De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GELOOF EN CREMATIE!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GELOOF EN CREMATIE!

*)

4 minuten leestijd

Dit geschrift bevat een rede van ds. Zuurdeeg, gehouden bij de herdenking van het 75-jarig bestaan van de Vereniging voor Facultatieve Lijkverbranding, waarin hij wil opkomen voor het „goed recht" en de „noodzaak" van crematie.

Hij vindt het een grote moeilijkheid, dat in Nederland de crematie nog niet wettelijk is geregeld, en dat, ondanks de vooruitgang op zo menig gebied in de laatste 150 jaar.

Hij acht een en ander niet in overeenstemming met de Nederlandse reputatie als het land van de vrijheid.

Drie kerkelijke groeperingen zijn voor deze toestand verantwoordelijk: De Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken en de Roomse Kerk, die zich tegen de crematie verzetten.

Hij acht, dat een verzet van de leidende kringen der Hervormde Kerk tegen een wijziging van onze begrafeniswet niet is te verwachten. Dit pleit intussen niet voor de leiding.

Van de beide andere kerken verwacht hij geen ingrijpende verandering van standpunt.

Hij meent, dat in de discussie in binnen- en buitenland duidelijk is komen vast te staan, dat er geen principiële bezwaren, aan Bijbel of opstandingsgeloof ontleend, bestaan.

Dat zou ook uit de practijk blijken.

In en buiten Nederland zouden Christenen voor de lijkverbranding hebben gekozen.

Voorts verwerpt de aan het woord zijnde predikant alle bezwaren, die spreken van een demonstratie van ongeloof en hij noemt de kwalificatie „heidens" een gemakkelijk en vlot gehanteerd etiket.

Als Christen moet men de houding van de kerkelijke tegenstanders bedenkelijk noemen.

Het betoog is bijzonder arm aan argumenten. Feitelijk heeft hij slechts één argument: de vrijheid, en hoewel hij niet rechtstreeks van gewetensvrijheid en gewetensdwang gewaagt, citeert hij toch uit de woorden van voorstanders van gewetensvrijheid door **men, alsof zij daardoor verplicht waren de vrijheid der crematie voor te staan. Alsof een Christen „om des gewetens wil" crematie kon erlangen. Veeleer staat het juist andersom, zodat bij crematie-dwang de Christenen om des gewetens wil vrijheid van de ter aarde bestelling zouden begeren. In naam van gewetensvrijheid zal men echter moeilijk crematie kunnen vragen.

Alleen van heidenen zou men kunnen aannemen, dat zij een betekenis aan de lijkverbranding hechten, welke voor hen op een gewetensconflict zou kunnen wijzen, indien zij daarin werden verhinderd. Ds. Z. kan de kwalificatie „heidens" een etiket noemen, doch, waar anders dan in de heidenwereld wordt lijkverbranding aangetroffen ? Met uitzondering dan van de moderne voorstanders der crematie, die zich Christenen noemen. Buiten deze moderne „Christenen", die blijkens een en ander ook weinig kerkelijk gevoelen, kent de Christelijke traditie geen lijkverbranding.

Of de traditie heeft zich vergist, of deze moderne Christenen hebben een andere waardering van het Christen zijn. Dit laatste wordt trouwens bevestigd door het verzet der kerken. Met meer recht dan wat door de schrijver omtrent het etiket heidens wordt beweerd, zouden wij kunnen zeggen, dat traditie bij velen een gemakkelijk en vlot gehanteerd etiket is, evenals de term : conservatisme.

Ontgaat het deze predikant, dat de traditie geestelijke en zedelijke goederen bewaart, welke de saamleving als geheel niet dan tot haar schade kan missen ? Wellicht zou hij minder vlot beweren, dat duidelijk is komen vast te staan, dat er geen principiële bezwaren, ontleend aan „Bijbel of opstandingsgeloof" bestaan (Opstandingsgeloof is trouwens Bijbels), als hij zich daarvan wat meer rekenschap had gegeven.

Een Schriftgelovige Christen n.l. belijdt de Heilige Schrift als Gods Woord en daarom als regel des geloofs. Derhalve zal hij naar die regel wandelende, zijn doden begraven en niet verbranden.

Voor een theoloog is het niet zo moeilijk te ontdekken, dat het voorbeeld der Schrift duidelijk is.

In het Schriftgeloof schuilt de principiële beslissing omtrent deze zaak. Daarom is crematie zonder tegenspraak een demonstratie tegen die regel des geloofs. De verdediging der lijkverbranding getuigt van een vrijheid van oordeel over het gezag der Heilige Schrift, ook wat betreft onze handel en wandel op aarde, b.v. de bezorging van onze doden, welke moeilijk met een beroep op het Christen zijn kan worden gestaafd.

In dit licht krijgt het inderdaad wel betekenis, dat de kerken zich verzetten tegen lijkverbranding, wijl zij het voorbeeld der Heilige Schrift volgen en hun doden begraven.

S.


*) Een dag in het jaar 1949, beschreven door ds. J. Zuurdeeg. Tweede druk. Uitgave der genoemde Vereniging.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GELOOF EN CREMATIE!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's