Aan de kerkeraden en kerkvoogden der Nederd. Hervormde Gemeenten
Gaarne brengen wij onderstaande circulaire onder de aandacht van onze kerkeraden en kerkvoogdijen.
Zeist, 27 Mei 1950.
Onderstaand comité wendt zich andermaal tot U en vraagt in nauwe aansluiting aan zijn circulaire van 3 April 1950 uw aandacht voor het volgende:
Wanneer uw kerkvoogdij door niet-aanvaarding der artikelen 1–11 van ordinantie 16 (overgangsbepaling no. 304) de zelfstandigheid van uw gemeente wil waarborgen, waarin u rechtens volkomen vrij is, heeft u hiermede nog niets beslist t.a.v. de aanslagen en quota, die u van hoger hand krachtens de artikelen 16 en 19 van ordinantie 16 zullen worden opgelegd en die aanzienlijke financiële offers van de kerkvoogdijen zullen vergen, zoals het Provinciaal College van Toezicht van Groningen in zijn circulaire van 19 Mei 1950 terecht opmerkt.
Ook de afwijzing van de figuur van ouderling-kerkvoogd door het Hoofdbestuur van de Vereniging van Kerkvoogdijen in zijn vergadering van 17 Mei 1950 heeft, hoezeer zij ook de structuur der Kerkorde aantast, de dreiging van aanslagen en quota niet afgewend. Immers, wanneer wij af mogen gaan op het gezaghebbend woord van mr. dr. H. M. J. Wagenaar, treden deze artikelen 16 en 19 inderdaad in werking, ongeacht de beslissing der plaatselijke gemeente.
Ons comité heeft zich, gezien de ernst der zaak, hierover uitvoerig beraden. Naar ons oordeel kunnen aan de plaatselijke gemeenten aanslagen en quota, als bedoeld in de artikelen 16 en 19 van ordinantie 16, voor algemeen kerkelijke doeleinden rechtens worden opgelegd. Wanneer u echter het advies, in onze circulaire van 3 April 1950 vervat, opvolgt en dus uw plaatselijk reglement niet aanpast aan de bepalingen der nieuwe Kerkorde, hetgeen uw recht is, dan zal het toezicht, geregeld in ordinantie 18, blijkens Overgangsbepaling 333, voor uw gemeente niet in werking treden. In dit geval kunnen de aanslagen en quota niet van hoger hand op de begroting der kerkvoogdij worden gebracht en uw kerkvoogdij kan niet rechtstreeks worden gedwongen hiervoor geld op die begroting uit te trekken.
Het uitoefenen van dwang door middel van het weigeren van approbatie op het beroep van de predikant, zoals dit thans in gebruik is bij niet volledige betaling aan de Centrale Kas voor de Predikantstractementen, achten wij hier niet mogelijk, daar hier het verband tussen het beroepen van een predikant en de aanslagen en quota ontbreekt.
De rechter zou in zulk een weigering van autorisatie en approbatie misbruik van recht zien.
Terecht is dit dwangmiddel voor dit geval dan ook niet opgenomen onder de voorwaarden voor autorisatie en approbatie (ordinantie 3, artikelen 8 en 13).
Wanneer de Generale Synode toch tot invordering van aanslagen en quota zou willen overgaan, zou dit alleen door middel van de burgerlijke rechter kunnen geschieden, hetgeen practisch ondoenlijk is, indien het een groot aantal gemeenten zou betreffen.
Het bijeen brengen van gelden voor noodzakelijke algemene doeleinden, hoe nuttig dit ook moge zijn, dient o.i. te geschieden alleen langs de weg der vrijwilligheid door de leden der gemeente.
Vervolgens vestigen wij, na rijp beraad, uw aandacht op het feit, dat de Overgangsbepalingen, behorende bij het ontwerp-kerkorde, zoals deze in eerste lezing door de Generale Synode zijn vastgesteld, eerst op 1 Maart van dit jaar ter consideratie aan de Kerk zijn aangeboden door de Generale Synode.
Dit betekent, dat overeenkomstig artikel 62 van het Algemeen Reglement en artikel 20 van de Invoeringsbepalingen, voortvloeiende uit de toevoeging aan het Algemeen Reglement van de additionele artikelen I–VIII, de definitieve vaststelling dezer Overgangsbepalingen niet in het jaar 1950 door de Generale Synode mag plaats hebben. Indien de Generale Synode het toch nog in dit jaar zou doen, is dat onwettig, heeft alzo de nieuwe kerkorde geen rechtskracht en zullen mitsdien alle besluiten, onder de nieuwe kerkorde genomen, onwettig en onverbindend zijn.
Het bovenstaande brengt het comité met klem onder uw aandacht. Het comité is gaarne bereid u alle gewenste voorlichting te verstrekken.
Het comité moge u verzoeken ons werk met een gift te steunen, omdat wij overtuigd zijn ons werk in het belang van gemeenten en kerk te verrichten.
Ds. N. K. van den Akker, N.H. pred. van Rhenoy en Gellicum.
Mr. A. Beets, secr.-kerkvoogd van Haarlem.
Ds. L. J. Bloemsma, N.H. pred. van Beesd.
Mr. H. Frima, lid van het Alg. College van Toezicht; lid en secretaris van het Prov. College van Toezicht van Groningen.
Ds. W. E. Heijboer, N.H. pred. van Geldermalsen, præses van het Class. Bestuur van Bommel.
Tj. Jouwstra, kerkvoogd van Zeist; lid van het Hoofdbestuur van de Vereniging van Kerkvoogdijen.
Ds. mr. A. Luteijn, N.H. pred. van Giessen-Nieuwkerk; lid van de Generale Synode der Ned. Herv. Kerk.
Jhr. mr. L. A. Quarles van Ufford, burgemeester van Abcoude; pres.-kerkvoogd.
Dr. H. O. R. Baron van Tuyl van Serooskerken, N.H. pred. van Opijnen.
Mr. W. H. Vermaas, secretaris van het College van Toezicht van Zeeland.
Joh. Weener, secr.-kerkvoogd van Utrecht.
Correspondentie-adres: Tj. Jouwstra, Aristoteleslaan 3, Zeist, giro no. 203108, t.n.v. Tj. Jouwstra, Zeist.
Het boven uitgesproken beginsel onderschrijven wij van harte, n.l. dat het bijeen brengen van gelden voor noodzakelijke algemeene doeleinden, op voet van vrijwilligheid en niet van dwang, moet geschieden. De gemeenten moeten deze regel vasthouden, kerkeraden en kerkvoogden hebben te waken, opdat zij geen medewerking verlenen aan dwangmaatregelen, of wat de weg daartoe zou openen.
Het doet ons daarom genoegen, dat velen, die bij de kerkvoogdij zijn betrokken, de arbeid van bovengenoemd comité ondersteunen, zoals blijkt uit een opgave van het Comité van Bijstand, welke hier volgt.
Neem de adviezen van het comité ter harte.
S.
Comité van Bijstand: *)
P. de Boer, kerkvoogd van Zuidbroek.
B. E. Bontkes Gosselaar, kerkv. van Finsterwolde.
Dr. R. P. Brons, pres.-kerkvoogd van Winsum.
Ds. G. Meyer Drees, N.H. pred. van Sappemeer.
Ds. P. G. Dijkema, N.H. pred. van Oldehove.
W. Geertsema, kerkv. van Zuidhorn.
Ds. H. G. Groenewoud, N. H. pred. van Groningen; secretaris van het Hoofdbestuur van de Conf. Vereniging; eindredacteur van „De Gereformeerde Kerk".
L. J. Hellenthal, pres.-kerkv. van Hasselt.
G. Hospers, pres.-kerkv. van Vriezenveen.
N. S. Huisman, kerkvoogd van Noordbroek.
J. van Kooten, kerkvoogd van Montfoort.
Ds. H. van Lunzen, N.H. pred. van Odoorn; lid van het Prov. Kerkbestuur van Drente; hoofdredacteur van „Zwingli".
D. G. Mellema, pres.-kerkvoogd van Finsterwolde.
Ds. H. Mulder, N.H. pred. van Borger; lid van het Class. Bestuur van Emmen.
J. H. Mulder, pres.-kerkvoogd van Anlo; secr. van het Prov. College van Toezicht van Drente.
A. Ratering, kerkvoogd van Borger; voorzitter van het Prov. College van Toezicht van Drente.
Prof. dr. J. Severijn, hoogleraar aan de Rijks Universiteit te Utrecht; voorzitter van het Hoofdbestuur van de Geref. Bond; hoofdred. van „ De Waarheidsvriend".
J. J. Schuiringa, pres.-kerkvoogd van Niehove.
J. Smit, Zwijndrecht.
J. Smits, kerkvoogd van Loppersum.
J. Vroegindewey, kerkvoogd van Middelharnis.
J. Wildervanck, kerkvoogd van Groningen.
*) Bovenstaande lijst bleef door tijdsgebrek tot dusver hoofdzakelijk beperkt tot de provinciën Groningen en Drente.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's