De Puritein van de Hertenpolder
64
Zo hakte de zigeuner de knoop door en vraagde vijf en twintig gulden. Janus heeft de veel te hoge prijs toch geaccepteerd en werd dus eigenaar van de geit.
— Het is een golp beest z'n haor glanst 'm op de rug, heeft de boer geprezen. En 't was waar.
Sinds vier weken is Aldert van Janna niet op de „Amazone" geweest.
Wel wat lang voor zijn doen. Maar Janus kan weten dat de vriendschap in de afwezigheid niet op z'n slechtst is bij Aldert. Hij leeft langzaam.
Als Aldert de werf komt opstappen zit Janus met Mia op het bankje.
— Aldert, was pas je slecht op, zo lang Weg te blijven, berispt hem Mia.
— Je geef nie veul om je vrinden, dunk me, vult Janus aan en schuift wat op.
— Dat moet je niet zeggen, verweert zioh Aldert. Ik kom hier altijd graag, maar ik ben soms bang, dat ik voor jullie niet gelegen kom.
— Daor hoef je niks over in te zitten Aldert. Mer wâ kiek je beteuterd; wat is er an de haand?
— Boer, we zijn vannacht niet gelukkig geweest
— Zo, en wat is je tegen?
— Lies lag vanmorge dood in 't schot.
— Die mooie Sane-geit, Aldert.
— Hij is dood, boer. Hoeveel of 't me spijt.
— Kom dan mee naor de onze, nodigt Janus hem en staat terstond op. Samen wandelen ze naar het weitje.
— Kijk eens aan, boer! Twee jonge geitjes er bij?
— Zo ai-je ziet, Aldert. Een bokje en een geitje.
— Dat is verduld aardig.
— Mer noe kom ik joe tegemoet. Jie kriegt van mien 't geitje als ie nog wat ouwer is.
— Maar boer.....
— Ja, en dan krieg je 'm uut de haand des Heeren. Dus veur niks en mit die veurweerde, dai-je 'm nooit meer vurkoopt.
Aldert is verbluft.
— Wij magge mekaor verstaan, boer. Da's veel waard!
— Dus je neemt 'm?
— Dat zal ik wel moete, boer. Uit de hand des Heeren!
Als Mia ook komt kijken, vertelt Janus haar dat het geitje aan Aldert is overgegaan.
— Ik dacht 't al, zegt ze lachend, want ik zie dat Aldert's gezicht weer wat veranderd is.
— Wij kennen mekaar, buurvrouw, zegt Aldert. De boer en ik weten, wat me aan mekaar hebben.
Mi§ glimlacht tegen Janus.
— Zolang als ze 't zelf harden zal, houd ik haar, boer, verzekert Aldert dan.
— Wat een mooie blauw-bonte is 't, hé, beoordeelt Mia het geitje.
— Hie blieft altiet kenbaor, Aldert, hie is gemaarkt mit de zwaikke aftekening, mer toch, de kleur van de trouw.
— Ik zal haar niet kunnen verkopen, boer. 't Is waar ! Maar ik dorst 't er gerust op te wagen, ook al was ze wit.
— Jao Aldert, da kumt umda joen vriendschap goed is. Da weet ik van toe Aldert zegt niets daarop. Hij weert wat af met de hand.
Hechter voelt hij zich tot de Puritein van de hertepolder aangetrokken. En hoe klein lijkt dit geschenk, deze gave. Maar de boer geeft het aan de Heere en de Heere geeft het hem. Dat maakt deze handeling groot en werpt er een ander licht op.
Als Aldert weer op huis aan wandelt, is zijn hart vrolijk. Dit heeft hij niet verwacht. Dus is hij niet vergeefs om heul en steun op weg geweest. Maar 't wordt altijd beter gemaakt, dan hij durft denken of dromen.
Laat de moderne wereld schelden op de Puriteinen, zoals die in Schotland geleefd hebben, sober en streng in hun leven, goed in hun daden ; het zijn de mannen van naam, omdat zij alleen buigen voor God en hèn niet groeten, die deze grote Opperheer, Die alles geschapen heeft om Zijns zelfs wil, menen te moeten negeren.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's