Geopende hemelen
En hij zeide: Ziet, ik zie de hemelen geopend. Hand. 7 : 56a
Gij kent hem wel, nietwaar, waarde lezer, de man, die de woorden van onze tekst heeft uitgesproken. Het is Stefanus. De Heilige Schrift geeft ons van dit kind des Heeren zulk een loffelijk getuigenis, een getuigenis, dat ons een blos van schaamte naar het aangezicht moet doen stijgen en ons bepalen bij ons gemis en onze diepe armoede. Hij is een man vol des geloofs en des Heiligen Geestes. Niet slechts was hij gereinigd door het bloed van de Borg, hij kende de Heilige Geest als de Inwoner der ziel en mocht tot de hoge God zeggen : Abba, Vader. Vol liefde tot de Naan? en de zaak des Heeren heeft hij niet gezwegen, maar in de synagogen van Jeruzalem heeft hij getuigd van de Ene Naam die onder de hemelen gegeven is, door welke wij moeten zalig worden. En zij konden niet wederstaan de wijsheid en de Geest, door Welke hij sprak. (Hand 6 vs. 10).
De nederlaag, die zij moesten lijden onder het zwaard van het Woord, kon het vleselijk Israël niet verdragen. Als zij het dan niet van hem kunnen winnen met woorden, zullen zij het van hem winnen met geweld. Die mond mag niet meer spreken en getuigen van redding, voor gans verloren zondaren uit vrije genade bereid. Het duurt niet lang, of Stefanus wordt gegrepen en gesleept naar de vergaderzaal van de Joodse Raad. Veel zal er wel in zijn hart zijn omgegaan, toen hij daar stond op dezelfde plaats, waar zijn Borg ook heeft gestaan. Des doods schuldig verklaard, opdat Stefanus en al het volk des Heeren nimmermeer in het gerichte Gods zoude komen. Behoort gij daar bij ? Mocht gij uw ziel al als een buit wegdragen ? De vijanden bewandelen ook nu weer dezelfde weg als bij het proces tegen Jezus. Valse getuigen staan op en zij weten het te zeggen, dat hij lasterlijke woorden gesproken heeft tegen de heilige plaats en de Wet..
Dan houdt Stefanus, onderwezen door de Heilige Geest, een rede, waarin hij het vlees niet spaart. Hij geeft eeii overzicht van de geschiedenis van Israël en verzwijgt hun de zonde van het volk des Verbonds niet, en ziet, dan keert hij zich met de volle scherpte van het profetische Woord tegen hen : Gij hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren, gij wederstaat altijd de Heilige Geest : gelijk uw vaders, alzo ook gij. In dat ontzettende woord ligt een ernstige" les voor ieder Dienaar des Woords, dat hij het volk niet moet sparen. Hij moet de volle waarheid verkondigen, op de man af, zonder aanzien des persoons. Al zouden wij de vriendschap van de mensen ook verliezen, al wat de Heere gezegd heeft, dat zullen wij spreken. Het vlees, ook het vlees van de godsdienstige mens, die denkt dat hij het heeft en weet, kan dat niet verdragen. Gij moet eens zien, wat in vers 54 te lezen staat : Als zij nu dit hoorden, barstten hun harten. Er staat eigenlijk, dat hun harten werden doorgezaagd. De zaag ging er in tot op het gebeente. En zij knersten de tanden tegen hem. Gjij weet, is 't niet, dat dit het werk is van de verlorenen in de hel. Daar is wening der ogen en knersing der tanden. Droeve zaak, dat dit hellewerk door de kinderen der hel nu al in beginsel wordt verricht. Vol duivelse haat staan de vaderen van Israël tegenover de Heere, Zij.n Gezalfde en Zijn ware volk. Naar menselijke berekening is de toestand van Stefanus hopeloos. Als een lam is hij temidden van de wolven. Als Daniël onder de leeuwen. Neen, dat is nog te zacht gesproken, want de mens in zijn waan en vijandschap is nog erger dan een roofdier. Weet gij dat al met het oog op uzelf, mijn lezer ?
Vanwaar zal nu hulpe komen voor Stefanus ? Wie neemt het op voor dat geplaagde en getergde kind des Heeren ? Bij de mensen is geen hulp. Hij verwacht het trouwens ook niet van de mensen. Geen woord klinkt van zijn lippen, waarin hij smeekt om erbarming en hulp, en toch heeft hij goede moed. Het blijkt uit het woord, dat hij in het midden van zijn vijanden' heeft uitgesproken : Zie, ik zie de hemelen geopend. Alles rondom hem is toegesloten. De deuren zijn dicht. (Sterke wachters bevinden zich rondom hem. Hij moest het eens wagen op te staan en weg te gaan. Als woedende dieren hadden zij zich op hem geworpen. En toch is hij vrij. Want waar de Geest des Heeren is, aldaar is vrijheid. Vrijheid ook voor hem, want door de inwonende Geest aanschouwt hij het zaligste goed, dat Gods kind temidden van druk en benauwdheid kan zien. Hij ziet de hemelen geopend en zelfs dat boze verharde Sanhedrin moet het weten, dat de Heere zo goed is voor Zijn kind. De hemelen geopend en uit die hemelen dalen voor hem stromen van troost en onferming neer. De hemelen geopend en de verheerlijkte Koning van Sion, die gij, o leden van het Sanhedrin, tot de dood hebt veroordeeld, maar God heeft Hem uit de doden opgewekt. Hij doet in gunstrijk welbehagen uit Sions tempelzalen, om hemi te helpen, hem te schragen. Zijn zegen nederdalen. De hemelen geopend, het zegt, dat als hij onder de handen van zijn beulen sterven zal, die geopende hemelen hem zullen ontvangen. Ook voor hem is daar plaats bereid.
Geopende hemelen kunt gij daarvan al spreken, hebt gij daar hoop op ? Of staan de zaken zó, dat de vraag, of de hemelen voor u geopend zijn, u in het geheel niet bezig houdt ? Daar is eens een dichter geweest, die het dorst zeggen : De hemel laat ik graag over voor de zwaluwen en de mussen, als ik maar van de aarde mag genieten. Gij huivert, als gij dat hoort en het is gelukkig, dat dat het geval is. In onze kringen is nog wel zóveel eerbied voor het Woord des Heeren, dat men die taal toch niet belieft te horen. Vergeet echter niet, dat het in het wezen der zaak de taal is van de natuurlijke mens, van ieder hart, dat niet weet van de weldaad der wedergeboorte. De aarde boeit ons en neemt ons in beslag en er is geen bekommernis over de vraag, of het nog mogelijk is, dat de hemel, die wij door onze val in het Paradijs hebben toegesloten, nog weer voor ons kan worden geopend. Er is op de aarde zoveel te doen. Er is op de aarde zoveel te genieten, vooral voor het jeugdige hart. Er is op de aarde zoveel wat ons met zorg vervult, en wij denken aan de toenemende internationale spanningen. Is het dan een mens kwalijk te nemen, dat de gedachte aan de hemel in het geheel bij hem niet opkomt ? Trouw moet gij blijven aan de aarde, zo roept men ons toe, en zeker, gij hebt hier een taak te vervullen, maar het is toch wel héél droevig, als gij niet meer hebt dan deze aarde. Die aarde gaat u ontzinken. In de ure van het sterven. Als gij haar het meest van node hebt, laat zij u in de steek als het muildier van Absalom. Weet toch, dat die ure zo spoedig kan aanbreken. Er is slechts één schrede tussen ons en de dood. En weet gij wat er dan gebeurt ? Dan zinkt gij weg in de open hel. Dat is toch geen kleine zaak, eeuwig onder de toorn des Heeren te moeten verkeren !
Maar in welk een weg leert een mens het dan, dat ook voor hem de hemelen geopend zijn ? Wel, in dezelfde weg, waarin Stefanus het heeft geleerd, waarin de Heere deze zaak al Zijn volk onderwijst. Er breekt een tijd in ons leven aan, waarin wij onze ogen niet durven opheffen naar de hemel. Een tijd. Waarin de hemel voor ons gesloten is. Ik heb Uw wil en Wet, hoe heilig, stout versmaad. Weet gij daar iets van, waarde lezer ? Och, dan trachten wij zelf nog wel aan de Wet des Heeren te betalen. De mens gaat vroom worden en spant zich in. Maar de schuld groeit en de last wordt steeds zwaarder. De deur naar de hemel blijft dicht. Dicht, totdat wij met al onze pogingen en inspanningen om die deur te openen, vastlopen. Dan wordt het een verloren zaak en daar blijft slechts open de deur naar de hel. Het recht Gods wordt gebillijkt ; Gij zijt recht, o Heere, als Gij mij daarin werpt. Want ik heb gedaan dat kwaad was in Uw oog, dies ben ik, Heere, Uw gramschap dubbel waardig. 'k Erken mijn schuld, die U tot straf bewoog. Uw doen is rein. Uw vonnis gans rechtvaardig.
Kent gij deze klacht ? Wel, dan geschiedt ook bij u het wonder, dat gij de heerlijkheid' leert kennen van de Borg. Hij is de Deur. De Deur naar de schaapskooi, ook de Deur naar de hemel. Zwaar was het lijden, dat Hij voor Zijn schuldig volk heeft ondergaan. Hij heeft van het begin Zijns levens tot aan het einde onder een gesloten hemel gezwoegd om de losprijs tot bevrijding van Sion te betalen. Onder een gesloten hemel, als Kind in de kribbe van Bethlehem. Onder een gesloten hemel bij Zijn zwerven over de aarde. Onder een gesloten hemel, als Hij hangt aan het kruis. Onder een gesloten hemel, die vuur schoot, toen Hij afdaalde in de diepten der hel : „Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten ? " Hoe goed kan een benauwde ziel het hebben, als zij Zijn heerlijkheid aanschouwen mag. Dan valt een straal van hemels licht over de weg. De deur naar de hemel gaat — als ik het zo zeggen mag — even open. Zalig worden is mogelijk, zelfs voor mij. Zaliger is het nog, als gij een goede vereniging des geloofs moogt kennen met die Borg. Dat! gaat in de weg van het sterven. In de weg van het verliezen. In de weg, dat de hemel, naar recht, voor ons gesloten is. Wie Hem kent en bezit, kan eerst naar waarheid uitroepen : Zie, ik zie de hemelen geopend. O; zoekt, zoekt er naar dat zalige goed te mogen ontvangen.
Was die heerlijkheid in het verleden uw deel ? Ja, zegt ge, maar waar zijt gij gebleven, gij zalige dagen van vroeger ? Het is mij nu zo bang en benauwd en de vrees klemt mij, dat de Heere naar mij niet meer zal omzien. De deur naar de hemel is dicht....... en duizend zorgen, duizend doden kwellen mijn angstvallig hort. Geen moed is er in mijn leven. Geen verweer tegen de vijanden, die tegen mij opstaan. Weet gij hoe dat komt ? Wel, het verband van onze tekst geeft het antwoord op die vraag. Daar staat in vers 55 : Maar hij, vol zijnde des Heiligen Geestes en de ogen'houdende naar de hemel, zag de heerlijkheid Gods en Jezus staande ter rechterhand Gods. Daar hebt gij het. Het is door de inwonende Geest, dat Gods kind contact met de hemel heeft en een opening in de hemel aanschouwt. Zonder de bediening van die Geest ziet gij slechts het leed, de macht van de vijanden, wordt gij beducht voor de aanvallen van de duivel. De Geest maakt van de aarde los en heft onze ogen naar de hemel, vanwaar onze hulpe komen zal. Is dit nu niet de oorzaak van uw nood. dat gij de Geest hebt bedroefd en gij Hem, o Christen, gedwongen hebt Zich van u terug te trekken ? Hoe droevig is dat. Mijn oog mijn oog vliet af van water, omdat de Trooster, die mijn ziel zou verkwikken, verre van mij is. Hier komt het op aan, dat die Geest, die gij gedwongen hebt zich van u terug te trekken, weer tot u komt, en nu is Hij souverein. Hij komt waar Hij wil. Hïj komt eens voor het eerst en daarna bij vernieuwing, uit louter genade. Maar het is óok waar, dat Hij komt op het gebed. Wat ik u bidden mag is dit : Knielt neer en vraagt, smeekt, smeekt om die Geest: Och, schonkt Gij mij de hulp van Uwen Geest, mocht die mij op mijn paan ten Leidsman strekken. Zonder die Geest zit gij in het duister en blijft het Woord des Heeren voor u een gesloten boek. Zonder die Geest vreest gij, dat gij door de macht van de vijanden zult bezwijken. Als de Geest het hart vervult, dan merkt gij niet op de dingen die men ziet, maar de dingen die men niet ziet. Dan aanschouwt gij geopende hemelen en hoe donker ook de weg mag wezen, uit die hemelen daalt hulp en troost neer en hoort, het loflied rijst op: „Daarom zullen wij niet vrezen, al veranderde de aarde hare plaats en al werden de bergen verzet in het hart der zeeën. De Heere der heirscharen is met ons. De God Jacobs is ons een Hoog Vertrek.
En als het dan nu al zo zalig is, de hemelen geopend te zien, wat zal het dan aanstonds niet zijn, de geopende hemelen in te gaan. Christus heeft voor al Zijn volk plaats bereid. Dan is het leed ten einde en de strijd voorbij en de kroon des levens wordt op hun hoofd gezet.
Oosterwolde (Veluwe).
Ds. J. G. ABBRINGH
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's