Is de Geref. Bond sectarisch?
Van verschillende zijden wordt ons de beschuldiging naar het hoofd geslingerd, dat we sectariërs zijn. Het heet, dat de Gereformeerde Bond een partij in de kerk wil zijn. Het gaat ons slechts om de Geref. Bond en niet om de kerk. Wij voelen niet genoeg voor de kerk.
Ziedaar enige beschuldigingen aan ons adres, die men iedere keer weer te horen en te lezen krijgt.
Vooral mijn artikeltje, waarin ik beweerd heb, dat men in elke classis zulk een man naar de generale synode zou afvaardigen, die geacht kon worden de mening van de meerderheid der classis weer te geven, stuitte op verzet.
Zo iets mocht de secretaris van de Geref. Bond niet zeggen.
Eilieve, is hetgeen ik beweerde dan zo onredelijk ?
De classicale vergadering van Gouda waarin over de kerkorde werd beslist, was bezocht door ongeveer zes en vijftig predikanten en ouderlingen.
Bij de meeste stemmingen werden plm. 40 stemmen uitgebracht op de voorstellen van de Geref. Bond.
De vrijzinnigen met de confessionelen konden het meestal niet verder brengen dan tien tot twintig stemmen.
Het is wel merkwaardig, dat degenen, die confessioneel willen heten, bijna altoos in oppositie waren tegen hetgeen werd voorgesteld van de zijde van de Geref. Bond.
Goed, er waren dus veertig stemmen aan de kant van de Geref. Bond. Is het nu zo vreselijk onbillijk, als in zulk een classis ook wordt voorgesteld om een man naar de synode te zenden, die de mening van de meerderheid weerspiegelt ?
Is dat sectarisch of vrucht van partijzucht ? Ik vraag in gemoede, of men in een classis, waarin men geen binding wil aan de aloude belijdenis, maar zich wel tevreden stelt met de zo duistere term van „in de weg van het belijden der kerk" het ook zou willen, dat er een predikant of ouderling werd gekozen, die staat op het standpunt van de binding aan de belijdenis.
Bij mijn weten is het nergens in den lande gebeurd, dat een van de mannen van de Geref. Bond in een niet, of niet overwegend Gereformeerde classis gekozen werd.
Men zorgt wel, dat zo iets niet gebeurt.
Doch wèl geschiedt het, dat men alvorens iemand af te vaardigen, informeert of hij wel vóór het ontwerp zal stemmen.
Is dat misschien ook partijzucht ?
De formuleringen in de nieuwe kerkorde, waar het gaat om de principiële dingen, zijn beslist vaag te noemen.
De Zwingligroep, de uiterst vrijzinnige groep in onze kerk, en daarbij niet aangesloten vrijzinnigen, zijn er niet gerust op. Maar ook de gereformeerde groep, is niet gerust over deze formulering.
Natuurlijk zijn die „Zwinglianen" er om heel andere redenen tegen als de mannen van de Gereformeerde Bond. De vrijzinnigen vrezen een naar hun smaak te orthodoxe opvatting ; de gereformeerden een niet-orthodoxe opvatting.
Maar dit blijkt toch duidelijk uit het standpunt van deze beide uiterste groepen, dat de formulering van de principiële dingen onvoldoende is. Men verlangt klaarheid. Men wil weten, waar men aan toe is.
En nu is de dure plicht van de Gereformeerde Bond, om de mensen in onze kerk, die de belijdenis onzer vaderen liefhebben, nog op te roepen tot samenbinding om voor die belijdenis te strijden.
Als de kerk in haar organen dit niet op besliste wijze doet, dan kan het toch nog nuttig zijn, dat gereformeerde mensen de kerk trachten op te wekken om voor die belijdenis op te komen. Dat is trouwens het recht en de dure plicht van elk, die in onze kerk nog gereformeerd wil heten. En nu erken ik het, dat het jammer is dat hiervoor een organisatie van gereformeerden nodig is. Hoewel ik secretaris van de Gereformeerd Bond ben en mij reeds enkele tientallen jaren aan dat werk heb gegeven, zou ik niets liever willen dan dat deze Geref. Bond zo spoedig mogelijk van het toneel kon verdwijnen. Zodra de kerk in haar organen zich trouw betoont aan haar belijdenis, hoop ik een voorstel te doen om die Bond zo spoedig mogelijk te ontbinden, althans zijn doelstelling naar omstandigheden te wijzigen.
Maar zolang dat niet geschiedt, moeten wij op onze post blijven, ondanks het feit, dat velen, die van een binding aan de belijdenis niet meer willen weten, het ons kwalijk blijven nemen.
Ik kan het mij indenken, dat sommigen ons als ouderwetse meubelstukken in de kerk aanzien, die men liever maar in een museum zou zetten. Maar we schamen ons niet voor de oude belijdenis.
TIMMER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juli 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juli 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's