Nog eens over het Evangelisatiewerk!
Het heeft mij aan belangstelling niet ontbroken, naar aanleiding van hetgeen ik heb geschreven over de gevaren, die verbonden zijn aan het evangeliseren in andere gemeenten.
Er kwamen tal van brieven. De meesten heb ik persoonlijk beantwoord.
Uit die brieven, die mij werden toegezonden, is het mij nog duidelijker geworden, voor welke moeilijkheden men in sommige plaatsen komt te staan. Ik acht het beter om hier geen namen van gemeenten of predikanten te noemen. Wèl wens ik enkele feiten te noemen, die mij ter kennis werden gebracht.
Er zijn plaatsen, waar de prediking van de bedienaren des Woords, - ook al behoren ze tot de Gereformeerde Bond, niet meer voldoet. Zeker, er zijn plaatsen waar mensen wonen, die kittelachtig van gehoor zijn, maar er zijn óok gemeenten, waar de predikanten een andere koers zijn ingeslagen. Ge denkt misschien, dat ik daarmede bedoel dat sommigen de liturgie van de kerkorde van Dordrecht verlaten hebben en nu ook zo nu en dan of gedurig Gezangen laten zingen.
Och, wat zal ik daarvan zeggen ? Meestal gaat het niet om dat Gezang, maar het is mij al vaak duidelijk geworden, dat het laten zingen van een Gezang een begeleidend symptoom is van andere veranderingen in prediking en opvatting, die veel dieper ingrijpen, dan de Gezangenkwestie.
Laat ik u toch eerlijk mogen vertellen, dat ik brieven heb ontvangen; uit gemgenr ten, waar onze mensen liever de predikanten van de Confessionele Vereniging beluisteren dan de predikanten van de Gereformeerde Bond.
Dan moet er toch wel een merkwaardige verschuiving in de prediking hebben plaats gevonden, dat men eigenlijk liever de Confessionele predikant hoort dan de predikant van de Gereformeerde Bond.
In sommige gevallen berust de schuld bij de kerkeraad. Die kerkeraad wilde de gereformeerde groep nog wel bevredigen door een predikant van de Gereformeerde Bond te beroepen, maar dan moest het er een wezen, die misschien in naam nog tot die Bond gerekend werd, maar inderdaad nog minder dan Confessioneel was.
Het gevolg is, dat tal van mensen in zulke plaatsen geen bevrediging meer vinden in de dienst des Woords in de Hervormde kerk en daarom gaan ze het elders zoeken.
En die het niet elders willen zoeken, komen bij de secretaris van de Gereformeerde Bond of bij een ander predikant, aan wien ze hun vertrouwen geven, en vragen, wat ik er van denk als ze in de week er ook eens mee zouden beginnen, om predikanten te laten komen, die nog weer in dezelfde geest prediken als de vroegere bedienaren des Woords, die men heeft gehad. En meestal wordt er deze stille bedreiging aan toegevoegd, dat men anders honderden mensen gaat verliezen. die onze kerk de rug toekeren.
Het is daarom goed, dat er helderheid kome in deze moeilijke kwesties. Er zijn enkele predikanten. Van wie men zou kunnen vragen of 2e nog tot de Geref. Bond gerekend kunnen worden. Enkelen hebben uit eigen beweging reeds voor de Gereformeerde Bond bedankt. Dat heeft ons eensdeels bedroefd, maar aan de andere kant komt de zaak daardoor ook zuiverder te staan. Als iemand liever Confessioneel is, laat hij dan óok als Confessioneel bekend willen staan. Men vare niet onder een andersmans vlag. Dat brengt op zee de grootste moeilijkheden met zich, maar zeker óok in de kerkelijke wereld.
Voor het hoofdbestuur van de Geref. Bond worden dit zeer moeilijke kwesties. Het werd mij kort geleden door andersdenkenden op een vergadering nog weer eens voor de voeten geworpen, dat de Geref. Bond tegen de Geref. Bond evangeliseert.
Ik kan mij indenken dat de buitenstaander het absurd vindt, maar voor wie de zaak meer intern heeft bezien, is het probleem lang niet zo eenvoudig, als men dit op het eerste gezicht zou zeggen.
Ik besloot mijn stuk over dé gevaren van het evangeliseren met de goede raad, dat predikanten, godsdienstonderwijzers en Evangelisatiebesturen goed zullen weten, wat ze doen.
Ik zeg dus maar niet zonder meer : Niet meer evangeliseren.
Het kan immers noodzakelijk worden dat er wordt geëvangeliseerd, en dan moet het gebeuren, met al de bezwaren, die er aan verbonden zijn.
We kunnen in dit artikel dus geen ogenblik generaliseren. Elk geval zal op zichzelf moeten worden bezien, zij het in biddend opzien tot God, met de onderzoekende vraag tot eigen hart, of het oprichten van een Evangelisatie inderdaad te verdedigen is voor God.
TIMMER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's