De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Puritein van de Hertenpolder

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Puritein van de Hertenpolder

53

4 minuten leestijd

Geest is van een verspreidende aard en natuur. Met welke geest mijn metgezel vervuld is, zal ik gauw bemerken. Als hij als Job is die zeide: God heeft mijn harte week gemaakt, zal dit spoedig aan de dag komen.....

Janus luistert met aandacht. Dit is iets bizonders. Deze meneer spreekt geen oppervlakkige taal.

Dat is waor! Dit het ik wel eens meegemaokt. 'k Ontmoette us een ouwe man die over z'n zoon in de vreemde, in onzekerheid vurkeerde en arg neergebogen was. Toe ie mien z'n innerlukke nood bekende, wier ik daordeur zelf ángedaon. Ik hoefde z'n geest niet te beproeve, want ut was duudeluk genog dat z'n hart week was. En ur was een dorsten naor Gods troost en licht.

— Maar Veldstroo, nu is het zo, waar Gods Geest op een gevoelige en bevindelijke wijze in des mensen hart werkt, komt de satan, die Gods tegenvoeter, dus een boze geest is, in zijn vleselijk verstand inwerken.

Nu is er een zonderling terrein betreden, waar Janus grote belangstelling voor heeft. Want nu deze meneer spreekt van de boze geest van de satan, nu wordt er een snaar getroffen in zijn ziel, die daar heftig op reageert.

En dan gaat Janus heel vrijmoedig vertellen van hetgeen hem drukt, want hij vertrouwt deze vriend, die onderscheid maakt tussen het kostelijke en het snode.

— Meneer, zegt hij, het is deur uw eigen zeggens, dat ik u wat wil vurtelle wat mien vandaog innerluk bewoog.

Gert Sloot is wat verrast. Hij is geen zieleherder, maar dit vertrouwen streelt toch zijn gemoed.

— Ga je gang, Veldstroo. Gaarne wil ik luisteren.

— Ik hé d'r nog niet over gesproke mit Mia. Een mins wor wel us vaok trug gehouwe. Want hie vertrouwt zien eige nie. Ik ha d'r al daogen mee gelope. Zoiets is een onzekerheid. Ut kwaod is vast...... Dat ik aarg vuroordeeld in mien hart deur ut weilaand gong. Tot op vanmiddag, ik was bie 't schaopebrugje, me zo ineens veurkwam, dat ik een groter zondaor mos worde nog. Ik kwam zo waor overeen, ik mos de wereld us gaon diene, meer as ooit; ik mos enkele grovve zonden bedrieve enz., dan zou ik me mit meer overgegevenheid kunnen vernedere veur God en tot Christus komme......

Sloot begrijpt dat hier een mens spreekt die bij de geboorte is, maar nog niet verlost werd van de benauwenis. Hij voelt direct aan, de listen van satan, en luistert.

— Wezeluk ik zie geen oplossing, de vrees zit met op de hielen, ik wor gejaogd en geplaogd. Mit weemoed denk ik an vrogger, toe ik een kient was. Dat ik zo vurtrouwd was mit de Heere. Ik onderscheidde de waorheid van de leugen, mer ik geleuf dat ut stelsels veur mien geworre bin. En dat is de dood in de pot. Noe zeg ik: weg mit die stelsels, m'n leven mot vurvuld zin met Christus. Hak ik noe zo'n emmertje des geloofs, dat ik moch putte uut die Bron.

Hier houdt Janus op. Hij wacht met spanning op het wederwoord van Sloot.

— Wat u zo even heb gezegd over de we­reld opnieuw gaan dienen en nog meer openlijk in zonde gaan uitbreken, is een list van de duivel en dus een godslasterlijke leugen. Als ge die weg op wilt zult ge nooit zalig worden. Een mens die God zoekt, laat juist af van het kwade, gaat dus juist gerechtigheid liefkrijgen en de zonde als het afschuwelijkste beschouwen dat er in de schepping is. Hoe wilt ge tot God je bekeren en de zonde gaan zoeken te doen? Je voelt wel, dat druist tegen alles in.

Bij Janus gaat het scherm vallen dat over zijn verduisterd ziele-leven hangt. Nu ziet hij satans hst eerst duidelijk. Hij is innerlijk ontroerd en schrikt voor de duisterheid van zijn verdorven bestaan.

— Let wel op, gaat Sloot verder, als ge deze leugenachtigheid van satan gaat onderkennen, dat nu verder niet de graad van zonde-besef bepaalt, maar het wezen! Het gaat er niet om of ik wel zo en zo diep verbrijzeld ben, maar dat ik verbrijzeld ben. Erskine zegt zo typerend, dat het wettische hart naar bepaalde hoedanigheden zoekt. Het is echter een van God overwonnen worden. Zijn Geest doet alles in het belang van de zaligheid.

Gij moet ophouden met werken.......

Dan staat Gert Sloot de onderwijzer ineens op van zijn stoel en weet dat hij niets meer te zeggen heeft.

Janus gaat naar de voorkamer en pakt mechanisch het grote boek van Trigland uit de boekenkast.

Het is een hele knaap, twee kolommen druks, de vorm van een kwarto-Statenbijbel.

— Dank je, zegt Sloot, als Janus hem het boek overhandigt. En goedenavond nog!

(Wordt vervolgd);

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Puritein van de Hertenpolder

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's