Korte samenvatting van bezwaren tegen Ordinantie 14 voor het Presbyteraat en voorstellen van wijziging
Met betrekking tot ordinantie 14 voor het Presbyteriaat merken wij op, dat het ons inziens aan te bevelen is, dat in artikel 1 de volgende veranderingen worden aangebracht.
a. de zin : „het dragen van de medeverantwoordelijkheid voor de bediening des Woords en het rechte gebruik der sacramenten" worde aldus gelezen:
„het dragen van de medeverantwoordelijkheid voor de rechte bediening des Woords en het rechte gebruik der sacramenten en voorts het mede toezicht houden op de lering en de wandel der dienaren des Woords, teneinde alles tot stichting der kerk gericht moge worden, en dat geen vreemde leer worde voorgesteld".
b. de zin „de verzorging van de stoffelijke belangen der gemeente, voorzover niet van diaconale aard", worde geschrapt.
c. de zin „de arbeid onder hen, die van het Evangelie zijn vervreemd", worde aan het slot van artikel 1 geplaatst.
Toelichting.
a. Het verblijdt ons, dat in deze tweede lezing aan ons bezwaar zover is tegemoet gekomen, dat er nu ook hier wordt gesproken van „het rechte gebruik der sacramenten". Maar waarom nu ook niet gesproken van de rechte bediening des Woords? Dat is ons inziens evenzeer noodzakelijk.
Het verdient ons inziens aanbeveling, om de toevoeging „en voorts het mede toezicht houden op de lering" in deze ordinantie op deze plaats op te nemen, omdat dit en volgens het Formulier tot bevestiging van ambtsdragers en volgens artikel 23, Hoofdstuk II van de Dordtse Kerkorde, een van de voornaamste plichten der ouderlingen is.
b. Voor de schrapping van de woorden: „de verzorging van de stoffelijke belangen der gemeente, voor zover niet van diaconale aard", wordt verwezen naar hetgeen onzerzijds is opgemerkt bij ordinantie 16. Daar is op verschillende gronden betoogd, dat de figuur van ouderling-kerkvoogd niet moet worden ingevoerd. 't Doet ons leed, dat niettegenstaande van verschillende zijden ernstige bezwaren zijn ingebracht tegen deze figuur, de Synode hem toch handhaaft. Hij is en wordt ook nooit ouderling. Hij wordt als ouderling bevestigd en is daarna kerkvoogd. Omdat wij ons daarmede niet kunnen verenigen, hebben wij ook bezwaar, dat zijn taak hier wordt vermeld.
c. Wanneer door ons wordt voorgesteld de zin: „de arbeid onder hen, die van het Evangelie zijn vervreemd", aan het slot van artikel 1 te plaatsen, geschiedt dit niet, omdat onzerzijds het grote gewicht van deze taak niet wordt gevoeld. Integendeel. Wij zijn echter van oordeel, dat de volgorde dient te zijn als in artikel 2 van deze ordinantie. Daar wordt onder 1, genoemd het huisbezoek bij de leden der gemeente; onder 2. de catechese en de vorming der jeugd van de gemeente, en daarna onder 3. de arbeid onder de van het Evangelie vervreemden, enz.
Artikel 2.
Wij zijn van oordeel, dat het aanbeveling verdient om in dit artikel niet te spreken van „Consistorium", maar van Kerkeraad en in de laatste alinea dus de woorden : neemt het Consistorium het opzicht enz., te lezen: handelt de Kerkeraad naar de bepalingen van het tweede en derde Ud van het opzicht.
Toelichting.
Wij zijn van oordeel, dat dit een zaak is, die bij de Kerkeraad behoort.
Artikel 4.
In dit artikel worde alinea 1, 2 en 3 en ook de laatste alinea geschrapt.
Toelichting.
Voor de schrapping van alinea 1, 2 en 3 wordt verwezen naar hetgeen in artikel 1 reeds is genoemd inzake de ouderling-kerkvoogd.
Deze figuur hoort niet onder het presbyteraat.
Wat de schrapping van de laatste alinea betreft, merken wij op, dat deze alinea niet overeenkomstig het formulier voor de bevestiging van ambtsdragers is. Hoe kan iemand, die bevestigd is overeenkomstig dit formulier en de vragen bevestigend heeft beantwoord, daarna worden vrijgesteld van het gewone werk, waarvan hij even te voren plechtig heeft verklaard te geloven, dat hij daartoe geroepen is.
Artikel 5.
Dit is een nieuw artikel, waarvan wij niet alleen de noodzakelijkheid niet inzien, maar waartegen wij groot bezwaar hebben. Ons grote bezwaar is tegen het Reglement van 1816, dat onze Kerk onder een bestuur is geplaatst. De hoop, dat de nieuwe kerkorde ons daarvan zou verlossen, verdwijnt hoe langer hoe meer. Er worden zoveel raden en commissies ingesteld en gevoegd bij degenen, die er helaas al zijn, dat wij weer een bestuursorganisatie krijgen.
Tegen vele dingen, die hier genoemd worden, hebben wij zeer zeker geen bezwaar, doch dit kan presbyteriaal worden geregeld.
Dit alles overwegende, verzoeken wij U met grote ernst dit artikel terug te nemen en deze zaken over te laten aan de gemeenten.
De Studie-commissie van de Gereformeerde Bond.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's