De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Van heinde en ver

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van heinde en ver

7 minuten leestijd

Generaal Franco en de Protestanten

Enige tijd geleden werd bekend gemaakt, dat generaal Franco een bedrag van ± 1½ millioen peseta's beschikbaar stelde voor de wederopbouw van de tijdens de burgeroorlog verwoeste Protestantse kerken in Spanje. Dat leek hoopvol. Want de Protestanten in Spanje hebben nogal een en ander te verduren, ook van de zijde van de overheid. Het leek alsof deze gift een koersverandering van het Franco-regime inluidde. Ook bepaalde uitlatingen van generaal Franco gaven voedsel aan deze verwachting.

Op 8 Juni 1950 publiceerde de „New York Herald" een interview met de generaal.

Op een vraag, of het waar is dat er godsdienstvervolging in Spanje voorkomt en er discriminatie is ten aanzien van Protestanten en Joden, antwoordde Franco: „Het Spaanse Handvest verzekert aan allen vrijheid van geweten en garandeert het uitoefenen van iedere godsdienst als een fundamenteel recht van de mens. In het Protectoraat Marokko en in onze overzeese bezittingen is van ouds een meerderheid van Mohammedanen en Jaden, die niet slechts volledige godsdienstvrijheid genieten, maar ook steun en bescherming ontvangen".

Ondertussen hebben de Spaanse Protestanten een antwoord ontvangen op de petitie, die zij in het begin van dit jaar aan generaal Franco zonden over de godsdienstvrijheid. Dat antwoord maakt duidelijk, dat er nog geen sprake van koersverandering is. Het verwijst naar een oud rondschrijven van Februari 1948, dat gericht was aan alle gouverneurs der Spaanse provincies. Hierin wordt gezegd, dat artikel 6 van de Fuero de los Espanoles verklaart, dat de Katholieke godsdienst de godsdienst is van de Spaanse Staat. Vervolgens, dat „niemand zal worden lastig gevallen vanwege zijn godsdienstige overtuiging. Alleen openbare plechtigheden en betogingen van de Katholieke godsdienst zijn toegestaan".

Het rondschrijven zegt voorts, dat er zoveel misbruik is gemaakt van dit artikel (kringen van Vrij-metselaars, die in Protestantse kerken vergaderden om samenzweringen voor te bereiden tegen het openbare gezag), dat het nodig is om nog eens duidelijk aan te geven, wat wel is toegestaan en wat verboden is.

1. Het niet in het openbaar uitoefenen van de godsdienst door niet-Katholieken is toegestaan.

2. Onder dit laatste wordt verstaan zowel het persoonlijk geloofsleven als de godsdienstoefening in een ruimte, die daarvoor bestemd is.

3. Een dergelijke godsdienstoefening mag op geen enkele wijze naar buiten blijken; zij zou dan immers niet meer „privé" zijn, hetgeen de enige vorm is, die is toegestaan, en voorts, omdat de enige uiterlijke manifestatie die is toegestaan, die van de Katholieke godsdienst is.

4. Daarom kan er geen sprake zijn van enige vorm van propaganda of van het trachten te maken van proselyten door niet-Katholieken, door welke methode dit ook geschiedt, zoals door het stichten van scholen, het geven van geldelijke steun, door middel van ontspannings-centra (verenigingen enz.)

De gouverneurs van de provincies werd opgedragen aan dit alles zeer streng de hand te houden.

En wanneer men nu weet, dat één van die gouverneurs eens gezegd heeft, dat het naar zijn mening reeds openbare uitoefening van de godsdienst door niet-Katholieken zou zijn, wanneer een predikant een gebed deed in een huis, waarin hij ook toevallig aanwezig was, dan verstaan we, als het uit het bovenstaande ons nog niet duidelijk is, dat hier van echte godsdienstvrijheid geen sprake is en dat het er, ondanks het Franco-regime, voorlopig nog wel „Spaans" zal toegaan.


President Truman en de Bergrede

De president der Verenigde Staten beroept zich, zoals bekend is, in zijn redevoeringen meer dan eens op de Bijbel en in het bijzonder op de Bergrede. Het Amerikaanse weekblad „The Christian Century" van 28 Juni j.l. gaf naar aanleiding van dit soort uitspraken een opmerkelijk artikel, waarin de president niet gespaard wordt en het Amerikaanse volk niet minder de waarheid wordt gezegd. Het voornaamste uit dat stuk laten we nu volgen:

Voor de tweede maal binnen acht maanden heeft President Truman tot een groep kerkelijke leiders gezegd, dat de Bergrede de richting aangeeft van het handelen van de Verenigde Staten. De eerste maal was tijdens het bezoek van een aantal Anglicaanse bisschoppen aan het Witte Huis in September van het vorig jaar. Toen in Juni van dit jaar een delegatie van de Augustana Lutherse Kerk door de President werd ontvangen, zeide hij: „wij geven de leiding aan de morele krachten in de wereld. Wij zijn leiders, die geloven dat de Bergrede meent wat zij zegt; leiders, die geloven dat de wet waaronder wij leven, een van God gegeven wet is; dat al onze tradities afkomstig zijn van Mozes op de Sinaï en van Jezus, toen Hij de Bergrede uitsprak. Wij trachten te leven en te handelen naar die wet".

Vervolgens zeide de President, dat de Russische communisten mensen waren, die „niet geloven in een zedewet en zelfs zover gaan om te zeggen, dat er geen Opperwezen is".

Als de president alleen maar als politicus tot een aantal leden van Kerken had gesproken, zouden uitspraken als deze niet zo erg zijn, maar hij spreekt als president van de Verenigde Staten, zo merkt „Christian Century" op. „Hij ziet de internationale situatie zó, dát Rusland en het Communisme als voorvechters van het atheïsme en als exponenten van de immoraliteit staan tegenver de Verenigde Staten, die Gods geboden hoog houden en zich laten leiden door de Bergrede.

Het is waar, dat Rusland geregeerd wordt door mensen, wier geloof het atheïsme is, wier opvatting van de moraal niet overeenkomt met de Christelijke traditie. Het is ook waar, dat de Verenigde Staten bij de Grondwet vrijheid van godsdienst erkent en dat vele vooraanstaande personen, alsmede de president, lid zijn van een Kerk, en in God geloven. Maar daarom mag nog maar niet dadelijk de gevolgtrekking worden gemaakt, dat wij zonder een enkel gebrek zijn en Rusland volkomen verdorven is.

Wij twijfelen er niet aan, dat Harry S. Truman, de vriendelijke, goedhartige, eenvoudige man, oprecht gelooft dat hij zijn land bestuurt volgens de voorschriften van de Bergrede. Dat beklemt ons min of meer. Wij vragen ons af, hoe lang het geleden is, dat hij de drie harde en tot deemoed brengende hoofdstukken uit het Evangelie van Mattheüs gelezen heeft. Wij vermoeden, dat hij de Gulden regel (Matth. 7 vs. 12) verward heeft met de Bergrede. De president ziet de wereld alleen in wit en zwart: de Verenigde Staten, die geleid wordt door de Bergrede, terwijl onze vijanden geregeerd worden door hun haat tegen God.

Het is jammer, dat het hoofd van de Staat in geestelijk opzicht zo blind is en wij zouden willen dat een Christen, die hiertoe in staat is, hem zou kunnen verklaren, wat de woorden van de Bergrede werkelijk betekenen.

Maar is de houding van de President ook niet te vinden bij een groot deel van het kerkvolk en zelfs bij een aantal predikanten?

Nog geen twee jaar geleden stelde de „Ladies Home Journal" een onderzoek in naar de zedelijke en godsdienstige opvattingen van het Amerikaanse volk. 18% van de ondervraagden zeide, dat zij een volkomen goed leven leidden; 28% was van mening, dat zij voor driekwart de weg naar zedelijke volmaaktheid betraden, en 32% meent, dat zij deze wel voor de helft bewandelen. 78% zeide, dat zij ten volle voldeden aan het Christelijk gebod der liefde wanneer zij zaken deden en 80% handelde volkomen volgens Christelijke maatstaven in hun verhouding tot de andere rassen. En acht van de tien Amerikanen menen, dat de wereldproblemen voor het grootste deel zouden kunnen worden opgelost, als men volkomen gehoorzaamde aan het gebod der liefde, terwijl dat zelfde aantal  acht van de tien — gelooft dat zij ook werkelijk deze gehoorzaamheid opbrengt.

Wij vertrouwen dat alle Christenen in het land dagelijks bidden voor de President. Wij hopen, dat zij ook voor zichzelf bidden en voor hun landgenoten. En wij hopen, dat een belangrijk deel van dat gebed hieraan gewijd is, dat zij verlost mogen worden van de zonde van geestelijke blindheid, trots en eigengerechtigheid. Want als deze zonden meer en meer de overhand verkrijgen in de man in het Witte Huis en in de rest van ons, zullen dit krachten blijken te zijn, die een niet te stuiten onheil stichten".

We laten het oordeel over president Truman en de Amerikanen graag aan „The Christian Century" over. Wij kunnen ons moeilijk een oordeel over een en ander vormen. Maar we gaven de inhoud van het betreffende artikel vooral ook weer, omdat er niet alleen voor de president en het volk van de Verenigde Staten, maar voor ons allen uit te leren valt, hoe nodig het is om altijd weer ontdekt te worden aan onze eigenwaan en eigendunk, omdat Gods kracht alleen in zwakheid volbracht wordt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Van heinde en ver

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's