De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verslag van de Jaarvergadering

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verslag van de Jaarvergadering

12 minuten leestijd

Hierna kreeg de secretaris gelegenheid om zijn jaarverslag te houden. Hij sprak als volgt :

Zeer geachte Leden van onze Gereformeerde Bond,

Ik begin met u te wijzen op het grote voorrecht, dat we elkaar op deze dag, in jaarvergadering te Utrecht, weer in gezondheid en welstand mogen ontmoeten. Onmiddellijk gaan onze gedachten weer terug naar ons hoofdbestuurslid, ds. Remme, die zo plotseling het tijdelijke met het eeuwige verwisselde. Wat heeft hij vele jaren achtereen zijn gaven en talenten willen geven voor de arbeid van onze Gereformeerde Bond.

Op de vorige jaarvergadering werd hij opnieuw als lid van het hoofdbestuur herkozen. Wie onzer had toen kunnen denken, dat ds. Remme op deze jaarvergadering niet meer in het land der levenden zou zijn.

Moge de Heere ook hem uit genade hebben geschonken het loon van een trouwe dienstknecht en moge Hij zijn weduwe in Amsterdam in ontferming gedenken.

Verdere veranderingen kwamen in het hoofdbestuur niet voor. Wel kwam er enige wijziging in de verdeling van de bestuursfuncties. Ds. Goslinga, die zovele jaren achtereen penningmeester is geweest, meende, dat nu de tijd gekomen was om dat gewichtige werk eens te leggen op de jongere schouders van ds. Vermaas. We spreken ook op deze jaarvergadering onze hartelijke dank uit voor het vele werk, wat door ds. Goslinga ten bate van onze Gereformeerde Bond verricht is en we wensen hem toe. dat hij nog menig jaar ons hoofdbestuur met zijn adviezen zal kunnen blijven dienen.

Penningmeester van de Gereformeerde Bond te zijn, is geen lichte zaak.

Daarom wensen we ook de nieuwe penningmeester, ds. Vermaas, Gods onmisbare zegen toe op de moeilijke taak, die hij op de schouders nam. Ik hoop, dat hij De Waarheidsvriend met lange kolommen zal mogen vullen. Het zou immers een bewijs hiervan zijn, dat de collecten en de gaven voor het Studiefonds net zo rijkelijk naar Amersfoort vloeien als weleer naar Utrecht.

Sedert de laatste jaarvergadering heeft hét hoofdbestuur dertien malen vergaderd. We vermelden hierbij ook onmiddellijk de talrijke vergaderingen, die in Utrecht werden gehouden ter bestudering van de nieuwe kerkorde.

Grote dank zijn wij verschuldigd aan de adviescommissie inzake Synode-voorstellen, bestaande uit de predikanten : J. Vermaas, Amersfoort, P. Bouw, Ridderkerk, L. Kievit, Putten en H. N. van Hensbergen te Schalkwijk.

Behalve het hoofdbestuur en genoemde adviescommissie, hebben ongeveer veertig predikanten aan de samenstelling van het rapport aan de Generale Synode inzake de nieuwe kerkorde meegewerkt. Het is zeer verblijdend, dat er steeds met grote eenstemmigheid gewerkt is in deze vergaderingen.

Ook aan al die predikanten, die zich telkens voor dat werk hebben willen geven, brengen we hier onze oprechte dank.

Deel I van deze rapporten over de aangeboden kerkorde is reeds verschenen. Binnenkort zal het volledig rapport in zijn geheel verschijnen, naar wij hopen.

Bijzondere dank zijn we verschuldigd aan ds. Bouw te Ridderkerk, die zich als secretaris van deze adviescommissie bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt. Het hoofdbestuur is er zich van bewust, dat ds. Bouw tijd noch moeite aan dit werk gespaard heeft.

Zal het resultaat in de Synode evenredig wezen aan de tijd en de moeite en de kosten, die deze arbeid heeft gevraagd ? Wij vrezen, dat dit helaas niet het geval zal wezen. Toch is het nuttig en noodzakelijk, om aan de hand van dit rapport van onze adviescommissie op alle kerkelijke vergaderingen onze stem te laten horen.

Moge ds Heere uit genade verhoeden, dat onze stem niet gelijk zij aan die van een roepende in de woestijn.

Nu kom ik weer terug op die vergaderingen van het hoofdbestuur.

Wat we er alzo deden ?

Eén van de hoofdschotels was vaak het Studiefonds. Er was heel wat nodig, om meer dan dertig studenten te laten studeren. En die kosten bewegen zich nog steeds in stijgende lijn. Dat komt natuurlijk ook, omdat alles zoveel duurder is. Van harte hoop ik, dat we dit jaar nog meer dan dertig mogen kunnen steunen.

Wat ligt er voor ons een gewichtige taak om het aantal predikanten, die onze gemeenten begeren te dienen, te helpen toenemen. Laat het gebed mogen opklimmen tot de Heere der kerk, dat Hij arbeiders uitstote in Zijn wijngaard en de gaven rijkelijk mogen toevloeien. Geen enkele gemeente mag nalaten een collecte te houden voor het Studiefonds.

Voorts vroeg het Radiovraagstuk telkenmale onze aandacht.

Het beleid van het Ikor kon onmogelijk onze instemming vinden. Naast Hervormde diensten werden door het Ikor ook die van Remonstranten, Doopsgezinden en Luthersen en Oud-Katholieken uitgezonden. Onze Hervormde Kerk gaat dus samen met kerkformaties, die met haar belijdenis niet instemmen of deze zelfs verwerpen.

Ons standpunt inzake deze materie wordt het beste weergegeven in ons schrijven van April 1949 aan de Generale Synode.

„Naar aanleiding van het schrijven van uw Algemeen Gedelegeerde dr. K. H. E. Gravemeyer d.d. 12 April en in aansluiting aan het onderhoud, hetwelk het Hoofdbestuur van de Geref. Bond op 7 April met het Moderamen van de Gen. Synode mocht hebben heeft het Hoofdbestuur van de Geref. Bond de eer u mede te delen, dat het ook na deze besprekingen in zijn overtuiging werd gesterkt, dat elke oplossing, welke tot bestendiging van het huidige beleid op het gebied van de Radiopreekuitzending leidt, moet worden afgewezen.

Het Hoofdbestuur van de Geref. Bond blijft van oordeel, dat de kerk zich van het Ikor zal moeten losmaken om tot zuiverder verhoudingen te geraken en een oplossing te verkrijgen, die weerklank in onze kerk zal vinden.

De inhoud van dit schrijven is nog steeds het standpunt van de Geref. Bond".

Het was voorts verblijdend dat onze actie inzake het radiovraagstuk en die van de Bond van Geref. Mannenverenigingen in één baan konden worden geleid.

In het te volgen standpunt werd volkomen overeenstemming bereikt.

Na rijp overleg werd besloten om de actie die door ds. Poort werd ontplooid, te helpen steunen. Ds. Vroegindeweij van Veenendaal en ondergetekende hebben het verzoekschrift van ds. Poort namens onze gereformeerde groep ondertekend.

Honderden adhaesiebetuigingen kwamen binnen. Helaas heeft ook deze actie niet aan haar doel beantwoord.

Over de radiokwestie is het laatste woord nog niet gesproken.

Het vraagstuk „Kerk en Omroep" komt immers ook in de komende classicale vergaderingen ter sprake. De Hervormde leden van het Algemeen Bestuur der N.C.R.V. hebben dezer dagen aan alle predikanten en ouderlingen, die ter classicale vergadering gaan een schriftelijke voorlichting toegezonden, waarmede ongetwijfeld ter vergadering winst gedaan zal kunnen worden.

De verhouding tot andere Bonden op Geref. Grondslag was aangenaam.

Onze Geref. Bond verleende een subsidie aan de uitgave van een uit te geven leiddraad voor de verschillende bonden.

De uitgave van de Prekenserie Genade voor Genade is door het Hoofdbestuur overgegeven aan het particulier initiatief van ds.

Vermaas en ondergetekende.

De heer Mons te Harderwijk is uitgever van deze serie voor eigen rekening.

Enkele leden van het Hoofdbestuur van onze Bond namen deel aan een conferentie in het Maarten Maartenshuis te Doorn, waar predikanten van de Geref. Bond en de Confessionele Vereniging onder leiding van de Noodraad een kerkelijk gesprek gevoerd hebben. De resultaten waren gering. De Noodraad heeft ide wens te kennen gegeven, dat die conferentie zal worden voortgezet.

Verscheidene besprekingen werden ook gehouden met de besturen van de Bond voor IHW. Zending op Geref. Grondslag en met de Bond van Geref. Godsdienstonderwijzers over terreinen van samenwerking.

Er werden vier nieuwe afdelingen opgericht, n.l. te Terbregge, Urk, Eindhoven en Stolwijk.

Ik dank de secretarissen van de afdelingen voor de toezending van de nieuwe ledenlijsten. Sommigen bleven nog in gebreke. Ik hoop, dat men mij niet langer meer zal laten wachten. Het kaartensysteem moet nauwkeurig worden bijgehouden.

Verscheidene afdelingen verzochten aan het Hoofdbestuur om adviezen in allerlei aangelegenheden. Ik denk hierbij aan de afdelingen Den Haag, Oosterbeek, Gouda, Hoogeveen, Oudshoorn, Stolwijk, Alkmaar, Vlaardingen, Urk en Eindhoven.

De ingekomene en uitgegane stukken waren legio. Ze vormden voor het Hoofdbestuur een bewijs van toenemende belangstelling in onze arbeid.

Helaas, werden wij geoodzaakt de steun aan een onzer studenten in te trekken.

Enkele predikanten bedanikten als lid. Blijkbaar voelden ze zich meer thuis in de Confessionele kring. Verscheidene jongeren traden toe.

De tijden die we thans op kerkelijk terrein beleven zijn gewichtig.

De vraag, hoe het gaan zal met het gereformeerde volksdeel in onze Herv. Kerk, als straks de nieuwe kerkorde zal gaan functioneren, kan nog niet beantwoord worden. Ik denk, dat de ogen van hen in onze Bond, die er zulke grote verwachtingen van hadden, langzamerhand wel geopend zullen worden. Zullen we in ons protest tegen elke verkrachting van Schrift en Belijdenis wat te betekenen hebben, dan zullen twee dingen broodnodig zijn.

In de eerste plaats getrouwheid aan de reformatorische beginselen. De omstandigheden laten minder dan ooit toe deze te gaan verdoezelen en vervlakken. Dan zullen wij duizenden onze kerk zien verlaten, die elders voedsel voor hun ziel gaan zoeken in de gescheiden kerken.

In de tweede plaats denken we aan de noodzakelijkheid om schouder aan schouder op te trekken. Eendracht maakt macht, maar tweedracht verstoort.

Laat bovenal het gebed mogen opkhmmen tot de Koning der kerk, dat het Hem behage om nog mét Zijne Heilige Geest te blazen door het dorre doodsgebeente, opdat het leven Gods zich te midden van de dood nog op het heerlijkst mocht openbaren.

TIMMER.


De Voorzitter dankte de secretaris voor het opmaken en lezen van zijn verslag.

De heer Vermoten stelde de vraag, of die predikanten, die ons verlieten, de genoten steun ook terugbetalen.

De Voorzitter deelde mede, dat ze vanzelfsprekend morele verplichtingen hebben en daaraan ook worden herinnerd.

Ds. Laurenzen zou liever zien, dat men die genoten steun niet zal terug eisen. Door terug te eisen zou men sommigen, die uit ons midden wilden vertrekken weerhouden om die stap te doen.

De heer Smit merkt op, dat hij voor de eis tot terugbetaling is. De eis tot terugbetaling niet te handhaven zou voor hem gelijk staan met een premie op de richtingsverandering.

De Voorzitter merkt tenslotte op, dat morele verplichtingen uit de aard der zaak nooit kunnen worden te niet gedaan.

De Secretaris wekte alle predikanten op om de gemeente Stolwijk met een spreekbeurt te helpen.

De voorzitter van de afdeling Renkum deed hetzelfde met het oog op zijn gemeente.

Zowel in Stolwijk als in Renkum zijn des avonds beurten te vervullen namens de kerkeraad dier gemeenten.

Ds. Laurenzen hoopt, dat in gevallen, waarin om adhaesiebetuigingen wordt verzocht, alle gemeenten trouw zullen meedoen.

De Voorzitter sluit zich gaarne aan aan dit advies.

Daarna hield de nieuwe penningmeester zijn verslag.


Uit het jaarverslag van de Penningmeester.

Het jaarverslag, dat ik op de jaarvergadering uitbracht ging vanzelf over 1949, over een jaar dus, waarin ds. Goslinga, nu oud-penningmeester, nog voor de financiën zorgde. Wij weten hoe hij dit in de Waarheidsvriend ook steeds deed en de juiste toon voor dit werk wist te treffen. Het is ons een genoegen om hem ook in , dit verslag hartelijk te danken voor de vele werkzaamheden, welke hij als penningmeester, gedurende een reeks van jaren, heeft verricht. Wij zijn hem daar allen zeer veel dank voor verschuldigd.

De opleiding der predikanten mag in geen geval door onze Bond worden verwaarloosd.

Meer dan ooit hebben we in de gemeenten nodig de regelmatige bediening des Woords en der Sacramenten en de trouwe bearbeiding van allen, jong en oud, die tot de gemeente behoren. Niemand zal de noodzakelijkheid hiervan durven ontkennen. Wij zijn niet bij machte arbeiders in Gods wijngaard uit te storten. Wij kunnen niemand de begeerte tot het predikambt geven. Maar wel moet er naar Christus' Woord gebed zijn dat de Heere ons arbeiders geve. En — wij moeten doen wat onze hand vindt om te doen, om jonge mensen, die lust ontvangen hebben om de Heere te dienen ook als dienaar des Woords, financiëel te steunen, wanneer dit nodig is. Dit moet ons een voorrecht zijn. Gij kunt ons het penningmeesterschap gemakkelijk maken door ons trouw te steunen. 't Is waarlijk niet zo, dat de Geref. Bond het zonder uw collecten en giften wel stellen kan. Daar is geen sprake van. Denk eens aan de verhoogde studiekosten. Over het jaar 1949 werden niet minder dan 34 personen met grotere en kleinere bedragen geholpen. U begrijpt wel, dat alleen reeds door wat voor dit werk benodigd is, het dringende verzoek volkomen is gerechtvaardigd : „In al onze Herv. Geref. gemeenten wordt ieder jaar minstens eenmaal voor het Studiefonds een collecte gehouden".

Denkt nu echter niet, dat we over 1949 gaan klagen. Neen, beslist niet. Dankbaar mag worden gedacht aan alles wat we via gemeenten en personen uit Gods Hand ontvingen. Wat zal onze oud-penningmeester verblijd zijn geweest met het fhnke bedrag aan Paascollecten. Dat bedroeg toch niet minder dan ƒ 21.236.03. Maar...... daartegenover staat, dat aan studietoelagen werd uitgekeerd een bedrag van ƒ 27.347.20. U ziet dus, dat dier de uitgaven nog uitgaan boven de inkomsten van de Paascollecten. Wat zou het mooi zijn, als de studietoelagen in de toekomst steeds uit de collecten konden worden bestreden. Wat dan voor de verdere arbeid van de Bond door Waarheidsvriend, bijeenkomsten, brochures, enz. enz. nodig is, zou door andere inkomsten kunnen worden bekostigd.

We zeggen daarom : Helpt allen mee en geeft dit verzoek door.

God de Heere geve Zijn zegen ook over diti, gedeelte van onze arbeid.

Ds. Jac. Vermaas.


Ds. Van der Velde en de heer Van den Brink hebben de rekening van de penningmeester gecontroleerd en alles in orde bevonden. Ook was er een accountantsrapport ter tafel.

De voorzitter dankt de heren, die de rekening hebben nagezien. De penningmeester werd gedechargeerd onder veel dankzegging voor zijn werk.

Voor het nazien van de volgende rekening zullen worden aangezocht ds. v. d. Velde en de heer Hoorman te Zeist.

Inmiddels was het 5 uur geworden.

Van de rondvraag werd geen gebruik gemaakt.

Na het zingen van Psalm 105 vers 5 ging de voorzitter voor in gebed en sloot daarna deze aangename vergadering.

Timmer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Verslag van de Jaarvergadering

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's