De Puritein van de Hertenpolder
55
Toen ik het hoorde, enkele jaren nadien, mijn man was thuis van de zee, heb ik op mijn knieën de God mijns levens gedankt voor Zijn lankmoedigheid in het dragen en bewaren van een arm, in zichzelf hulpeloos mensenkind.
M'n jongen ken je Hem ook? Ken je een ander leven? Ze vraagt het zo teder. Zo met volle ernst.
Is dat die vrouw, die de mensen, de kleinen, lood in de schoenen stopt?
Janus ontkent haar vraag enigszins.
— Wat doet ge dan hier, m'n jongen? Als je om Christus verlegen bent, Die wil Zich gaarne over zondaren ontfermen. Hij wacht om je te verlossen uit de duisternis.
Maar wéét, dat ge u eerst moet leren kennen als een groot zondaar voor God. Want armen heeft Hij met goederen vervuld, maar rijken heeft Hij ledig weggezonden.
De zelfkennis leidt tot zelfvernedering. Daar gaat een hellevaart aan de inkomst van Christus vooraf. Een hellevaart, die al onze godsdienst verschroeit en al onze vodden verteert, zodat we naakt door de poort der bevrijding gaan, zonder een stroohalm in onze handen....... Heb je meer als een verknoeid leven?
Matje Bathorn weet wel dat deze jongeman hier maar zó niet gekomen is. Dat strijd z'n ziel benauwt, dat z'n hart in nood is.
— Kom, ik zal je een geschiedenis vertellen, zegt ze dan. Bij ons was een jongen, die op een verschrikkelijk moment, in zijn drift, een man overhoop stak.
Ik hoorde daarvan; ik kende de jongen. Hij was niet slechter dan de anderen. Toen is mijn deelneming zódanig opgewekt, dat ik er nog met verwondering aan terug denk. Ik begroot me er nu nog over. Maar Gods wegen zijn wonderlijk. Dat weet ge toch ook wel.......?
— Ja, antwoordt Janus, die zijn wonderlijk........!
Zij glimlacht nu en vertelt verder.
— Ik wist mij door genade ook een moordenaar, m'n jongen. Ik was de moordenaar van de Heere Jezus, Die op aarde kwam en enkel goeddadigheden deed. Die de doden opwekte, der blinden ogen opende, de kreupelen genas, de zieken gezond maakte, van zonden bevrijdde.
Ik was de moordenaar van de Heere Jezus. Toen ben ik met zulk een weemoed en heimwee naar die jongen in de strafgevangenis vervuld geworden, dat ik niet rustte, voor ik hem kon bezoeken.
Toen ben ik bij hem geweest. Hij kende mij uit zijn dorp.
— Willem, groette ik hem, met een schreiend gemoed, waarin ik evenwel de overwinning had behaald door de genade Gods, zodat ik ook weer sterk was en volwaardig.
Hij groette verlegen.
— Willem, zijt gij een moordenaar??
Hij knikte en zei niets.
— Ik ben het ook!!
— Weest getroost!
— Ik ben het ook!!
— Ik heb de Heere Jezus vermoord. Hem gehangen aan het kruis. En 't zijn de Joden niet. Ik heb het gedaan!
Willem, jij bent niet alléén een moordenaar!!
Hij is toen in een tranenvloed losgebroken. En samen hebben we geweend. Ik, en de jongen uit mijn dorp, die een moordenaar was en zijn straf moest ondergaan.
Zo mogen we komen en zeggen uit de volle ruimte van ons hart. Laat u van Hem overwinnen! Hij is zulk een rijke Koning!
Nooit zal je dit berouwen. Die keuze is goddelijk. Daar is geen beter leven, dan het leven dat niet sterft. Het geloof schenkt eeuwigheidsvrucht.
Matje Bathorn is opgewekt om Christus aan te prijzen.
Haar ogen glanzen, als zij de lof van haar Zaligmaker bezingt.
Janus is vervuld met een ontzaglijk heimwee.
— En nu, zegt Matje, zoek de eenzaamheid. Ge kent toch uw plaatsen, waar ge wel eens voor God gelegen hebt? Zoek die weer op. Laat nooit uw indrukken vervagen. Laat de wereld u niet overheersen. Bid om de Heilige Geest.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's