Zal straks een predikant vier jaar op een plaats moeten blijven, eer hij beroepbaar is?
In de ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers staat in art. 9, hetwelk handelt over de vereisten voor het beroepbaar zijn, onder c, „dat men — op een standplaats gevestigd zijnde — daar ten minste vier jaren heeft gestaan".
Dat zal voor sommige predikanten geen voorstel wezen, dat van harte wordt toegejuicht. Degenen, die gaarne na korte tijd weer van gemeente verwisselen, zien zich dan de verplichting opgelegd om ten minste vier jaar op één standplaats te blijven.
Voor candidaten tot de Heilige Dienst gold nu reeds de verplichting, om ten minste twee jaar op één plaats te blijven. Waren die twee jaar eenmaal voorbij, dan was men in de tweede en volgende gemeente aan geen termijn gebonden. Vertrok iemand echter binnen de twee jaar, dan moesten de kosten worden terugbetaald, die de vorige gemeente gemaakt had.
Het kan nuttig zijn, dat een predikant ten minste vier jaar in een gemeente blijft. Men kan gerust zeggen, dat velen, die maar twee of drie jaren een gemeente hebben gediend, die gemeente maar zeer oppervlakkig hebben leren kennen; Velen hebben in die tijd niet eens al de leden van hun gemeente bezocht. Bij een langer verblijf gaat dat natuurlijk gemakkelijker. Het is mogelijk, dat men door een verblijf van vele jaren hechte grondslagen mag leggen onder de jeugd. Op een bepaalde generatie wordt een stempel gezet. Aan de andere kant kan er een geval zijn, dat het nodig is dat iemand eens een andere gemeente krijgt te bedienen. Dit geldt voor ouderen, maar inzonderheid voor de jongeren. Door jeugdige, misplaatste ijver worden soms verkeerde zetten gedaan. Het is gelukkig, dat een jongeman met het geleerde in zijn eerste gemeente in de volgende gemeente weer winst zal doen.
Nu wil de nieuwe kerkorde dus een termijn van vier jaar stellen.
Bij dit voorstel spelen de financiën ook een grote rol. Vlak na het einde van de wereldoorlog zijn er heel wat predikanten verhuisd. Ik kan mij in de getallen vergissen, maar ik heb mij laten voorrekenen, dat al die verhuizingen aan de kerkvoogdijen veel meer dan één millioen gulden hebben gekost.
Verhuizen kost bedstroo — zegt 't spreekwoord.
Het bewonen van die grote pastorieën is geen sinecure. Wat een gordijnen zijn er voor nodig. Wat brengt de vloerbedekking een kosten mee ! En als we dan een cijfer horen van ver boven het millioen, dan kan ik het mij indenken, dat de hogere besturen zeggen : Daar moesten we toch eigenlijk eens een schotje voor schieten.
En dat zijn inderdaad argumenten, waarmee gerekend moet worden.
De commissie vanwege de Gereformeerde Bond heeft met recht gezien, dat dit voorgestelde artikel voor de Bondsgemeenten nog wel ingrijpende gevolgen zal hebben. Er zijn immers tal van vacatures, waar men gaarne een predikant van de Geref. Bond zou beroepen. Als men nu alleen maar beroepen mag uit predikanten, die minstens vier jaar aan een gemeente verbonden waren, dan wordt de keus bij de huidige schaarste nog geringer. Daarom heeft onze commissie voorgesteld om die vier jaar in drie jaar te veranderen en aldus de situatie voor de gemeenten nog wat te verbeteren.
Er zit aan deze kwestie ook een geestelijke kant. Waar blijven we met de roeping ? En wat te denken van het werk van de Heilige Geest ?
Ik lees in Handelingen 16 vs. 6 : En als zij Frygië en het land van Galatië doorgereisd hadden, werden zij van de Heilige Geest verhinderd het woord in Azië te spreken.
En in het 7de vers van datzelfde hoofdstuk lezen we: en aan Mysië gekomen zijnde, poogden ze naar Bithynië te reizen, en de Geest liet het hun niet toe.
Nu is de ambtelijke bediening des Woords in de gemeenten nog wat anders dan de gang der apostelen.
Toch komen we hier op een zeer moeilijk en teer terrein. Hier gaat het om de weg Gods. Zeker, ik weet het, dat we hierin uiterst voorzichtig moeten zijn. De weg van ons eigen vlees en bloed houden we zo gaarne ook voor een weg Gods. En dan zeggen we zo gemakkelijk, dat middelen en wegen kunnen samengaan.
Het zal wel zo wezen.
Laat ieder de hand maar steken in zijn eigen boezem en de Heere vragen : Zie of bij mij een schadelijke weg zij en leid mij op de eeuwige weg.
TIMMER.
De kerkorde regelt uit de aard der zaak de orde. Dat is goed, want de Schrift eist orde en God is een God van orde.
Het komt echter allereerst aan op het geestelijk leven en geestelijke waarachtigheid, zullen wij niet, tot sleur en ambtenarij vervallen.
S.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's