Isolement en afscheiding
Het kan zijn nut hebben, eens te horen hoe anderen ons zien. De Hervormde Kerk van 22 Juli '50 geeft daartoe gelegenheid in een artikel van dr. T. Dokter, dat wij in zijn geheel willen overnemen. De titel luidt : Wie zich isoleert, geeft voedsel aan repeterende breuk.
De cursief gedrukte inleiding geeft een situatie tekening, welke dit opschrift niet alleen verklaart, maar ook te kennen geeft, dat deze verschijnselen wijzen op een gevaarlijk sectarisme, waardoor de kracht van de gereformeerde belijdenis voor het kerkelijk leven wordt ondermijnd.
De bedoelde inleiding luidt als volgt :
Er zijn Hervormd Gereformeerde evangelisaties in vrijzinnige, in gematigd orthodoxe en in confessionele gemeenten. Er zijn rechts-Hervormd Gereformeerde evangelisaties in gemeenten, waar een links-Hervormd Gereformeerde prediking wordt gehoord.
Er zijn ultra-Hervormd Gereformeerde evangelisaties in rechts-Hervormd Gereformeerde gemeenten.
In ultra-Hervormd Gereformeerde gemeenten kunnen geen evangelisaties nog verder naar rechts bestaan ; er zijn echter leden van deze gemeenten, die het zoeken bij de vrije Gereformeerde gemeenten.
Dan volgt de vraag :
WAT WILLEN DE HERVORMD GEREFORMEERDEN ?
Het is wel mogelijk enkele globale kenmerken van de Hervormd Gereformeerde stroming te noemen. Men wenst een prediking in overeenstemming met de drie formulieren van enigheid, al laat men de mogelijkheid van het inbrengen van bezwaren tegen de belijdenis open, als dit slechts geschiedt in een naar de Gereformeerde belijdenis en het Gereformeerde kerkrecht geordende kerk. Men wil in de prediking het bevindelijk element tot zijn recht laten komen. Men houdt zich in de liturgie aan de kerkorde van Dordt, dat wil zeggen men zingt enkel psalmen, met de enkele gezangen achter de psalmen, hoewel men er geen principieel bezwaar tegen heeft gezangen te zingen, indien deze slechts door een Gereformeerde Synode zouden zijn ingevoerd. Men hecht waarde aan een Puriteinse levensstijl.
Ik ken verscheidene Hervormd Gereformeerden, voor wie ik oprechte achting heb, en ik zou wel, wensen, dat de Hervormde Kerk velen van zulken, onder haar leden had, predikanten en niet-predikanten.
Daarna tracht de geachte schrijver het isolement te verklaren uit een vrees voor vervlakking :
BESLOTEN GEMEENSCHAP.
De Noodraad heeft er in voorkomende gevallen steeds krachtig voor gepleit dat voor een minderheid, die dat verlangde, een Gereformeerd predikant zou worden beroepen, zoals de meeste kerkeraden in de grotere gemeenten dit al lang plegen te doen.
Wanneer een kerkeraad zulk een predikant beroept, die de bovengenoemde kenmerken heeft, blijkt het meermalen, dat de gereformeerde minderheid toch niet voldaan is. Er waren nog andere motieven aanwezig.
Er leeft in deze groepen een sterke behoefte om een besloten gemeenschap te vormen. Men wil in het geheel der grote kerk zijn eigen Gereformeerd leven leiden.
Van een al te nauw verkeer met de anderen vreest men vervlakking. Immers, zo zegt men, in de Hervormde Kerk waait zoveel wind van leer. Er bestaat in brede kringen der Hervormde Kerk niet de gebonden levensstijl. Er zijn rechtzinnigen, die zich al te gemakkelijk met de vrijzinnigen verbroederen en er zijn er, die in de politiek links georiënteerd zijn. Om het gevaar van de vervlakking tegen te gaan, zoekt men het isolement. Men blijft we! getuigen, maar uit de veilige veste van de eigen besloten groep. Een gereformeerd predikant, die zijn groep midden in de kerk wil brengen om daar te getuigen in het besef van verantwoordelijkheid voor heel de gemeente wordt verdacht ook al besmet te zijn door de „nieuwe koers". Men begeert een predikant, die de beschermende omtuining verstevigt.
Het komt ons voor, dat deze tekening niet helemaal juist is. In al. 2 b.v. „dat de gereformeerde minderheid toch niet voldaan is". Dit kan zijn oorzaak ook daarin vinden, dat de kerkeraad geen overleg pleegt met die minderheid inzake het beroep van een predikant, welke met het oog op haar geestelijke verzorging wordt beroepen.
Ad. al. 3. De gemeenschap ligt in het gemeenschappelijk geloof, eer dan in een behoefte om een besloten gemeenschap te vormen. En hoewel de synodale organisatie van 1816 bevorderlijk moest zijn aan het streven naar een eigen gereformeerde leven binnen het geheel der kerk, is het niet zozeer, dat men dat ook wil. Integendeel, men zou een gereformeerd kerkelijk leven wensen. Doch, indien de plaatselijke kerk als geheel of in meerderheid dat niet begeert, staat de minderheid vanzelf geïsoleerd met al de bezwaren, welke daaraan zijn verbonden.
Men heeft dan ook geen voorkeur voor een predikant, die „de beschermende omtuining verstevigt", maar aan zulk een, van wien men verwachten kan dat hij getrouw aan Schrift en Belijdenis een kerkelijk leven zoekt te bevorderen, dat daarmede in overeenstemming is, hetgeen naar gereformeerde overtuiging ook iedere kerkeraad schuldig is te doen.
Verder schrijft dr. D. over :
EEN PASTORALE HOUDING.
Het is ons verlangen, dat allen voor de Hervormde Kerk bewaard blijven, van uiterst links tot uiterst rechts. De kerkeraden moeten de onbevredigden zover tegemoetkomen als met de gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift en de gebondenheid aan de belijdenis overeenkomt. Tegenover allen moet de pastorale houding worden aangenomen. Het schijnt niet geheel overbodig hierop ten aanzien van de ultra-Gereformeerden in het bijzonder te wijzen.
Er schuilen in menige Gereformeerde groep ernstige afwijkingen van de belijdenis. Men drijft dikwijls een onbijbelse leer der uitverkiezing, men heeft vaak een onschriftuurlijke opvatting van het Heilig Avondmaal, de Christelijke levenswandel heeft menigmaal een zeer wettische inslag.
Deze afwijkingen mogen echter geen reden zijn om een antithetische houding tegenover de Gereformeerde groep aan te nemen. Elke groep in onze kerk heeft immers haar dwalingen en ketterijen, en wie een ander oordeelt, oordeelt zichzelf. De pastorale mildheid, die wij voor onszelf nodig hebben en begeren, mogen wij anderen niet onthouden.
ER ZIJN GRENZEN.
De pastorale mildheid kan op een ogenblik een halt moeten worden toegeroepen. Een kerkelijke vergadering zal er niet aan mee mogen werken, dat de afwijkingen van een groep door een onschriftuurlijke prediking stelselmatig worden versterkt. Voorts mag verlangd worden, dat er in een groep, die tegemoetkoming verlangt, althans een gering besef aanwezig is, dat ook zij is afgeweken van Schrift en Belijdenis, en dat zij daarom bereid is met de anderen terug te keren tot de gehoorzaamheid.
De Gereformeerde stroming kan een zeer belangrijke bijdrage geven tot de opbouw van de Hervormde Kerk. Maar dan moet zij zich niet isoleren en van haar isolement uit alleen maar polemiseren. Daarmee bewijst zij aan de kerk in haar geheel geen dienst. En zij dient er haar eigen groep tenslotte ook niet mee. Want wie zich isoleert, geeft voedsel aan de repeterende breuk.
Het zou de Gereformeerden grote droefheid veroorzaken, als de Hervormde Kerk onder haar nieuwe orde zou belijden in gemeenschap met de belijdenis der vaderen en niet in overeenstemming met de belijdenis. Laat één ding hun tot geruststelling zijn : zij zullen onverminderd de gelegenheid hebben de kerk op te roepen tot gehoorzaamheid aan Schrift en Belijdenis. En zij zullen er zich waarschijnlijk over gaan verwonderen, dat er zoveel oor is voor hun geluid, als dat pastoraal-opbouwend klinkt.
T. DOKTER.
Wij ontkennen geenszins, dat onder gereformeerden en wat men noemt „ultra-gereformeerden" (is dat eigenlijk nog wel gereformeerd ? ) afwijkingen zijn, die ook een gereformeerde Synode niet zonder meer zou kunnen toelaten. De kerkelijke tucht zou in dit opzicht een en ander te doen hebben, maar men vergete niet, dat de gereformeerden niet minder dan anderen de gevolgen ondervinden van het gebrek aan kerkelijke tucht.
Wat de pastorale houding aangaat, moge worden opgemerkt, dat men tot op heden in de Hervormde Kerk aan niemand het recht kan ontzeggen op een geestelijke verzorging in overeenstemming met de belijdenis der kerk.
Men kan er prijs op stellen, rechts en links voor de Hervormde Kerk te bewaren, maar dat kan o.i. toch niet betekenen, dat „gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift en gebondenheid aan de belijdenis", waarvan de schrijver spreekt in verband met de pastorale houding, op een wijze zou worden opgevat; dat rechts en links een eigen leer kunnen brengen.
S.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's