De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Werkt de belijdenis Kerk-ontbindend?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Werkt de belijdenis Kerk-ontbindend?

10 minuten leestijd

„De drie formulieren van onenigheid!" merkt men soms spottend op, wijzende naar de onderlinge verdeeldheid der Gereformeerde belijders.

In „De Hervormde Kerk" van 4 Maart j.l. geeft ds. Krop zijn beschouwing over het confhct in de Gereformeerde gezindte (Veenendaal, ds. Kok) weer en schrijft o.m. : „Men merkt in Veenendaal, als misschien in weinig plaatsen elders, hoe weinig kerkvormend de band van Drie Formulieren en tuchtoefening eigenlijk werkt".

Ook in „In de Waagschaal" van 3 Maart verscheen een artikel van de heer A. B. Lam over „De verwarring in de leerstellingen". Ook deze brengt de Drie Formulieren ter sprake. „Al deze Kerken staan op de grondslag der drie formulieren. Tenminste, in theorie ! In de practijk staan ze op de smalle basis van het eigen gelijk, en vandaar uit worden de andere Gereformeerde broeders beurtelings in de valse of in de ware kerk overgeplaatst!"

Aan het adres van prof. Severijn wordt gezegd, dat zijn oproep tot de eenheid van de Gereformeerde gezindte een tastbare onmogelijkheid is, terwijl hem tevens het advies wordt gegeven zijn krachten te wijden aan het herstel en wederopbouw (natuurlijk in de zin en betekenis van „In de Waagschaal" !) der Hervormde Kerk, welke een beter en hoopvoller onderneming is dan de eenheid der Gereformeerde gezindte. Tussen haakjes : Ik vermoed zo, dat onze Hoofdredacteur, die al tientallen jaren in de Hervormde Kerk zijn krachten geeft tot de wederopbouw (maar dan de waarachtige opbouw, n.l. naar Schrift en Belijdenis !) zeer getroffen zal zijn door dit gloednieuwe, van sprankelend vernuft getuigende advies ! De belijdenis kerkontbindend ? Drie formulieren van onenigheid ?

De practijk zou ons doen geloven, dat er in deze stelling enige waarheid schuilt, als we letten op al die kerkgemeenschappen, die zich met de Gereformeerde naam tooien.

Toch meen ik de geldigheid van deze stelling ten zeerste te moeten betwijfelen.

In de eerste plaats verspeelt men zijn recht te wijzen op de splitsing en afsplitsing der Gereformeerde groeperingen, omdat er buiten het Gereformeerde belijden van eenheid allerminst sprake is.

Hoeveel tegenstrijdige stromingen zijn er niet buiten het uitgesproken Gereformeerde standpunt, als we letten op de Schriftopvatting, waarheidsinterpretatie, liturgie, politieke houding, kerkopvatting, etc.

De artikelen van dr. Smits en dr. Berkhof enige weken terug in het officiële weekblad „De Ned. Hervormde Kerk" spreken een zeer duidelijke taal. De draad der geestelijke verbondenheid is hier wel zeer dun. De heef Lam leze deze artikelen nog eens na en vrage zich daarna af, of hij eigenlijk wel redenen heeft, zo , , hoopvol" gestemd te zijn.

Maar nu de Gereformeerde gezindheid zelf. Wij moeten het helaas erkennen : deze is een gespleten geheel in ons vaderland. Maar ik geloof, dat men verkeerd handelt, als men de oorzaak dezer gespletenheid gaat zoeken in de belijdenis zelf.

Neen, deze is te zoeken in factoren buiten de belijdenis.

In de eerste plaats in het feit, dat onze Kerk zelf aan de belijdenis ontrouw is geworden in de loop der jaren ; dit feit heeft niet alleen de afscheiding, maar ook de voortgaande splitsing in de hand gewerkt.

Tot de afgescheidenen zeggen we steeds : Gij ontloopt de schuld der vaderlandse Kerk niet, door u aan haar te onttrekken ; de schuld blijft op uw schouders rusten, ook al begint gij een nieuwe kerkformatie, gij blijft verantwoordelijk, met ons.

Tot onze Hervormde medeleden zeggen we: de splitsing der Gereformeerde gezindheid buiten onze Kerk treft ook ons en dan reëel gezien.

Splitsing ontstaat daar, waar wantrouwen heerst, wantrouwen tegenover de predikers. Dit wantrouwen vindt zijn wortels in de 18e en 19e eeuw, toen de moderne predikers hun beschouwingen op de kansels der Hervormde Kerk den volke gingen verkondigen.

Het kerkvolk nam dit niet, onttrok zich en het conventikelwezen bloeide.

Men ging afzonderlijk vergaderen.

De theologische leiding raakte toen zoek.

Men zocht eigen wegen en kwam terecht in een ongeestelijke vergeestelijking en een gevoelssubjectivisme.

Het Woord Gods verstond men niet, men noemde dit , , de letter" en men luisterde liever naar de stem van eigen hart, gevoel en inzicht. Toen deze gezelschappen uitgroeiden, werden het gemeenschappen, daarna gemeenten en hun voorgangers zich predikant. noemden

Zo zijn vele Gereformeerde '-' Oud-Geref.-, Ned. Geref.- en hoe ze verder mogen heten — gemeenten ontstaan.

Men kan hautain op deze groeperingen afgeven, maar de schuld ligt o. m. bij onze Kerk, die stenen inplaats van brood gaf.

Het uiterst modernisme is op vele plaatsen verdwenen, maar het wantrouwen is gebleven, zó zelfs, dat men in vele groeperingen ook de ware Reformatorische leer niet meer verstaat en men de predikaties naar bepaalde schema's en eigen inzichten gaat afmeten. Het Woord en de Belijdenis spreken ook dezulken niet meer aan. Ook zij zijn ontzonken aan de Belijdenis, die men zo hoog prijst, en men is verstrikt geraakt in eigen subjectivistische meningen.

De waarachtige leer der Kerk, op zo'n schone wijze beleden door de Vaderen, is verschraald tot enkele gemeenplaatsen van lijdelijkheid en wettischheid. 1)

En de schuld ?

Niet de belijdenis ! Maar : wij en onze vaderen, wij hebben gezondigd !

Het object van de belijdenis werd verlaten en men verviel in onze Kerk tot modernistisch subjectivisme, wat anderen heen dreef naar hun gevoelssubjectivisme.

Naar mijn inzicht wordt langs deze geschiedkundige lijn : een factor buiten de belijdenis, het ontstaan en het wezen van de voortgaande splitsing onder de Geref. en Oud-Gereformeerde gemeenten verstaan.

Er is nog een tweede factor, n.l. de scholastiek.

De Kerkgeschiedenis leert ons hoe na een tijd van geestelijke opbloei de inzinking komt en men het geestelijk verworvene op schoolse wijze gaat schematiseren en rationaliseren. De Reformatie heeft ook gehad haar scholastieke volgperiode bij de epigonen der Reformatie.

Leest men Calvijn, dan staat men verwonderd, op welke behoedzame wijze Calvijn er zich voor wacht in de scholastieke wateren terecht te komen. Calvijn kent het mysterie, het mysterie der vleeswording, der opstanding, der wedergeboorte, ook der openbaring. Men vindt bij hem niet een inspiratie- Zeer, zoals bij zijn volgelingen, ook niet een openbarings/eer, zoals bij Barth, die op grond van zijn dista, ntiegedachte de openbaring beperkt tot de vleeswording. Calvijn gelooft in het wondere feit der openbaring, jjiaar wacht er zich voor om dit rationeel uit te pellen.

De volgelingen hebben dit niet begrepen en zijn de Gereformeerde leer en het geestelijk leven gaan schematiseren.

De schorsing van ds. Kok door de Synode van de Geref. Gemeenten, heeft ons dat weer zeer helder laten zien. Men heeft zich teruggetrokken op de Oudvaders, minder op de belijdenis der Reformatie, nog minder op het Woord, zodat ds. Kok klaagt, dat hem geen enkel bijbelwoord is toegevoegd om hem te overtuigen van zijn klaarblijkelijk ongelijk.

Scholastiek kunnen we ook noemen de leer van de , , veronderstelde wedergeboorte" van Kuyper, deze leer is een uitvloeisel van een stelsel, dat Kuyper eerst zelf heeft opgebouwd.

In de Gereformeerde Kerken zijn steeds mensen geweest, vanaf de eerste inwerking van deze leer, die protest aantekenden (o.a, ds. Bos) tegen dit rationeel aanhangsel, dat ze niet in de belijdenis, noch in de Schrift Iconden terug vinden.

Ook de onenigheid tussen de Geref. Kerken en Geref. Kerken art. 31, is niet terug te leiden tot de belijdenis, (beide kerken hebben dezelfde belijd^is), maar tot een theologisch stelsel, uit de belijdenis voortvloeiende, dat beter in de professorenkamer had kunnen blijven. Men heeft een bepaalde Verbonds- en Doopsopvatting elkander willen opleggen, om van het zondig „menselijke" in deze treurige geschiedenis maar niet verder te spreken. Voor persoonlijke interpretatie en nuancering moet op de grondslag van dé belijdenis der Kerk tot op zekere hoogte ruimte bestaan. Datzelfde geldt ook voor de meer of minder subjectieve prediking.

De belijdenis zij de grondslag, niet een of andere theologische redenering. Onze Vaderen lieten ook ruimte over voor de infra- en supra lapsarische opvatting.

Naast deze scholastieke factor wil ik nog wijzen op een derde factor.

Het proefschrift van dr. Langman „Kuyper en de Volkskerk" stelt ons nog weeieens helder voor ogen de beweegredenen van de doleantie.

Een der stuwende grondmotieven van Kuyper was wel de mening, dat een voortgaande afsplitsing een noodzakelijke voorwaarde is voor de ware eenheid, die zich in de eeuwigheid zal openbaren (pluriformiteit der Kerk).

Ik geloof niet, dat er nu nog veel Gereformeerden zullen zijn, die deze stelling voor hun rekening zouden nemen.

Zeker is, dat dit splitsingsproces bij Calvijn niet terug te vinden is. Hij werkte meer bindend en verbindend en zocht de eenheid op de fundamenten der Kerk. Bij alle nuancering zocht hij de gemeenschap des geloofs in de fundamentele leerstukken als drieëenheid, volbrachte, werk van Christus, etc.

Het zou de moeite waard zijn te onderzoeken of Kuyper's splitsingsgedachte, die aangestuurd heeft op de doleantie, niet samenhangt met een bepaalde wijsgerige denkinstelling : n. l. het denken in gedifferentieerde vorm eind vorige eeuw. 2)

Wij, mensen van midden 20ste eeuw, denken meer verbindend.

Ook hier merken we op een bijkomende factor, die met het wezen der belijdenis niets te maken heeft.

De belijdenis deed zijn kracht gelden, ook in onze Hervormde Kerk, die volgens Kuyper in de modderpoel van het modernisme zou ondergaan.

De geschiedenis heeft aangetoond, dat Kuyper zich zeer vergist heeft.

We hebben enkele factoren genoemd, die aanleiding hebben gegeven tot voortgaande splitsing van de Gereformeerde gezindheid. er zullen er nog wel meer zijn, factoren buiten de belijdenis, .

De belijdenis zelf werkt kerkverbindend en zoekt de eenheid van allen die „eenzelfde geloof" deelachtig zijn.

Zeker, de belijdenis wordt hoog geroemd door hen, die haar niet kennen, anderzijds is óok waar, dat de belijdenis wordt verworpen door hen, die haar niet kennen en die alleen maar aan kluisters en banden denken.

Ook moeten wij niet vergeten, dat door discussie en polemiek het licht alleen valt op de onderlinge verschillen; men vergete niet, dat er vele punten van „enigheid des geloofs" zijn, als : Schriftopvatting, Driëëenheid, verzoening, ambten van Christus, etc.

Wij moeten in en buiten de Kerk terug naar de Reformatie, als de ware binding der eenheid.

De Gereformerden, die ronddobberen op subjectivistische wateren, moeten terug ; de Barthianen in onze Kerk moeten terug. Barth distantieert zich naar zijn eigen woorden in vele punten van de Refomatorische belijdenis, wij allen moeten terug.

Ons lichtende ideaal is de Gereformeerde gezindheid, verenigd in onze oude Kerk, die nog steeds de Gereformeerde belijdenis heeft.

De heer Lam adviseert, meer arbeid te besteden aan de wederopbouw van eigen Kerk dan aan de Gereformeerde gezindheid buiten die Kerk.

Wij zijn , , oecumenischer" dan de heer Lam, daar wij de kerkgemeenschap ook trachten te zoeken met hen, die in geloofsgemeenschap onze broeders en zusters zijn.

Wij zijn ook „kerkelijker" dan de heer Lam, daar we in onze eigen Kerk willen bouwen op het fundament der Kerk, dat is haar belijdenis van de Waarheid Gods.

Een eenheid zonder geloofsfundament is de fictie van water en vuur, wat zich niet verenigt.

Daarom is de belijdenis nu juist zo verbindend !

Amsterdam.
H. Jonker

P.S. 

1) Vader Brakel spreekt in zijn boek „De Redelijke Godsdienst" I, in het hoofdstuk „Men moet sich bij de Kerke voegen ende bij deselve blijven" een soortgelijk oordcel uit over de „wegblijvers". 

2) Kuyper in „Predikatiën", blz. 399 : „De taak onzer eeuw is de splitsing der kerk zó zonder sparen door te werken, tot de Geest van Christus maatstaf zij van kerkformeering.........

Zoolang ge de volkskerk handhaaft en de arbeid der Hervorming niet door voortzetting van het splitsingsproces voltooit, is de dienaar geen herder en hebt ge voor het priesterschap geen terrein.......

Hef die eene massale kerk op, laat die gedrochtelijke kolossus door eigen topzwaarte kantelen, vergruizelen in zijn deelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Werkt de belijdenis Kerk-ontbindend?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's