Wat anderen er van zeggen
Overgenomen uit de Friesche Kerkbode van Vrijdag 21 Juli 1950 Orgaan van de Gereformeerde Kerken in Friesland
Een herderlijk schrijven
De Generale Synode van de Nederlandse Hervormde Kerk heeft onlangs een herderlijk schrijven gepubliceerd, betreffende de Rooms Katholieke Kerk, dat om vorm en inhoud beide in brede kring belangstelling verdient.
De Hervormde Kerk spreekt zich in dit boekje uit over verschillende leerstellingen der Roomse Kerk. Zo handelt het over de Mariaverering, het Misoffer, de Paus, de goede werken, heiligenverering, huwelijk. Roomskatholiek machtsstreven en samenwerking. De bespreking van al deze belangrijke vragen wordt beheerst door het motto : „Waarom niet Rooms !"
Waarom verdient dit boekje de aandacht ?
In de eerste plaats omdat er grote behoefte was aan een boekje, dat kort en bondig de leerstellingen van de Roomse Kerk samenvat en weerlegt. We hadden in de laatste tijd verschillende geschriften over het Rooms-Katholicisme gekregen. De tijd dat er tussen Rome en ons schier geen gesprek meer werd gevoerd, is voorbij. Vooral prof. Berkouwer heeft ons verrijkt met verscheidene publicaties, waaronder zijn „Conflict met Rome" wel een van de voornaamste is. Doch daarnaast bestond er nog behoefte aan een kort, eenvoudig geschrift, dat op ruime schaal onder het volk kan verbreid en het een diep en duidelijk inzicht kan geven omtrent de tegenstelling tussen Rome en de Reformatie. Aan deze behoefte wordt door het herderlijk schrijven van de Hervormde Kerk m. i. geheel voldaan.
Het stemt tot grote dankbaarheid, dat deze uitgave van de Hervormde Kerk zo'n positief en principiëel geluid laat horen. Dit schrijven geeft niet alleen een korte samenvatting van de voornaamste punten der Roomse leer, maar het levert daarop ook een critiek, die geheel op de Schrift is gegrond. De opsteller heeft zich weten vrij te houden van een verkeerd anti-papisme. Zijn polemiek is van een voorname stijl. Hij getuigt vanuit de waarheid van de Heilige Schrift tegen de dwalingen, waartoe de Roomse Kerk is vervallen.
De geest, waarin dit herderlijk schrijven is geschreven, moge blijken uit enkele citaten, die mij bijzonder hebben getroffen. De opsteller ziet het verschijnsel van de Rooms Katholieke Kerk, met haar pretentie van de enige ware Kerk te zijn. Dat dringt hem tot bezinning. Bij die bezinning is echter dit zijn uitgangspunt : „Onze eerste zorg moet zijn, dat wij Gods waarheid recht mogen kennen en zuiver mogen verkondigen aan een van Hem vervreemd geslacht. Daarom is er niets ernstigers dan dat wij die Waarheid geheel verschillend verstaan. Dat wij tot de velen, die buiten het geloof leven, komen met een verschillende boodschap in Gods Naam, verontrust ons diep. Daarmee kunnen wij geen vrede hebben. Daarmee zullen wij moeten blijven worstelen. Veel te lang hebben wij daaraan voorbij geleefd".
Het herderlijk schrijven betoogt dan verder, dat er in de Roomse Kerk nog wel veel christelijk leven openbaar wordt, en met vele R.K. geestelijken en leken een diepe geestelijke gemeenschap mogelijk blijkt. Het wijst er echter op, dat de vraag of in de andere Kerk ook ware christenen zijn, in dit verband niet van beslissend belang is. En het maakt dan de zeer juiste opmerking : „De vraag is, of deze Kerk als zodanig Gods Waarheid en de weg des heils verkondigt".
Wanneer het herderlijk schrijven daarna gaat spreken over de maatstaf, waarmee het de Roomse Kerk en haar leer wil beoordelen, maakt het opnieuw belangrijke opmerkingen. Het wil dan n.l. geen andere maatstaf dan de Heilige Schrift. „De Heilige Schrift alleen kan de maatstaf zijn, waarnaar wij beoordelen, wat als Waarheid Gods verkondigd dient te worden. Alles wat zich als Kerk van Jezus Christus aandient, heeft zich aan haar te toetsen en tegenover haar te legitimeren".
In deze geest is dit geschrift gesteld. We mogen daar met dankbaarheid kennis van nemen. Het verheugt ons dat de Synode der Hervormde Kerk in dit herderlijk schrijven zo'n goed en positief geluid laat horen. Een geschrift als dit kan inderdaad, naar de wens van het moderamen der Hervormde Synode, „bijdragen tot het rechte verstaan van het Evangelie en tot de opbouw van de gemeente van Jezus Christus".
C. v. d. W.
Een open vraag
In bovenstaand artikel heb ik uit het herderlijk schrijven der Ned. Hervormde Kerk enkele zinnen geciteerd, die ons uit het hart gegrepen zijn, wijl ze blijk geven van een zuiver en klaar inzicht in taak en roeping van de kerk. Ik wil niet ontkennen, dat het lezen van deze zinnen in een officieel geschrift van de Hervormde Kerk voor mij een verrassing was en bepaalde verwachtingen wekte. Wanneer een Kerk zich met zo'n getuigenis richt tot een andere Kerk, dan mag men verwachten, dat zij met datzelfde getuigenis zich ook zal richten naar binnen. „Het gaat om de vraag" — zo betoogt het herderlijk schrijven — „of de Kerk als zodanig Gods Waarheid en de weg des heils zuiver verkondigt".
Ik heb het herderlijk schrijven verder gelezen en gehoopt, dat het met dezelfde vraag ook tot zichzelf in zou keren. Die hoop nam toe, wijl het in het laatste hoofdstuk inderdaad tot zelfinkeer komt. Dat laatste hoofdstuk draagt als titel : „De R.K. Kerk als vraag aan ons". Het geeft een ontleding van eigen kerkelijk leven en wijst er op, hoe de zonden van de R.K. Kerk ook in eigen kring gevonden worden. Het wijst er op, „dat wij diep dienen te beseffen dat met de maatstaf, waarmee wij de R.K. Kerk meten, wij weder gemeten zullen worden". En het legt deze maatstaf ook eerlijk aan eigen kerkelijk leven aan. Het maakt attent op tal van „zondige ontsporingen", die reformatie nodig hebben.
Maar ik heb tevergeefs gewacht op het aanwijzen van die „zondige ontsporing", die voor de Hervormde Kerk toch wel het meest centraal is: het toelaten van de vrijzinnige leer en prediking in de Kerk. Telkens zweefde me voor de geest die prachtige uitspraak uit het begin van het boekje : „het gaat om de vraag, of de Kerk als zodanig Gods Waarheid en de weg des heils zuiver verkondigt", Naar die maatstaf moet de Hervormde Kerk ook zichzelve meten.
En dan stuit ze op het verschijnsel der vrijzinnigheid, die Gods Waarheid en de weg des heils niet zuiver verkondigt, en toch in de Hervormde Kerk van heden haar plaats heeft en behoudt. Hier is iets, dat niet klopt. Over dit punt had het herderlijk schrijven niet mogen zwijgen. Te minder, omdat het in dit boekje niet alleen om de verhouding tot Rome gaat, maar in het slothoofdstuk op allerlei gebreken en tekortkomingen in eigen kerkelijk leven gewezen wordt. Alleen op het verschijnsel der vrijzinnigheid niét. En dat bevreemdt nog temeer, wijl in het slothoofdstuk wel over „theologie en prediking" gesproken wordt. Daar had men ook aan de „vrijzinnige theologie en prediking" de Schriftuurlijke maatstaf aan moeten leggen. Maar men doet het niet. Men bepaalt zich tot een enkele opmerking, waarvan de spits waarschijnlijk meer naar rechts dan naar links is gericht. „Wij verwisselen nog veel te veel de waarachtige gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift met het ons vastklampen aan bepaalde zijden van het Schriftgetuigenis en het aanheffen van steeds dezelfde leuzen":
Zo blijft de vraag naar de houding tegenover de vrijzinnigheid in dit boekje open. Zo blijft de vraag aan deze medicijnmeester, die zo'n kostelijk medicijn aan anderen biedt, waarom hij zichzelven niet geneest.
Ik begrijp heel goed, dat het antwoord op de open vraag, dat in het herderlijk schrijven wordt vermeden, de Hervormde Kerk in grote moeilijkheden brengen zou. Niet voor niets heeft men besloten om met de oefening van de kerkelijke tucht nog een jaar of tien te wachten.
Maar het herderlijk schrijven heeft terecht gevoeld, dat met de maatstaf, waarmee het anderen meet, het ook zelf zal worden gemeten. Het gaat ook voor de Hervormde Kerk niet om de vraag, of er in haar nog veel goede christenen en veel gelovige predikanten worden gevonden, maar „of de Kerk als zodanig Gods Waarheid en de weg des heils zuiver verkondigt".
Ik hoop van harte dat de Hervormde Kerk in deze richting moge groeien. Zij zal de open vraag dan echter niet open mogen laten, maar er een positief antwoord op moeten geven, wat ook de gevolgen mogen zijn. Dan alleen voldoet zij aan het voornemen, dat in dit herderlijk schrijven ook wordt geuit en waarmee ik gaarne instem : „Met groter ernst en liefde dan tot nu toe, zullen wij de eenheid hebben te zoeken van allen, die de Christus der Schriften als Heiland en Heer belijden. En wij mogen niet rusten, voordat een eenheid rondom de ene Avondmaalstafel is bereikt".
C. v. d. W.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's