijze te zijn, welke de Kerk onwaardig is. Geen overheersing (art. 5 Kerkorde)!!
Wordt dit artikel zo ingevoerd, dan wordt de Kerkeraad practisch een administratief lichaam om uit te voeren hetgeen bedoelde organen menen, dat geschieden moet.
Hetzelfde geldt voor het ingang doen vinden van „de juiste inzichten". Wij handhaven ten volle en met nadruk onze daaromtrent ingebrachte bezwaren en geven in het belang van een rustige ontwikkeling van het kerkelijk leven ernstig in overweging, het karakter van deze raden en commissies te wijzigen van regerende in adviserende. Wij bevelen daarom aan dit artikel te lezen als volgt: De bredere diaconale organen hebben bijzonderlijk tot taak de ambtelijke vergaderingen en de diaconieën omtrent diaconale aangelegenheden van advies te dienen".
Artikel 22 t.m. 24.
Na hetgeen door ons omtrent de raden en commissies reeds naar voren werd gebracht, zal het duidelijk zijn dat ook ten aanzien van de bijzondere diaconale raden onzerzijds, zowel ten opzichte van het karakter alsmede de samenstelling daarvan, een zelfde standpunt wordt ingenomen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's