De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vrijheid van het Evangelie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrijheid van het Evangelie

4 minuten leestijd

Prof. van Niftrik heeft aanleiding gevonden om een Hervormde waarschuwing aan S(ocietas) S(tudiosorum) R(eformatorum), Vereniging van gereformeerde studenten, te richten. Let wel een „Hervormde" waarschuwing.

S. S. R. wil gereformeerde studenten in haar midden opnemen zonder aan een bepaalde kerk gebonden te zijn. Haar leden trekt zij uit verschillende kerken : Gereformeerden, Gereformeerden Art. 31, Christelijk-Gereformeerden, Hervormden. Het behoeft nauwelijks gezegd, dat men tot deze vereniging geheel vrijwillig toetreedt. En mogelijk zal iemand ook begrijpen, dat jonge mensen uit zo verschillend kerkelijk milieu wel eens in discussie komen over vragen, die onder hen leven en dat daarbij wel eens verschil van inzicht aan de dag komt. Het is ook volkomen begrijpelijk, dat kerkelijke vragen, in eigen kring aan de orde, in zulk gemengd gezelschap van gereformeerde gezindheid daarbij een rol spelen.

Dit alles is onvermijdelijk en daar steekt ook niets in. Onvermijdelijk is ook, dat men in dergelijke schermutselingen telkens weer aan de grondslag dezer vereniging : de gereformeerde belijdenis der Drie Formulieren, wordt herinnerd.

Men kan nu over de vrijheid spreken, zoals men wil, maar het is volstrekt niet in strijd met de vrijheid, dat een vereniging van gereformeerde studenten zich op de grondslag der gereformeerde belijdenis stelt en aan haar statuut getrouw wenst te blijven. Niemand wordt gedwongen, zich daaronder te voegen.

En als er dan jongelui zijn, die Barthiaanse beschouwingen in het geding brengen, wekt dat op zich zelf geen verwondering. Hoe kan men dat anders verwachten ?

De gereformeerde gezindheid heeft allerminst blijk gegeven van gebrek aan belangstelling voor de z.g. nieuwe theologie en dat zij daartegenover critisch en afwijzend staat, heeft zijn oorzaak in een Schriftuurlijke geloofsovertuiging, waardoor dat standpunt wordt bepaald.

Het ligt dus voor de hand, dat deze controvers zich ook zal doen, gevoelen in een gezelschap van gereformeerde studenten en dat het zijn grondslag niet kan opofferen terwille van een eenheidsstreven naar een „Hervormd" recept, zoals prof. van Niftrik dat in deze waarschuwing voorschrijft.

In naam van de vrijheid des Evangelies zou S.S.R. zich moeten aanpassen aan een eenheidsideaal, hetwelk hij als specifiek Hervormd aanprijst, een vernieuwingsbeweging, zoals hij die omschrijft, en dat ondanks de wetenschap, dat de gereformeerde gezindheid van geheel andere overtuiging is.

Eigenlijk komt hij zich zelf daarin tegen, als hij zegt : „Ik kan mij voorstellen, dat grote groepen in de Hervormde Kerk, dit artikel lezende of horende, zullen zeggen :

„Wat verbeeldt gij u wel ? Gij pretendeert te spreken in de naam van de Hervormde Kerk, en vergeet, dat wij er geheel anders over denken".

Deze overweging had hem wel mogen nopen tot het besluit om zich althans niet in deze zin te bemoeien met een studentengezelschap, dat volkomen vrij is zijn grondslag te handhaven, terwijl studenten, die het inzicht van prof. Van Niftrik aanhangen, toch zeker geen recht kunnen doen gelden om S.S.R. tot het terrein hunner propaganda te maken, als S.S.R. zulks in strijd acht met haar statuut — en dat niet ten onrechte. Het zal waarlijk op de Hervormde studenten en op hun ouders, die de gereformeerde belijdenis hoog houden, geen indruk maken, als .prof. Van Niftrik zijn wachtwoord laat horen : „Verlaat deze organisaties, want zij compromitteren het Evangelie door een eigenmachtige menselijke interpretatie".

Die mensen zijn nuchter genoeg om te vragen, of de inzichten, welke deze waarschuwende stem doet horen, vrij zijn van de smet, welke hij anderen aanwrijft.

Intussen verzwakt hij zijn betoog niet weinig, door er b.v. op te wijzen, dat het in de gereformeerde gezindheid niet ontbreekt aan bezinning, zodat „het theologische denken van Kuyper in de Gereformeerde Kerken zélf enigermate overwonnen wordt", want hij maakt nogal bezwaar tegen „de sfeer van Kuyper".

Het is inderdaad geen gelukkige ijver van prof. Van Niftrik om in naam van de vrijheid van het Evangelie, zoals hij die wil zien, aan S.S.R. de vrijheid te betwisten om het Evangelie te belijden in gemeenschap met de belijdenis der vaderen, waarin haar leden van huis uit zijn opgevoed, en zo niet, waar onder haar leden zich vrijwillig voegen.

Uit de geschriften van prof. Van Niftrik kan toch duidelijk blijken, dat degenen, die zijn leer aanhangen, bezwaar moeten hebben om zich aan te sluiten bij een gezelschap van gereformeerde studenten, indien althans ondersteld wordt, dat zij het met de grondslag eens zijn. Het tegendeel van zulk een onderstelling kan in het algemeen toch moeilijk worden aangenomen.

Daarom is er iets ongerijmds in deze „waarschuwing".

S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Vrijheid van het Evangelie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's