De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stolwijk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stolwijk

6 minuten leestijd

Van de secretaris van de Evangelisatie te Stolwijk, de heer Van den Berg, kreeg ik een schrijven naar aanleiding van het artikel van mijn hand in De Waarheidsvriend over de kwestie Stolwijk.

In dat schrijven oppert hij tal van bezwaren tegen mijn artikel.

Ik wil ze hier laten volgen :

Hij vindt het voorbarig, dat ik geschreven heb, dat de Vrijzinnigen elke Zondag een beurt in de kerk willen afstaan. Er is immers nog niets definitief beloofd.

Ik sprak van ouderlingen maar volgens de secretaris gaat het maar om één ouderling en één diaken.

De mannen van de Evangelistie ontkennen, dat er een aanbod is afgewezen. De vrijzinnige kerkeraad had immers nog geen aanbod gedaan.

Men vindt het voorts niet juist, dat ik geschreven heb, dat men niet in een kerkeraad wil zitten, waar ook vrijzinnigen in zitten. Ik had moeten schrijven, dat de hele ker­keraad vrijzinnig is. Ik heb wel vermeld, dat er verschillende predikanten en godsdienstonderwijzers zijn geweest, die hebben geadviseerd om eerst te trachten tot eenheid van gedragslijn in de boezem van de Evangelisatie te komen.

Dat ik heb geschreven, dat de ene helft er voor, de andere helft er tegen is, acht men ook niet juist. Bij de stemming onder de leden vóór of tegen toenadering, was de uitslag 33 tegen en 19 voor, dus geen helft.

Voorts heeft men er bezwaar tegen, dat ik de indruk wek, alsof dat aanbod van doopbeurten buiten de Evangelisatie omging. Reeds 5 jaar achtereen hebben doopen bevestigingsbeurten plaats gehad.

Ik schreef, dat sommige mensen hun kind niet wilden laten dopen door mijn zoon, ds. A. J. Timmer, die een avondbeurt vervulde in de kerk te Stolwijk.

Dat er maar één kind was, lag alleen maar aan de koude en ongesteldheden. Er is maar één man, de voorzitter van de Evangelisatie, die bezwaar heeft om zijn kind in de Hervormde kerk te Stolwijk door een gereformeerd predikant te laten dopen.

Dat er mannen in het Evangelisatiebestuur zitten, die nooit het H. Avondmaal hebben zien bedienen, acht men een grote onwaarheid. Waarom toch zulke onwaarheden geschreven? De laatste beschuldiging, die men in het schrijven tegen mij richt, is deze, dat ik eigenlijk door mijn geschrijf en door de oprichting van de afdeling verdeeldheid zaai in de Evangelisatie te Stolwijk.

Ziedaar, de beschuldigingen !

Wat moet de secretaris er op antwoorden ? Eerst dacht ik bij mijzelf om die brief niet te beantwoorden, maar aangezien de kwestie Stolwijk over en weer druk besproken wordt, was ik van mening om de beschuldigingen maar openlijk in De Waarheidsvriend af te laten drukken.

In de eerste plaats is er van voorbarigheid geen sprake aan mijn zijde. Er is geen haar van mijn hoofd, wat er over heeft gedacht, dat de zaak al in kannen en kruiken komt. Op de vergadering van de afdeling van de Geref. Bond te Stolwijk, die middelerwijl in de 40 leden telt, heb ik in het bijzijn van enige leden van het Evangelisatiebestuur gezegd, dat het er mij alleen maar om gaat om de onderhandelingen met de kerkeraad te hervatten. Ik heb mij zelfs het recht voorbehouden om tijdens de onderhandelingen met de vrijzinnige kerkeraad absoluut „neen" te zeggen.

Vorige week heb ik persoonlijk met het bestuur van de afdeling en de volledige kerkeraad van Stolwijk vergaderd, en nog kan ik niet zeggen, of het gelukken zal, nog veel minder hoe het precies gaan zal.

Meer hoef ik hierover niet te zeggen. Wij wachten op antwoord van de kerkeraad.

Is het inderdaad de schuld van de secretaris, dat er meningsverschil is in de Evangelisatie ?

Dacht men niet, dat ook ik het wenselijk zou hebben geacht, dat de gereformeerde mannen van Stolwijk de eendracht zouden bewaren, en in al deze dingen één lijn zouden trekken ?

In het schrijven mioet men het voorkomen alsof de secretaris van de Geref, Bond een wig heeft geslagen in het gereformeerde volk van Stolwijk.

Laat ik dan mogen mededelen, dat het op een vergadering van de Evangelisatie bij de bestuursverkiezing lang vóór de oprichting van een afdeling van de Geref. Bond, al tot een breuk gekomen was. Er waren toen 62 leden aanwezig. De beide aftredende bestuursleden, die tegen samenwerking waren, kregen 40 en 38 stemmen, maar het bestuurslid, dat vóór samenwerking met de kerkeraad was, kreeg maar 30 stemmen. Hij was dus niet eens herkozen. Bij een herstemming kreeg deze echter 32 stemmen. Hij was toen gekozen, maar bedankte, omdat hij wel zag dat hij de gewenste man niet meer was.

Dat ik in mijn artikel heb geschreven, dat de helft er voor, de helft er tegen was, vindt zijn oorzaak in de stemming over de heer Oosterom, die ongeveer de helft van de stemmen verkreeg.

Dat was voor mij de waardemeter. Ik heb nu gehoord van allerlei details en nu is het mij gebleken, dat er gedurig verandering van mening heeft plaats gehad.

Eerst waren vier bestuursleden vóór samenwerking, één tegen. Later werd dat anders. Op een latere vergadering waren er 29 vóór en 22 tegen samenwerking en 2 blanco. Weer later werd het : 33 tegen en 19 vóór.

Maar wat zeggen mij tenslotte al deze cijfers? Toen ds. Van der Haar en mijn zoon ds. A. J. Timmer op een Zondagavond' in de kerk optraden, waren het prachtige opkomsten. Als er gereformeerde prediking in de kerk komt, dan ben ik niet bang dat er geen mensen zullen komen. Dan blijft het ook niet bij de helft.

Wat betreft het niet willen laten dopen in de dienst des Woords en der sacramenten door een gereformeerd predikant, vind ik toch wel erg, dat de voorzitter van de Evangelisatie hier principieel tegen is. Hij vroeg consent aan de kerkeraad van mijn gemeente, om het kind hier te laten dopen. Dit is geweigerd.

Na 18 Sept. is er geen doopsbediening geweest, behalve die door mijn zoon in de maand Februari. Er was toen maar één kind. De heer Van den Berg schrijft het toe aan koude en ongunstig weer. Het zij zo. Ik kan dat niet beoordelen.

Op één punt was ik onjuist. Mijn zegsman zei tegen mij, dat ik het bepaald verkeerd verstaan moet hebben, toen hij zeide, dat er leden waren, die het H. Avondmaal nooit hadden zien bedienen. Ik dacht, dat dat bestuursleden waren. Het blijken gewone leden te zijn.

Ik bied op dit punt mijn verontschuldigingen gaarne aan. Het punt, waar het om gaat, blijft echter voor mij onveranderd vast staan. Of het een bestuurslid is of een gewoon lid, men ontwent aan het kerkelijk leven, en dat is erg.

En nu mijn laatste woord !

De onderhandelingen zijn aan de gang. We zijn niet voorbarig. We wachten af. Maar indien de mogelijkheid mocht geschapen worden om de gereformeerde prediking weer in de Hervormde kerk van Stolwijk te krijgen, laten dan allen eensgezind zich daar achter scharen.

TIMMER.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Stolwijk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's