De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geestelijke spelen en Lekespel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geestelijke spelen en Lekespel

8 minuten leestijd

Repristinatie, (d.i. : terugvallen op hetgeen verouderd is), zo luidde een haastig oordeel, als men opkwam voor de handhaving van onze gereformeerde belijdenis, zowel in het kerkelijk als in het nationale leven, b.v. als men aandacht vroeg voor de ambtelijke taak der overheid, zijnde Gods dienaresse. Mogelijk vond dat mede oorzaak in de omstandigheid, dat niet slechts de natuurphilosoof, maar vrijwel de beoefening der gehele wetenschap was verstrikt in een evolutionistisch denkschema. Hoewel dit zijn allesbeheersende kracht verloren heeft, neemt het nog vele geesten in beslag en op het terrein van kerk en theologie heeft het bij velen een nieuwe vorm aangenomen in een z.g. „dynamische" opvatting, welke zich vooral openbaart in de weerstand tegen een „statische" opvatting der belijdenis of eigenlijk van het geloof.

Uit dien hoofde volgen velen een op zich zelf zeer oppervlakkig oordeel over onze belijdenis als ouderwets en overleefd. Men stelt dan een zestiende en zeventiende-eeuws geloof tegenover een Christendorii van de twintigste eeuw en spreekt gemakkelijk van de vroegere belijdenissen der kerk.

Ten onrechte zoekt men dit te verdedigen met een opmerking, welke in schijn slechts op de vorm der belijdenis doelt, alsof men tegen­ hetzelfde geloof in de taal van de woordige tijd op het oog had.

Wij zijn inderdaad niet van mening, dat het een bewijs van echte vroomheid is, als men de Bijbel leest in de oud-Hollandse taal en voor vrouw b.v. wijf leest, de oude naamvallen behoudt, enz. Anderzijds mene men niet, dat vorm en inhoud niets met elkander te maken hebben, alsof men geen gevaar zou lopen met de vorm ook de zin te veranderen.

Wij zijn echter wel van oordeel, dat de twintigste-eeuwse Christen door hetzelfde geloof gerechtvaardigd wordt, hetwelk de gemeente der eeuwen deelachtig is geweest. De Christus zelf wijst de Joden' op het geloof van Abraham.

De reformatoren hebben zich dan ook wel degelijk rekenschap gegeven van de oude confessies en van de zekerheid, dat zij in het geloof der gemeente van de Christus der Schriften stonden.

De wijze, waarop volgens het officieel verslag over de apostolische geloofsbelijdenis in de Generale Synode tijdens haar laatste vergadering werd gesproken, geeft geen blijk van diezelfde geest en is zeer bedenkelijk.

Tegenover dit alles is het opvallend, hoe gemakkelijk men' terugvalt in oude en door het protestantistrie, althans door het gereformeerd protestantisme, overwonnen gebruiken.

Klaarblijkelijk zonder vrees voor repristinatie noch ook voor de onheilige en wereldse misbruiken, welke daaraan gepaard gaan en zelfs in de Roomse kerk van weleer weerstanden en verbodsbepalingen hebben gewekt.

Wij denken aan de „geestelijke spelen", of wil men het drama op kerkelijk erf, als middel van onderwijs en evangelisatie, het „kerkelijk" toneel. Allengs ontstonden in de oude kerk liturgieën betreffende de grote heilsfeiten, die aanleiding zijn geworden tot dramatische voorstellingen van de geboortegeschiedenis, van het lijden en sterven en van de opstanding des Heeren.

Het schijnt, dat in de 10e eeuw zulke dramatische voorstellingen in zwang kwamen, waarbij aan de kerstliturgie aanschouwelijke voorstellingen werden verbonden. Dit gebruik vond algemeen ingang in het Westen.

De geestelijke spelen bleven ook niet bepaald bij de feestliturgieën, maar maakten ook andere Bijbelse stof tot onderwerp van aanschouwelijke voorstelling : zoals Adam, de wijze en de dwaze maagden, de verloren zoon. Men sprak ook van profetenspelen.

Oorspronkelijk waren het geestelijken, die zulke voorstellingen gaven, en deze vonden in de kerk plaats. Typerend was b.v. het begraven (symbolisch) van een kruis in de nabijheid van het altaar op de Goede Vrijdag, hetgeen ook weer een rol vervulde op de Paasmorgen bij de uitbeelding van de op­ standing, waarbij ook de engelen, de vrouwen, Petrus en Johannes werden gespeeld.

Op „Driekoningen" kwamen drie geestelijken van verschillende zijden de kerk binnen om de Christus te zoeken. Zij ontmoetten elkander bij het altaar en deden hun schatten open.

Hoe ernstig aanvankelijk wellicht bedoeld, kon het spel de verleiding van het spel moeilijk ontgaan. Vast staat, dat het niet' altijd heilig en gewijd toeging. Reeds in de 12e eeuw rijzen klachten vanwege de ontaarding dezer spelen. Pauselijke decretalen richtten zich er tegen, althans tegen de onheilige uitwassen.

Men kan niet verwachten, dat het er beter op werd, toen zij dientengevolge uit de kerk werden gedrongen naar buiten. Daar kwam bij, dat de volkstaal allengs in de geestelijke spelen binnen sloop, als verklaring of omschrijving van de latijnse liederen, om later het latijn (en daarmede ook het lied) geheel te verdringen.

Eenmaal buiten gedreven werd de opvoering dezer spelen meer afhankelijk van de weersgesteldheid. Zij werden losgemaakt van Kerstmis en Paasfeest, naar gunstiger jaargetijde verschoven en deze zelfstandigheid heeft er zonder twijfel het hare toe bijgedragen, dat deze dramatische kunst ook in haar onderwerpen verder verwijderd raakten van de hturgiecn en zich over de Bijbelse stof ging uitbreiden.

Ook het aantal medewerkenden werd zeer groot, zodat men van massavoorstellingen kan spreken, terwijl de grote pleinen van de steden, waar deze gehouden werden, ook uitbreiding van het toneel mogelijk maakten. Tenslotte werd het een met het ander aanleiding tot verlenging van de tijd van het spel wegens de grote omvang der spelen, die tot volksfeesten uitgroeiden.

Hoewel de bezwaren, die later tegen deze spelen werden aangevoerd, door de middeleeuwse geest niet zozeer werden gevoeld, ontbreekt het toch niet aan maatregelen der gestelijkheid, om daaraan paal en perk te stellen. Het behoeft echter geen betoog, dat de reformatie niet zo welwillend stond tegenover deze voorstellingen, al schijnt men daartegen niet onmiddellijk strenge maatregelen te hebben genomen. Toch ontbreekt het niet aan synodale besluiten, waarbij deze spelen werden verboden, b.v. van de synode van Nîmes in 1572 e.a.

Het ligt trouwens in de reden, dat dit dramatisch bedrijf in het Protestantse land geen voortgang vond. Vooreerst liet de rein geestelijke opvatting des geloofs, de eerbied voor het 'heilige en de gehoorzaamheid aan het Woord niet toe, van het heilige een spel te maken. De reformatie kent slechts de dienst des Woords en dat Woord gepredikt in de taal van het volk.

De distantie tussen de kerktaal (Latijn) en de volkstaal was opgeheven. Deze distantie mag oorspronkelijk aanleiding hebben gegeven om door aanschouwelijke voorstelling de kennis van de Bijbelse geschiedenis dichter bij de mensen te brengen, doch de prediking in de volkstaal nam deze aanleiding weg. Men denke ook aan 't groot aantal ongeschoolde en ongeleerde mensen, dat tot de kerk toestroomde in de eeuw van Constantijn, zodat men ook zijn toevlucht nam tot beelden en schilderingen als „boeken der leken", om op aanschouwelijke wijze de grote menigte van analphabeten te onderrichten.

De reformatie echter drong aan op schoolonderwijs. Zij veroordeelde deze hulpmiddelen ook als „boeken der leken" en wilde van niets anders weten dan van het onderwijs in het Woord en de leer door catechese en leerkerk. Vandaar de grote betekenis van de Catechismus. Maar zou men de beelden in de kerken als boeken der leken niet mogen dulden ? Neen, want wij moeten niet wijzer zijn dan God, die Zijn Christenen niet door stomme beelden, maar door de levende verkondiging van Zijn Woord wil onderwezen 'hebben. (Vr. 98).

Het is volstrekt overbodig op de Schriftuurlijkheid van deze leer te wijzen, want men zal bezwaarlijk kunnen beweren, dat de apostelen anders geleerd hébben.

Uit het rein geestelijk karakter des geloofs volgt dit 2ó onbetwistbaar duidelijk, dat een iegelijk, die daarvan enig besef heeft, ook verstaan kan dat de voorwaarden in de Roomse veruitwendiging aanwezig voor zulke „geestelijke spelen", ten enenmale gaan ontbreken, waar de kerk der reformatie haar vitale kracht laat gelden en waar deze in het volksleven doorwerkt.

Het kan dan ook slechts als een teken van deformatie worden gezien, dat deze „geestelijke spelen" in onze dagen in sommige kringen weer herleven, als z.g. lekespel, dat daarvoor zelfs kerken ter beschikking worden gesteld en dat er predikanten en kerkeraden worden gevonden, die zulks bevorderen.

Er is niet de minste aanleiding om dit te doen voor analphabeten, want dan komt er niemand.

De kerk preekt niet meer in het Latijn, de Bijbel kan in ieder Protestants gezin aanwezig zijn 'en gelezen worden, — dit behoort althans zo te zijn.

De leer van de Catechismus, boven aangehaald, behoort aan predikanten en ouderlingen ten minste nog bekend te zijn en hen af te manen van dit onschriftuurlijk, wijl onheilig bedrijf.

Hoe wil men dit dan nog verdedigen en de heilige dingen op het toneel brengen ? Wij hebben inderdaad minder bezwaar tegen de wereldse toneelkunst dan tegen deze „geestelijke" of „lekespelen".

't ls waar, dat de toneelkunst, de toonen de beeldende kunsten niet zelden een onderwerp aan de Heilige Schfift ontlenen, maar dan is het om het menselijke drama te doen en legt de kunstenaar zich toe op de meest getrouwe imitatie van wat in de mens omgaat en hem beweegt. Daarin is iets onwaars. De kunst stelt ons altijd voor wat niet is, wat het wil zijn. Daarom kan een harer critici zeggen, dat zij welbewuste zelfmisleiding is.

Het onware treedt in zijn omheiligheid naar voren, als men „God" gaat spelen, zoals men in de passiespelen „Christus" speelt. De Christus wordt een rol, welke niemand zal willen en kunnen spelen, die het heilige als heilig heeft leren waarderen.

Het Evangelie wordt een rol, een schijnvertoning, als het tot een toneelstuk wordt gemaakt.

Wie dit verdedigt, moet wel teruggezonken zijn in de geestesgesteldheid van de middeleeuwse mens en zo hij zich beroemt op zijn Christendom in moderne stijl, vertoont deze opmerkelijke verwantschap met de Roomse.

S.

De gehoorzaamheid aan de Heihge Schrift behoorde ernstiger genomen en de goederen der Reformatie met meer trouw bewaard.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Geestelijke spelen en Lekespel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's