De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerk of gezelschap?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerk of gezelschap?

6 minuten leestijd

In sommige delen van ons vaderland zal men de vraag, die ik boven dit artikel schreef, niet eens begrijpen. Van de kerk heeft natuurlijk iedereen wel gehoord, maar wat hier met het woord „gezelschap" wordt bedoeld, zal menigeen niet duidelijk zijn.

Misschien zijn er wel lezers, die denken dat ik er een gezellig onderonsje mee bedoelde; een thee-visite dus.

In de kerkelijke kringen van Zuid Holland weet men wel beter, wat er met gezelschapsmensen wordt bedoeld.

Het is de vertaling van het woord conventikel. Dat waren samenkomsten van kinderen Gods, die met elkander de dingen van het geestelijk leven wensten te bespreken. Op die gezelschappen deelde men dan elkander mede, wat men uit genade door de werkking van Gods Heilige Geest van het werk der verlossing voor eigen hart en leven had leren verstaan.

O, zegt misschien een van de lezers, u Bedoelt zeker de zogenaamde spelonkiemensen uit het bekende boek „Neveldijk".

Neen, lezers, die bedoel ik nu juist niet. Ik denk nog gaarne terug aan de gezelschappen, die in mijn geliefde gemeente Ermelo elke Vrijdagavond gehouden werden. Daar kwamen de ouderlingen der gemeente samen met verscheidene kinderen Gods, om met elkaar het Woord Gods te ontsluiten. Men las en besprak het hoofdstuk, waarover ik vorige Zondag had gepreekt.

O, wat hebben die samenkomsten rijke zegen afgeworpen. In die kring zijn ouderlingen gevormd, die tot op de huidige dag de gemeente Ermelo dienen.

Lezers, het mag u toch voorts bekend wezen, dat juist de gereformeerde geloofsstukken bewaard zijn gebleven in de conventikelkringen.

Toen het modernisme en de etische theologie ons land overstroomden, bleef de aloude Waarheid der Schriften voortleven in de gezelschappen.

Het behoud van die Waarheid is onder de zegen Gods te danken aan de conventikels en niet aan de predikanten.

Ik zou het mij heel goed kunnen indenken, dat sommige lezers zullen menen, dat ik als antwoord op de vraag: kerk of gezelschap, ook nu zou zeggen, dat ik de voorkeur geef aan het gezelschap.

En toch doe ik dat niet. En waarom kies ik voor de kerk en waarom niet voor het gezelschap, na al dat goede wat ik er van gezegd heb?

Is het misschien om de ontaarding van het gezelschap? Zeker, óok daarom.

In Zuid Holland ontmoeten we mensen, van wie we geloven dat zij kennis hebben aan het leven van Gods kinderen.

En nu zoudt ge denken, dat die mensen juist het meest trouw zouden opgaan onder de dienst des Woords. Maar dan hebt ge het mis. In sommige streken zetten die mensen nooit meer een voet in de kerk. Ze komen alleen samen in gezelschap. De kerk is zó diep gezonken, dat ze daarmee niet meer van doen kunnen hebben. De predikant, die daar iedere Zondag voorgaat, is in hun ogen „gelijk aan een hond, die niet bassen kan".

De ambten worden totaal genegeerd. Van ouderlingen en diakenen wil men niet meer weten. Alle kerkelijk besef is weg.

Daar zit natuurlijk ook heel wat kaf onder die gezelschapsmensen. Ook onder hen zijn er, die in een gescheurde monnikspij rondlopen, als de armsten onder de armen, tot wie Tertulianus echter zou zeggen: Vriend, ga weg, want uw hoogmoed blinkt m.ij tegen uit uw gescheurde klederen.

Maar onder hen zijn toch ook mensen, die de Heere vrezen.

En ziet, nu smart het mij, dat sommigen van hen ons verlaten hebben en het gezelschap boven de kerk stellen. Dat is zeer te betreuren. We kunnen immers de bidders niet missen in onze diep gezonken kerk.

De gevolgen van de onkerkelijke levenswandel van zulke kinderen Gods zijn menigmaal o zo droevig. De kinderen van deze mensen komen meestal niet meer in de kerk. De kerk deugt immers niet. En de kleinkinderen zijn vaak spotters en Godloochenaars. Ik zou u daarvan tientallen voorbeelden kunnen geven. Wat iemand zaait, zal hij ook maaien. Ook dat is een methode van de vorst der duisternis, om alzo de kerk verder te helpen afbreken.

Om Doop en Avondmaal bekommert men zich in die kringen, gans niet meer. Ik ken een gezelschap, waar de leider de kinderen en kleinkinderen zelf doopt in een huiselijke samenkomst in familieverband.

Met smart constateren we een ontaarding van het gezelschapsleven. Het werkt niet meer naar de kerk tóé, maar van de kerk af.

Het is nodig, dat we in deze tijd weer eens gaan letten op hetgeen in de Heilige Schrift hierover wordt geschreven. Ik denk aan degenen, die waren samen gekomen op de Hemelvaartsdag in de opperzaal te Jeruzalem, om de komst van de Heilige Geest af te wachten.

Wie waren daar bijeen vergaderd? Was dit slechts een conventikel van kinderen Gods? Neen, in de eerste plaats worden de apostelen genoemd. Lees maar: Petrus en Jacobus, en Johannes en Andreas, Filippus en Thomas, Bartholomeüs en Mattheüs, Jacobus, de zoon van Alfeus, en Simon Zelotes, en Judas, de broeder van Jacobus.

Het luidt hier niet: Petrus en Andreas, of Jacobus en Johannes.

Neen, de namen worden heel anders gegroepeerd. De banden des bloeds treden op de achtergrond. Hier beluisteren we de sprake van de Heilige Geest.

Deze allen waren eendrachtelijk volhardende in het bidden en smeken, met de vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en ook zijn broeders.

Wat bemerken we duidelijk, dat de apostelen voorop gaan. Het ambt heeft de voorrang. Het was een kerkelijke samenkomst. Er werd zelfs in die samenkomst een nieuw apostel door het lot aangewezen. Met algemene stemmen werd Matthias tot de elf apostelen gekozen.

En die stille Maria, die al de woorden van haar Zoon in haar hart bewaard had, vroeg niet om de voorrang. Zij zei niet tegen Petrus: Zwijg gij stil, want gij hebt mijn Zoon verloochend, of gij kent Hem nog maar drie jaar en ik ken Hem al drie en dertig jaar.

Neen, neen, niets van dat alles. Met al de schat van haar bevindingen treedt zij in het kerkelijk leven op de laatste plaats. Ze zoekt haar eigen eer niet. Het is haar niet te doen om zich om de uitnemendheid van de openbaringen, aan haar geschied, boven de anderen te verheffen. Ze bidt in de kerk, dat de tweede advent, die ze hoopt te beleven, komen zal met haaste.

Kinderen Gods! Het antwoord op mijn vraag moet dus wezen: de kerk en niet het gezelschap, hoewel ik erken, dat gezelschappen onder de zegen des Heeren de Waarheid kunnen bewaren en naar de kerk kun­nen toeleiden.

TIMMER.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kerk of gezelschap?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's