Het gebed voor Zijn vloekers
Vader, vergeef het hun. want zij weten niet wat zij doen. Lukas 23 vers 34a.
In dit eerste kruiswoord van de Heere Jezus Christus beluisteren we een gebed tot Zijn Vader. In dit gebed vraagt Hij voor Zijn moordenaars vergeving.
Wij beluisteren dus niet van Zijn kruis niet het woord tot Zijn vijanden : Ik vergeef u deze zonde. Dit te vergeven is niet Zijn zaak, maar de zaak des Vaders.
Door al het onrecht. Hem aangedaan, zijn zij in Zijn oog grote schuldenaars tegenover Zijn Vader. Horen wij zo in het woord van de Heiland niet het zegenen van hen, die Hem vervloeken ? Inplaats van de bliksem van Zijn Vader af te bidden om dit grote kwaad daadwerkelijk aan Zijn moordenaars te straffen, is Hij te midden van al Zijn lijden biddend werkzaam voor hen bij Zijn Vader.
Hoe heet Hij niet alleen Jezus maar ís Hij tevens de Zaligmaker en Redder.
Wordt ons door dit eerste kruiswoord de zonde van de Messiasverwerping niet duidelijk geopenbaard als een zonde tegen Israels God ? Hij, Jezus van Nazareth, wordt maar niet zonder meer door Israël verworpen, maar in Zijn verwerping heeft het oude bondsvolk uitgebannen en uitgewezen Hem, Die in naam en in opdracht van Israels bonds-God tot Zijn volk was gekomen.
Jezus' verwerping is dus de Messiasverwerping.
Wanneer in de lijdensweken de keus tussen Jezus en Barabbas gedaan wordt, wil het licht van Gods heilig Woord ons dit tekenen als de keus tegen eigen heerlijkheid en tegen de heerlijkheid van het nageslacht. Hoe waren Gods beloften tot Israël gekomen, nauw verbonden met Hem, Die niet als van God gegeven werd ontvangen. Buiten de Messias had dit volk geen toekomst, maar in de beloofde Profeet wachtte een heerlijk toekomstbeeld het volk, uit Abraham gesproten.
Niet alleen spreekt ons dit kruiswoord van gemaakte schuld tegenover Zijn Vader, maar dëarnaast wordt deze zonde gekarakteriseerd als een niet weten wat zij doen.
Dit is niet bedoeld als een conclusie van ontoerekenbaarheid. Hiermede wil de Heiland niet de daad van Zijn verwerping verschonen en verkleinéiK Veeleer wil dit zijn een typering van Israels daadwerkelijke toestand, waarin het gekomen was.
Zó diep was het bondsvolk gevallen in de weg der zonde, zozeer was het verduisterd van verstand, dat het hier de leugen zoekt boven de waarheid. In de verwerping van Hem zocht het volk Gods van de oude dag het leven, terwijl in deze weg Israël greep naar eigen ondergang en naar een wereld van ellende over het late nageslacht. Zelfs onder de schijn van Gode ter ere, werd het grootste onrecht jegens Gods barmhartigheid verricht.
Achter de zonde der onwetendheid kan Israël nooit zich verontschuldigen, daar de Christus-verwerping komt te staan in het licht van de Godsopenbaring, aan Zijn volk gegeven. Aan de ene zijde ontving het Israël van de oude dag de openbaring door Mozes en de profeten, waarin op duidelijke en klare taal de Messias was aangekondigd. Aan de andere zijde had Hij, Die vervloekt inplaats van gezegend werd, onder dit Oud-Testamentische volk Zich alleen met beroep op de van God gegeven openbaring kenbaar gemaakt als Degene, Die komen zou.
Zich zelf verontschuldigen zou betekenen Gods openbaring aan te randen of Hem aan te klagen. Die het : „er staat geschreven" tot levensdevies heeft gehad.
Wat een grote liefde tot dit Zijn volk, waardoor Hij Zich verworpen weet, wil dit eerste kruiswoord ons openbaren.
Het was Zijn volk, om de wille van Zijn Vader. Als de gezondene des Vaders en niet anders, wist Hij! Zijn plaats onder Israël. Wordt in dit licht dit kruiswoord ons niet pas recht duidelijk ? Omdat Hij Zich als de gezondene des Vaders door Israël verworpen wist, was deze vergeving een aangelegenheid des Vaders. Boven het kruis kon Israels bonds-God met betrekking op Israels Messias wel schrijven : „Zij hebben niet U, maar Mij verworpen".
Niet een van Gods profeten, maar de ten laatste gezonden Zoon van de Heer van de wijngaard werd uitgestoten en uitgebannen buiten de legerplaats.
Is daarom voor dit volk niet een eeuwige gramschap Gods te wachten, waaraan geen ontkomen mogelijk is ?
Is deze zonde van dit kruis te verzoenen, op welk een wijze dan ook ?
Wordt er ooit nog een mogelijkheid voor dit diep schuldige, maar niet minder diep ellendige volk des Heeren gevonden ?
Hij, Die alleen bidden kan, maar ook alleen bidden mag, heeft, daar waar vloek, hoon, smart en verachting Zijn deel v/as, gebeden voor Zijn moordenaars.
Hij, Wien al die smaadheid is aangedaan, heeft gebeden bij Zijn Vader het gebed om vergeving. Daar aan het kruis is de vervloekte een voorbidder voor Zijn vloekers.
Hij bidt niet tevergeefs. Zijn vragen is niet ijdel. Ook dit eerste kruiswoord heeft verhoring gevonden. Groot mag de schuld zijn, diep mag de kloof door de Christusverwerping worden genoemd, maar groter en heerlijker is de vrucht der gehoorzaamheid, door Hem de Vader gebracht.
Want nooit zal er een tekort aan vergeving oorzaak zijn van Israels buitengeworpen worden. Wiè bij de troon der genade mag worden afgewezen, zeker niet het oude bondsvolk Israël of één van het oude volk, wanneer het schuldbewust en berouwvol als Messiasverwerper Hem leert erkennen als de van God geschonkenc.
Heerlijk en wijd is het vergezicht voor dit diep gevallen volk, maar niet minder rijk van inhoud wil dit woord vandaag aan de dag zijn voor het volk van de nieuwe bedeling. Het onderscheid tussen het Oud-Testamen-
tisch bondsvolk met de Nieuw-Testamentische gemeente mag groot zijn. Maar waarin onderscheiden, beiden zullen elkander hebben te vinden in het één-zijn in de Christusverwerping.
Want Jood en Christen zullen in de weg der ontdekking open oog hebben voor het verspeelde recht in Gods barmhartigheden.
Want Jood en Christen zullen samen in de weg van zelfkennis en Godskennis instemmen met het woord van de Psalmist :
Zo Gij in 't recht wilt treden;
O', Heer, en gadeslaan
Onz' ongerechgtigheden.
Ach, wie zal dan bestaan ?
Wie zal dan bestaan ?
Geen Jood en geen Christen.
Arme mens, die meent te kunnen bestaan voor de heihge God door eigen kunnen en eigen sterkte. Wat een bestaan wordt er gevonden in eigen kunnen en eigen sterkte. Wat een bouwen en vertrouwen op iets van ons, waarin we het er beter afgebracht hebben dan Israël van de-oude dag. Wat noodzakelijk het licht van de Geest des Heeren om niets en niet meer te hebben in en van onszelf om voor God ons staande te houden.
Hoe noodzakelijk om de Christus-verwerping niet alleen als zonde uit het verleden te bespreken, maar als zonde in het heden te beleven. Dan, ja dan alleen wordt het in eigen oog buiten hope, maar dan, en dan ook alleen wordt ons buiten hope de weg, waarin tot verbazing der aanschouwers in Jezus Christus gegeven is de Voorbidder bij uitnemendheid.
In Zijn voorbede is plaats voor allen, die buiten Hem voor eeuwig omkomen moeten.
Noodzakelijk en onmisbaar is voor een ieder van ons, zó toe te nemen in waarachtige zelfkennis, opdat het niet alleen de Joden zijn, maar ook wij in en door onze zonden. Die Hem aan 't kruis hebben gebracht.
Doch heerlijker is het om Hem te kennen in Zijn biddende voorspraak bij Zijn Vader voor Zijn moordenaars.
't En zijn de ]oden niet. Heer Jesu, die u cruysten.
Noch die verradelijck u togen voor 't gericht.
Nóch die versmadelijck tt spogen in 't gesicht,
't En zijn de crijchs4uy niet, die met haer felle vuysten,
Den rietstock hebben of den hamer opgelicht.
Of het vervloekte hout op Golgotha gesticht.
Of over uwen rock tsaem dobbelden en tuyschten:
Ick ben 't, o Heer, ick ben 't die u dit heb gedaen.
Ick ben den swaren boom die u had overlaên,
Ick ben de taaye streng daermeê ghy ginct gebonden,
De nagel en de speer, de geesel die u sloech.
De bloet-bédropen croon, die uwen schedel droeg :
Want dit is al geschiet, eylaas ! om mijne sonden.
Ooltgensplaat.
A. H. SONNENBERG.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's