De Puritein van de Hertenpolder
63
Hij heeft haar fluistering nog niet vernomen. Hij wil het weten, dat hij er menigmaal in een stil moment op gewacht heeft. Dat zij met een triumfantelijke zaligheid zacht gezegd zou hebben dat het zo was.
Zacht vallen de regendroppels alsof het in 't eind van April is en toch zijn het voorboden van de herfst.
Moeder Wiedeling zit eenzaam in de keuken en mijmert. Zij heeft een bewogen leven achter zich. Maar de Heere heeft alles wel gemaakt. Daarover peinst zij.
Nu reist zij getroost onder 't heiligend kruis.
Naar 't erfgoed daar Boven in 't Vaderlijk Huis.
Haar Jezus geleidt haar door d' aardse woestijn.
Gestorven voor mij, zal haar zwanenlied zijn.
Dan komen ze binnen, Janus en Mia, ze komen in de sfeer van het stille leven. Harmonisch is hun komst in Moeder's avondrust. 't Betekent voortgang van het leven, dat zij met haar kinderen kan genieten. Haar kinderen; wel niet van haar bloed, maar toch haar zo eigen en goed......!
Ze heeft het avondmaal gereed gezet. En dan vertelt Mia van het kindje, dat zo lief en teer is. En moeder hoort er de sprake in van die hunkering, die zij ook zelve gekend heeft.
XIV.
DE LOOP NIET DER SNELLEN.
Aldert van Janna is met een droevig hart de polderweg opgelopen. Hij gaat in de richting van Janus Veldstroo. Daar zal hij heul en steun vinden.
Op zijn kalme manier heeft hij van der jonkheid af, altijd gewerkt bij de boeren. Zijn loon was niet hoog. Men meende hem voor minder te mogen hebben dan een ander. Zo scharrelde hij daar heen met z'n oude moeder, die gewend was heel haar leven een sober bestaan te leiden.
Maar wat nu gebeurd is in de afgelopen nacht, dat moet een zware slag geheten worden. Toen hij de geiten voederen zou lag de beste van de beiden dood in de stal.
Zijn ogen zijn vol tranen geschoten.
En nu gaat hij naar de boer van „Amazone". Janus Veldstroo heeft op het bleekje naast de boomgaard een weitje afgerasterd en daar een klein hok geplaatst, waar hij een jonge geit heeft losgelaten, die hij een paar maanden geleden van een doortrekkende zigeuner kocht.
De zigeuner kwam om hooi, zo heeft Janus hem verteld, voor de hit en de geit.
— Verkoop mien die geit, heeft Janus toen gezegd.
— Nee, heeft de zigeuner geantwoord, zij lamt nu over drie weken. Die moet ik houden.
Maar Janus heeft gezegd dat dit geen manier was, met zo'n beest te trekken van her naar ginds. En hij heeft het weitje gewezen, waar ze lopen kon.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's