Preken in andere gemeenten en verzorging van eigen gemeente
We hebben in verscheidene artikelen in De Waarheidsvriend het preken in andere gemeenten al onder de ogen gezien. Ditmaal willen we het nog eens bezien in het licht van de verzorging van eigen gemeente.
Er zijn predikanten en godsdienstonderwijzers, die altijd tussen de wielen zitten. Ze zitten in het Noorden en in het Zuiden des lands; ze trekken van Oost naar West.
Ik heb mij wel eens afgevraagd, hoe het gesteld is met het ziekenbezoek en met het huisbezoek van die rondtrekkende predikers.
Of laat dat misschien veel te wensen over? Er is wel een grote ijver om extra spreekbeurten te vervullen. Daaraan zit wellicht ook een financieel belang. Maar de ijver, om in eigen gemeente de onverschilligen op te zoeken en die nog te lokken, is maar matig te noemen. In sommige gevallen schijnt er niets of althans heel weinig aan huis- en ziekenbezoek te worden gedaan. Het behoort zeker tot de taak van de kerkeraad en de hogere besturen, om op verwaarlozing van het herderlijke werk ten strengste toe te zien.
Laten we wel bedenken, dat ook onze „grote ijver" om elders het Woord te bedienen, als het gepaard zal gaan met verwaarlozing van de roeping in eigen gemeente, in het licht van het aanschijn Gods zal worden gebracht.
Verwaarlozing van roeping in eigen gemeente is nooit met vrome leuzen goed te praten.
Als ik dit alles nog eens overdenk, dan kom ik opnieuw tot de conclusie, dat het zo nodig zou wezen dat we werden geregeerd naar het aloude gereformeerde kerkrecht.
Uit de Kerkenorde van Dordrecht blijkt het duidelijk, dat onze vaderen een open oog hebben gehad voor de gevaren, die ook ik in dit korte artikel heb gemeend naar voren te moeten brengen.
Die gevaren waren er toen.
Die gevaren zijn er nog.
Ook thans geeft de Heere aan onze Hervormde kerk nog grote kansen. Maar als de afval geen keer neemt, zal het er over veertig jaar, naar de mens gesproken, weer veel droeviger voorstaan dan thans.
Er is nu een geslacht, dat bezig is van de kerk te vervreemden. Vroeger gingen ze nog ter kerk, ze hebben er in hun jeugd van gehoord. Thans ontmoet ik jonge mensen op mijn huisbezoek, die openlijk verklaren nooit in een kerk te zijn geweest en van Gods Woord weinig of niets af te weten.
Zo komen we nu reeds tot het moderne heidendom.
Laat de ijver van de dienaren des Woords en der ouderlingen mogen verdubbelen, want de zaak van de Koning heeft haast!
TIMMER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's