Antwoord aan Ds. Hennephof te Dordrecht
In De Waarheidsvriend van 6 April j.l. stelde ik ds. Hennephof, Oud-Gereformeerd predikant te Dordrecht, voor de vraag, of Christus gedeeld is of niet.
In zijn blad „Tot de Wet en de Getuigenis" van Mei 1950 geeft hij hierop een antwoord.
Ik deed deze vraag, naar aanleiding van het feit, dat we nu zo langzamerhand in den lande wel een vijftiental kerkformaties hebben op de bodem van één zelfde belijdenis.
Het antwoord van ds. Hennephof heeft mij uitermate teleurgesteld.
De vijf kolommen, die hij aan mijn vraag heeft gewijd, worden voor het grootste deel in beslag genomen, door de gereformeerden in de Hervormde Kerk tot daden op te roepen.
Hij schrijft: „Laat ds. Timmer nu eens vijftig kerkeraden, die zeggen positief gereformeerd te zijn, die zich onvoorwaardelijk houden aan Gods Woord en de Drie Formulieren van Enigheid", en die alles wat daarmee in strijd is en door de Synode wordt voorgelegd, pertinent weigeren, bij elkander roepen en laat ons dan eens zien, wat er gebeurt. Waarom geeft ds. T. dit niet door".
Elders wijst hij er op, dat het niet genoeg is om het Woord Gods zuiver uit te dragen, als het ook niet tot daden komt.
Hij vraagt zelfs, of dit niet een gedeeld hart is, waaraan de Heere een gruwel heeft. Ja, ds. Hennephof gaat zelfs zo ver, dat hij durft te beweren, dat ik Calvijn en Luther een slag in het aangezicht geef en het kerkvergaderend werk, dat God door hen geopenbaard heeft, misken.
En aan de hand van een citaat uit een rede van ds. H. Jonker, van Amsterdam, op een toogdag van de Herv. Geref. Jeugdverenigingen te Rotterdam, meent hij te kunnen vaststellen, dat onder de nieuwe kerkorde in de Hervormde Kerk er geen sprake meer van zal zijn, dat men nog kan opkomen voor de gereformeerde belijdenis.
Ds. Hennephof, is dat nu een antwoord op mijn vraag?
U beschuldigt mij van individualisme in de oplossing van het kerkelijke vraagstuk. Maar de door u aangegeven weg leidt juist tot individualisme.
Als nu eens werkelijk gebeurde, wat u voorstelt; als nu eens vijftig kerkeraden weigerden om een attestatie uit een vrijzinnige gemeente in te schrijven of weigerden het Synode quotum te betalen, wat zou daarvan het gevolg zijn? Wel, dan was het tenminste tot daden gekomen, zou ds. Hennephof zeggen.
Inderdaad zou men het echter niet verder hebben gebracht dan dat er weer een groepje mensen buiten de kerk kwam te staan; een derde afscheiding of doleantie dus.
Moeten die vijfig kerkeraden dan ook weer een vrije oud-gereformeerde gemeente vormen?
Waar wil ds. Hennephof ons onder brengen? Is ds. Hennephof van mening, dat we dan dichter kwamen te staan bij de oplossing van het kerkelijk vraagstuk?
Immers neen; dan wordt de kerkelijke verwarring nog al groter. Er zou ongetwijfeld weer een gereformeerde groep in de Hervormde Kerk overblijven, die van afscheiding niet weten wil, en we hadden er weer een kerkje bij.
Wens ik Luther en Calvijn een slag in het aangezicht te geven?
Verre van dat. Maar ik geloof niet, dat Luther en Calvijn tot afscheiding zouden zijn overgegaan, als hun de gelegenheid geschonken ware om Gods Woord zuiver te prediken. Toen dat echter niet meer mogelijk was, moest het wel tot een breuke komen.
En hoe was het gesteld met de Christelijke Kerk vanaf het jaar 500 tot het jaar 1517? Of meent ds. Hennephof, dat er toen geen kerk geweest is en dat er toen geen volk is geweest in die kerk, hetwelk God had leren dienen en vrezen, ondanks het feit, dat de Waarheid onder een deksel gepredikt werd en dat de „hoogten" vele waren.
Ieder die de geschiedenis van de kerk bestudeert, komt wel tot een andere conclusie.
U vraagt, of de vermelding van die hoogten in Gods Woord als exempel is beschreven, dat zij zo erg niet zijn, of als waarschuwing hoe het niet moet?
U begrijpt, ds. Hennephof, dat ik op zulke vragen geen antwoord geef.
Tot mijn spijt heb ik dus op mijn vraag wat er moet gedaan worden tegen de verscheuring van het lichaam van Christus, geen antwoord gekregen.
Ds. Hennephof weet het ook niet.
Aan het einde van de vijfde kolom, waarin de Gereformeerde Bond wordt gesommeerd om tot daden te komen, schrijft ds. Hennephof letterlijk het volgende:
„Nu vraagt ds. T., mij een betere weg te willen aanwijzen om te komen tot de oplossing van het kerkelijk vraagstuk. Dit is vragen naar de bekende weg. Collega T. weet, dat er van gespreksgemeenschap niets terecht kan komen, omdat de kerken als kerken niet bij elkaar kunnen of willen komen.
Hij weet ook, dat de pogingen als het blad „de Enigheid des geloofs", negatieve resultaten geeft en het blad tegen zichzelf verdeeld is.
Hij weet, dat wij geen mannen van formaat hebben. Maar bovenal de Heilige Geest kan Zijn bediening niet meer kwijt, omdat er geen gebroken harten vanwege Zions schuld zijn.
Doch God blijft op ons wachten. Laat ons dan het altaar herstellen. Op naar Karmel!
Roept u kerkelijk Nederland daarop collega Timmer".
Ziehier het slot van het artikel van ds. Hennephof.
De kerken kunnen of willen niet, schrijft ds. H. Ja, maar collega, dat zal toch moeten. U zegt zelf, dat het tot daden komen moet. Woorden van de gescheiden kerken zeggen óók niets! Ik begrijp het niet, dat ds. H., die schrijft, dat de Heilige Geest Zijn bediening niet meer kwijt kan, omdat er geen gebroken harten zijn vanwege Sions schuld, anderen opwekt tot daden, terwijl hij zélf de weg niet weet tot kerkherstel.
Ik blijf bij wat ik geschreven heb, dat het wenselijk zou zijn als al Gods gekenden in die diep gezonken erve der vaderen samen mochten komen in gemeenschappelijke belijdenis van zonde en schuld, om de Heere aan te roepen om genade.
Daarvan was oneindig veel meer te verwachten dan van de voortgaande versnippering en verdeling van het lichaam van Christus.
Geachte collega, hiermee ben ik gekomen aan het slot van onze wederzijdse beschouwingen.
TIMMER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's