Uit het Buitenland
Een raak oordeel.
In verschillende steden van India vinden grote feestelijkheden plaats in verband met het beeld van Onze Lieve Vrouwe van Fatima, dat uit Portugal naar India is gebracht, en dat door de versierde straten wordt gevoerd. Portugese priesters houden inzamelingen, bestemd voor de Portugese missiegebieden.
De Hindoe-bevolking staat zeer sceptisch tegenover de wonderverhalen, die met de vertoning van het beeld de ronde doen. Een groot dagblad in India, waarvan de redacteur een Hindoe is, noemde de festiviteiten een „manifestatie van de meest primitieve vorm van afgodendienst". Hij waarschuwde de Hindoes er voor zich niet te laten verleiden en terug te vallen tot een afgodendienst, die men bezig is te overwinnen. Andere vooraanstaande Hindoes hebben op gelijke wijze hun mening te kennen gegeven.
*
De Islam staatsgodsdienst in Syrië ?
In een gemeenschappelijke nota aan de wetgevende vergadering in Damascus spreken de prelaten der Grieks-Orthodoxe en R. Kath. Kerk in Syrië zich uit tegen de in de nieuwe grondwet opgenomen clausule, volgens welke de Islam tot staatsgodsdienst zou worden verheven. De kerkelijke leiders verklaren in deze nota, dat niet-mohammedaanse burgers gedwongen zouden worden het land te verlaten, wanneer de Islam: de voorgestelde positie zou verkrijgen, omdat zij zich op grond van hun geloof niet kunnen onderwerpen aan wetten, welke hun door een andere godsdienst worden opgelegd.
Dit bericht zou misschien niet zo onze aandacht trekken, indien niet in Indonesië het gevaar van een soortgelijke ontwikkeling bestond. De nieuwe staat, die als nog een „derde weg" tussen beide zoekt te gaan, wordt enerzijds bedreigd door het communisme en anderzijds door de Mohammedaanse orthodoxie, die steeds weer herhaalt, dat Indonesië een Islamietisch land is, voor 90 % door Islamieten bewoond en die daarom dit land niet aan „ongelovigen" wil laten.
„Volgens de orthodoxe Islam", zo lezen we in „de Hervormde Kerk" in een artikel over deze bedreiging van de nieuwe staat en gehele gemeenschap „wordt meestal aangenomen, dat de wereld in tweeën te verdelen is. Het ene deel is de „dar-oel-Islam", het andere deel de „dar-oel-harb". Het eerste is het „gebied van de Islam", het tweede het „gebied van de strijd".
De „dar-oel-Islam" is het voor een Islamiet ideale woongebied, dat door hoofdzakelijk Islamieten wordt bewoond, terwijl de gedulde niet-Islamieten zich aan de Islamietische leiding hebben onderworpen. In dit gebied van de Islam gelden als landswetten de wetten van de Islam. Want de godsdienstige Wet van de Islam heeft niet alleen betrekking op de verhouding tussen God (Allah) en de mens, maar omvat ook het leven van de gehele gemeenschap, de Staat ingesloten. In plaats van een modern „Burgerlijk Wetboek" wordt dus de 1000 jaar oude Islamietische Wet in ere hersteld. Zo is dit „gebied van de Islam" een echte Islamstaat, onder leiding van een Islamietisch staatshoofd.
Volgens de orthodoxe leer is het andere deel van de wereld de „dar-oelharb", dat is : „het gebied van de strijd". De niet-Islamietische wereld wordt beschouwd als gebied, dat voor de Islam moet worden veroverd, waarna dat gebied óók gaat behoren tot de „dar-oel-Islam". Om dit te bereiken, zijn de vromen verplicht tot de „djihad", dat is de „heilige oorlog", de „strijd in de weg van Allah". Zó althans is de opvatting geworden in de latere Islam. Of de profeet Mohammad zélf dit werkelijk zo heeft bedoeld, staat niet vast. Vele moderne Islamieten ontkennen het en beschouwen de „djihad" slechts als een opgedwongen verdedigingsoorlog of zelfs als een geestelijke strijd van de mens tegen zijn eigen boze neigingen en hartstochten. Maar de theorie Van de „heilige oorlog" is daarmee nog lang niet de (Islamietische) wereld uit !"
In overeenstemming daarniee werd in het eerste ontwerp voor de grondwet van de Republiek voorgeschreven, dat het staats hoofd Mohammedaan moest zijn. Dat wordt nu niet uitdrukkelijk bepaald. Men beseft, dat het nu nog niet de geschikte tijid is om dit ideaal te verwezenlijken. De openbare mening in het buitenland zou het niet verdragen. Maar de gedachte van de „Daroel-Islam" blijft en ook thans vechten vele benden onder die naam voor de zuivere Islam-staat, waarin al heel weinig plaats voor „ongelovigen", en dat is zeker voor kerk en zending, zou overblijven. Het kon wel eens zijn, dat de loop der dingen in Indonesië nog heel wat strijd daaromtrent zal doen zien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's