De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De positie van de Joden Christenen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De positie van de Joden Christenen

3 minuten leestijd

De stichting van de Staat Israël, — zo schrijft ds. J. H. Grolle in „Kerk en Israël" -— betekent een omwenteling in de verhouding van Joden en Christenen. Vele eeuwen lang kon de Jood in een christen, die ook hem het Evangelie zocht te brengen, slechts een vertegenwoordiger zien van die volken, waardoor hij en zijn volksgenoten onderdrukt, achteruitgezet of in het beste geval geduld werden. Nu de Joden een vrije onafhankelijke natie vormen of deze althans achter zich weten, is de verhouding radicaal gewijzigd. Dit brengt mee, dat er in het „gesprek" met Israël veel meer openheid gevonden kan worden en mogelijkheden tot een werkelijke ontmoeting geboden worden. Evenzeer verandert er iets in de verhouding van het volk der Joden tot die volksgenoten, die Jezus Christus als hun Zaligmaker leerden kennen en zich lieten dopen. Vele eeuwen lang beschouwden de Joden hen als verraders. Zij meenden, dat zulk een overgang naar het Christendom alleen maar uit bijbedoelingen voortkwam. Men kon het zich niet anders denken dan dat men zich liet dopen om van dat gehate Jood-zijn af te komen. Heine noemde de doop het entreebiljet in de christelijke maatschappij. Gedoopt worden bracht in zekere zin voordelen mee en om die voordelen zou het dan geschieden.

Ook op dit punt is er door de stichting van de nieuwe Staat een gewijzigde toestand ingetreden.

De doop in de naam des Heeren Jezus Christus betekent nu voor de Jood die tot 't Christendom overgaat, zeker niet meer een toegang tot een meer bevoorrechte maatschappelijke positie, maar veel meer het opgeven van zijn veilige plaats in 't eigen volk. Zo wordt in „De Stem van Israël", waarin deze vragen eveneens besproken worden, het geval vermeld van een Joodse Christen, die zich bij de Mischmaz Esrachi, dat is de burgerwacht, meldde en werd afgewezen.. Alsook dat van een Joodse Christin, die om haar geloofsovertuiging niet mocht deelnemen aan een Hebreeuwse taalcursus.

Het is duidelijk, dat Israël thans niet meer kan zeggen, dat de overgangen van. Joden naar het Christendom alleen maar om het daaraan verbonden voordeel plaats vinden. Wanneer nu Joden zich tot Christus bekeren, moet daar toch iets anders achter zitten dan men altijd had aangenomen. Dat kan voor de verkondiging van Christus' Naam onder de Joden een grote zegen zijn. Dit kan blijken uit de volgende beschouwing van een Jood uit de Staat Israël, Schalom Ben-Chorin, door ds. G. uit „De Stem van Israël" aangehaald :

„Een Protestants geestelijke vroeg mij eens, hoe het kwam, dat de meeste Joden een Christelijke geestelijke of ook een gelovig Christen met achting en vriendelijkheid tegemoet treden, maar tegenover Joden-Christenen dikwijls werkelijk hatelijk zijn ? Er was een hele tijd mee gemoeid, eer ik hem duidelijk kon maken, hoezeer de weinige gelovige Joden-Christenen van zelf in de ogen van het eigen volk in discrediet zijn gebracht door de menigte van hen, die zich uit opportuniteit, lafheid of desertie lieten dopen.

In Erets Israël hgt het probleem feitelijk geheel anders, dan in de Christelijke landen der verbanning. Het is niet te loochenen, dat ook hier nog doop uit overwegingen van opportuniteit mogelijk is — bijv. om een werkkring te krijgen in de grote sociale, geneeskundige of opvoedkundige werken van de „Missionsgesellschaften" ; maar in andere gevallen wordt voor een Jood, die onder de Jischuw wil leven, de doop heel klaarblijkelijk tot een nadeel. Om hier eens het beruchte woord van Heine met een variatie te gebruiken : de doop is het „Austrittsbillet" uit de Joodsche maatschappij in Palestina. Mensen, die een dergelijke isolering op zich willen nemen, moeten wel geacht woeden bona fide te handelen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De positie van de Joden Christenen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's