De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Antwoord aan vele schrijvers over mijn artikelen over de kerkelijke verdeeldheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Antwoord aan vele schrijvers over mijn artikelen over de kerkelijke verdeeldheid

7 minuten leestijd

Ik heb al de brieven en courantenartikelen, die mij naar aanleiding van mijn schrijven werden toegezonden, nog niet helemaal doorgelezen. Toch heb ik er een begin mee gemaakt en wens naar aanleiding van de geopperde bezwaren nog even op de zaak terug te komen. Van verschillende zijden heeft men het mij kwalijk genomen, dat ik het bekende woord van Kohlbrugge heb aangehaald, die aan ds. Brummelkamp schreef, dat het zaad der afscheiding van de Heere Zebaôth vervloekt was.

„Zulke dingen moet men niet in een kerkelijk weekblad schrijven, dat verwekt juist ergernis en het is de Heere niet aangenaam. Wij lezen er ook niet over in Gods Woord" — zo schrijft mij iemand.

En dan volgt verder de mededehng, dat hij de Hervormde Kerk heeft verlaten en met volle vrijmoedigheid naar de Gereformeerde Gemeente is overgegaan, en dat de prediking van ds. Overduin hem tot rijke zegen is geweest.

Anderen verzekeren mij, dat er onder al die groepen, die zich van de Hervormde Kerk hebben afgescheiden, vele kinderen Gods gevonden worden en dat ik die kinderen Gods niet mag aanranden.

Och, och, moet ik nu voor de zoveelste maal nog eens opnieuw zeggen, dat ik dat ook wel geloof, dat God ide Heere in al die kerkformaties op de bodem van Schrift en Belijdenis er heeft, die Hij de Zijnen noemt?

Laten al die schrijvers zich geruststellen. dat dit door mij geen ogenblik wordt ontkend. Stellig is het deel hebben aan Gods genade voor eigen hart en leven van oneindig groter waardij, dan te behoren tot welke kerkformatie ook.

Men mene echter niet, dat de Schrift de onderhnge verdeeldheid niet bestraft. Wat lees ik in 1 Corinthe 3, te beginnen met het 3e vers : „Want gij zijt nog vleselijk; want dewijl onder u nijd is en twist en tweedracht, zijt gij niet vleselijk, en wandelt gij, niet naar de mens ? Want als de een zegt: Ik ben van Paulus ; en een ander : Ik ben van Apollos; zijt gij niet vleselijk" ?

We zien dus, dat het begin van de splijtzwam zich al in de Corinthische gemeente heeft geopenbaard. En in het eerste hoofdstuk stelt hij de vraag nog vee! scherper : „En dit zeg ik, dat een iegelijk van u zegt: Ik ben van Paulus ; en ik van Apollos ; en ik van Cefas ; en ik van Christus".

Heeft Paulus met die verdeeldheid genoegen genomen ? Heeft hij gezegd, dat we er ons maar in moeten verblijden, dat er onder ' die verschillende groepen toch wel kinderen Gods gevonden worden en dat dat het voornaamste is ? Heeft hij gezegd, dat we ons over die verdeeldheid maar niet verder moeten verontrusten en het maar moeten laten voor wat het is ?

Neen, de lezers in Corinthe worden voor de ernstige vraag geplaatst of Christus gedeeld is ?

Met andere woorden : die verdeeldheid mag niet voortduren.

Laat ik dan in alle ernst en liefde mij tot al die schrijvers mogen wenden met de vraag, hoe die verdeeldheid moet worden opgelost.

Ds.B. Hennephof te Dordrecht heeft in zij, n blad „Tot de Wet en de getuigenis" bijna vijf kolommen gewijd aan de bespreking van mijn artikel. Ik dank hem zeer voor de vriendelijke toon, waarop hij dat gedaan heeft, ook al kon hij het niet met. mij eens wezen. Zijn betoog komt ten slotte hierop , neer, dat er door de Gereformeerde kerkeraden in de Hervormde Kerk niets positiefs gedaan wordt. Mijn beroep op de almacht Gods, om onze diep gezonken- Kerk nog op te richten, beantwoordt hij met 't volgende:

„Maar dan vraag ik aan collega Timmer : Zijn wij stokken en blokken?"

Neen, geachte, collega Hennephof, we wensen geen stokken en blokken te wezen. Het is veel moeilijker voor mij om als bedienaar des Woords en als secretaris van de Gereformeerde Bond in een Kerk als de onze te wezen, dan het voor u is om te wezen in uw eigen kerkformatie. Ik sta van 1 Jan.—31 Dec. in het midden van de strijd, pogend om op alle terreinen te getuigen en op te komen voor Gods Woord en de belijdenis. Gelukkig ben ik nog vrij, om Gods Woord in al zijn volheid uit te dragen.

Nu weet ik wel, wat men hierop zal willen zeggen. Men moet het in een doopkwestie of attestatiekwestie maar eens laten aankomen op de ere Gods en dan zal men wel zien, wat er met de trouwe wachters geschieden zal.

Maar dat doen we nu juist niet. Ook in de tijd van de Koningen hadden er reformaties plaats. Toch werden niet altijd onmiddellijk de hoogten weggenomen. Hoe verkeerd die hoogten ook mogen geweest zijn, op het bestaan van die hoogten hebben de profeten het werk van de reformatie niet laten afspringen.

Maar 't zij zo ; laat men ons dan maar, houden voor stokken en blokken. Mag ik in goeden gemoede aan ds. Hennephof vragen, wat zijn antwoord dan wel zal zijn op de vraag van de apostel, of Christus gedeeld is ?

Laten dan de mannen van de afscheiding die vraag eens daadwerkelijk onder de ogen zien. Ik ben het met ds. Hennephof eens, dat het moet komen tot daden. Welaan, laat hij het ons zeggen, indien hij het weet. Ik doe deze vraag in heilige ernst, want het raakt de eer van de Koning der Kerk.

Ds. Hennephof schrijft in zijn artikel :

„Wij wachten reeds zo lang, opdat de zich noemende Hervormde Kerk weer Kerk worde, opdat wij kunnen wederkeren".

Zie, geachte collega, dat zie ik nu juist geheel anders. Op het terrein van de red­ ding van de arme zondaar, zult u stellig zo niet spreken. Het is niet zo, dat de Heere pas in het hart van de zondaar wil wonen, nadat die zondaar zich eerst gereinigd heeft. Neen, de Heere maakt juist woning in het diep verdorven zondaarshart. Zo deed God de Heere het onder Israël' ook met Zijn kerk. De profeten van Israël hebben niet gezegd, dat ze pas zouden terugkeren in de tempel, wanneer het alles in die tempel weer in het reine was.

Neen, dat is ; niet Gereformeerd, collega Hennephof. Het kan naar mijn bescheiden mening alleen terecht komen als Gods ware volk in die diep gezonken Kerk weer haar schuld komt belijden.

Ik herinner mij in dit verband een gesprek van ruim tien jaar terug, toen de beide predikanten uit de Gereformeerde, Kerk van Ermelo mij verzekerden, dat ze gaarne weer zouden terugkomen in de Hervormde Kerk, als eerst maar die Haagse Synode verdwenen was. Immers in hart en nieren was men voor de eenheid van Gods Kerk. Er werd toen juist in Ermelo aangekondigd, dat er enkele weken later een Chr. Gereformeerde Kerk van ± honderd leden en doopleden zou worden geïnstitueerd.

Ik heb toen mijn Gereformeerde collega's er op gewezen, dat er tussen hen en de Chr. Gereformeerde Kerk toch geen Haagse Synode stond. Ze konden dus trachten om de scheiding te voorkomen.

Inderdaad las ik in de grote pers enkele weken later, dat er door de Gereformeerde Kerk van Ermelo een poging werd gedaan om zich met de Chr. Gereformeerden te verenigen.

Bij die poging is het gebleven. Het heeft niets uitgewerkt.

Mag ik daarom vriendelijk verzoeken aan ds. Hennephof, om ons eens mede te delen welk antwoord hij wenst te geven op de vraag van de apostel, of Christus gedeeld is ? En ik mag toch wel hopen dat hij, die met alle waardering, ons toch maar voor stokken en blokken houdt, ons een betere weg zal aanwijzen om te komen tot de oplossing van HET kerkelijk vraagstuk. Let wel, het kerkelijk vraagstuk. Niet het vraagstuk van de Hervormde Kerk, niet dat van de Gereformeerde Kerk, of dat van de Chr. Gereformeerde Kerk, of Gereformeerde Gemeente of Oud-Gereformeerde Gemeente, enz. enz., maar de oplossing van het vraagstuk van de verscheurde Gereformeerde Kerk.

TIMMER.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Antwoord aan vele schrijvers over mijn artikelen over de kerkelijke verdeeldheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's