De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Heeft de kerk haar greep op de jongeren verloren?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heeft de kerk haar greep op de jongeren verloren?

6 minuten leestijd

Het Handelsblad van Zaterdag 8 April j.l. geeft een artikel onder deze titel. Daarin worden enkele meningen medegedeeld van jonge mensen, en het oordeel daarover van de jeugdpredikant ds. Lans. Kenschetsende uitdrukkingen uit de brieven van de hier bedoelde gymnasiasten, welke bijzonder de aandacht trekken, zijn : „De jeugd heeft iets anders nodig dan een goede preek". „De kerk moet zich aanpassen aan deze tijd". Uit een der brieven, die geheel werd afgedrukt, ontlenen wij het volgende :

„Het voorbeeld van de ouderen willen wij niet navolgen, door de wereld te verknoeien en 's Zondags met een zuur gezicht in de kerk te zitten. Als wij ons „Christen" noemen, dan zullen wij dat tonen en als dat in de kerk niet mogelijk is, dan zullen wij een aparte gemeenschap van jongeren moeten vormen"...........

„Wij willen geen onderscheid tussen : godsdienst, leraars en jeugd, niet tussen ons en anders denkenden".

Uit een andere brief : „.....De jeugd zoekt naar mogelijkheden, naar absolute waarheden inplaats van die leuzen, waarvan gebleken is, dat zij geen waarheid bezitten. Zij is reëel en hard voor zichzelf, zij wil en kan geen gezag van ouderen aanvaarden, zij zal alle vormen, die geen inhoud meer hebben, overboord gooien, maar zij zal blijven zoeken naar een nieuwe grondslag, die zij zal moeten vinden in een tot nieuw leven gebracht Christendom".

Het is zeer begrijpelijk, dat de Redactie van het Algemeen Handelsblad, het oordeel van een jeugdpredikant over een en ander wenste te horen, en het is niet minder begrijpelijk, dat de gevraagde jeugdpredikant o.a. antwoordde : „De kerk is geen apotheek met een recept voor elke narigheid".

Het is niet onze bedoeling om critiek uit te oefenen op deze jeugduitlatingen en op het antwoord van ds. Lans. De vraag is echter, of de zaak in liet algemeen goed wordt gesteld, als men gewaagt van de greep der kerk op de jeugd.

Vooreerst zou er aanleiding zijn om die vraag ruimer te stellen, n.l.: heeft de kerk de greep op het volk verloren ? Zonder twijfel is de vitale invloed op het cultuurleven van Europa, in de dagen dat Europa eigenlijk de wereld was, dominerend geweest en inzonderheid ook in ons volksleven. In zoverre kan men spreken van een „greep", die verloren is gegaan.

Verloren —, maar dan toch zo, dat de wereld, niet het minst de Westerse wereld, dat ook ons volk in verlegenheid is gekomen met die verloren greep — waarin intussen nog aan de dag treedt, dat die greep niet zozeer verloren is, of er is nog een zeker opzien naar en verwachten van de kerk, een bezig zijn met de vraag en van de zijde der kerk een bezig zijn met de wereld, welke zich vervolgens toespitst op de jeugd.

Ook dit bevestigt alleen maar, dat men de kerk niet geheel heeft afgeschreven. De jeugd, de toekomst, de nood der wereld, de kerk.......... ziedaar een reeks van gedachten, welke bij elkander liggen. Eigenlijk verwacht men van de kerk toch nog uitkomst in de verlegenheid, een wonder in de teleurgestelde hoop, maar men wil beide, zijn verlegenheid en zijn teleurgestelde hoop verbergen, omdat men de toekomst wil winnen — en op menselijke wijze winnen, zo mogelijk, desnoods met hulp van de kerk.

De kerk — een pilaar der vastigheid —  dat is de eretitel, welke toekomt aan de kerk van Christus en niet aan de kerk van mensen, niet aan de kerk als een abstract begrip, een idee, een wonderlijke, geestelijke droom, maar aan de kerk van het Evangelie als een kracht Gods tot zaligheid.

Het gaat tenslotte ook niet om de kerk, vooral niet om ónze kerk, om de kerk als vage idee, maar om de uitnemende kennis van Christus en de kracht Zijner opstanding. Het gaat om de ware religie, de religie van Christus en om het geloof, dat de wereld overwint.

Het Evangelie is de goede boodschap, dat is waar, maar het is de goede boodschap voor een verloren wereld, en niet voor een wereld, die uit haar eigen ideologieën wil leven.

Het Evangelie is evenzeer oordeel, goddelijk oordeel over alle ongerechtigheid en menselijke zelfverheffing.

De jeugd kan spreken van leuzen, die geen waarheid bezitten en zoeken naar absolute waarheden. Zij kan zeggen, dat zij geen gezag van ouderen aanvaardt. Doch ieder verstandig mens weet, dat de jeugd ook zelfs in deze uitspraken en in alles steunt op het gezag van ouderen. Zij kan zich daarvan niet bewust zijn, en dat is haar niet euvel te duiden, maar wij hebben de gelukkige ervaring, dat er onder de studerende jeugd zijn, die wel degelijk inzien, dat zulk een standpunt geen zin heeft en geen steek kan houden.

Zo is er in de redeneringen van de hier aangehaalde jeugd veel meer, dat op gezag van ouderen wordt beweerd, dan zij weet.

Gedurende generaties heeft de moderne wereld zich afgewend van de kerk, omdat zij zich heeft afgekeerd van het Evangelie. Wij verhelen daarbij ganselijk niet, dat de kerk dit in eigen boezem heeft ondervonden, daaraan heeft medegewerkt en niet het minst ook schuldig staat. Het oordeel keert trouwens op haar hoofd terug.

Maar men vergete niet, dat het jeugdvraagstuk in de eerste plaats terug wijst op de opvoeders, die gedurende geslachten uit die van het Evangelie afgekeerde geest hebben geleefd en hun kinderen hebben onthouden, wat zij in de eerste plaats voor God schuldig waren hun te geven. Zij, die de waarheid des Evangelies voor eigen leven niet hebben geëerbiedigd en andere goden nagevolgd, hebben niet alleen aan het kerkelijk leven afbreuk gedaan, maar ook ons volksleven beroofd van de onmisbare vitale krachten, welke van het Evangelie uitgaan.

Er is ook iets onbillijks in, om de kerk te bezwaren met allerlei verwijt — ondanks al haar gebreken en schuld — als men bedenkt, dat de kerk een vergadering der ware Christgelovigen is en dat zovele ouders en voorouders zich aan die vergadering hebben onttrokken, omdat zij allerlei andere dingen belangrijker vonden dan die van het Koninkrijk Gods.

Thans staat een menigte van jonge mensen door hun toedoen, of liever door hun nalatigheid, voor een kerk, die zij niet kennen en voor een Evangelie, waarvan zij geen weet hebben, met vooroordelen, die niet vreemd zijn aan het gezag der ouderen en in de weg staan aan een waardering zelfs van de arbeid der kerk, welke op de jeugd is ingesteld.

Dit laatste kan zelfs leiden tot een aanpassing, die met het ware Christen zijn weinig of niets meer te maken heeft en daardoor kosten en moeite der kerk ook nog vruchteloos maakt.

Ds. Lans ziet het onjuiste daarvan in, als hij zegt : Zoek in de kerk niet allereerst, wat je zelf graag wilt.

Er is voor de kerk geen groter gevaar dan de aanpassing aan een geest, die met het Evangelie in strijd is.

S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Heeft de kerk haar greep op de jongeren verloren?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's