De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Is dat het Evangelie?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Is dat het Evangelie?

6 minuten leestijd

In sommige oud-Gereformeerde kringen en ook in vele Geref. Gemeenten is de prediking van het evangelie geheel verdrongen door een misplaatste prediking van de eeuwige verkiezing. Wat betekent toch het woord „evangelie" ? Dat woord wil zeggen: blijde boodschap. Ik lees er van in Marcus 16 vs. 15 : „en Hij zeide tot hen : Gaat henen in de gehele wereld, predikt het Evangelie allen creaturen".

Voor sommigen is het echter alsof er stond geschreven : gaat henen in de gehele wereld, predikt de eeuwige verkiezing.

Van verschillende zijden in onze kerk wordt ons voor de voeten geworpen, dat wij óok het evangelie niet meer prediken, maar enkel de verkiezing.

Die beschuldiging werpen we van ons.

Dat is niet juist.

We ontkennen niet, dat er enkelen gevonden worden, die deze richting uitgaan. Maar op de keper beschouwd, zijn dat meestal niet eens meer leden van de Gereformeerde Bond. Het is inderdaad droevig, als men het evangelie niet meer durft te prediken. Er zijn er, voor wie de prediking alleen de eeuwige verdoemenis ten grondslag moet hebben. Er wordt zeer veel gedreigd met de hel en de eeuwige verdoemenis.

Misschien vraagt een van de lezers, of die tekst, waarin de discipelen worden aangemaand om het evangelie (d. w. z. de blijde boodschap) te verkondigen, wel klopt met die andere gedachte van het aanzeggen van het eeuwig wèl en wee.

O, lezers, er is tussen die beide teksten toch geen strijd. Immers de verwerping van het heilig Evangelium brengt het eeuwig wee vanzelf met zich. Wee degenen, die het bloed des Nieuwen Testaments hebben onrein geacht. Er zijn predikers, wier woord er toe leidt om te beginnen met de vraag, of men een uitverkorene is. Met dat stuk begint de Heilige Schrift nergens. In onze gemeenten zijn er verscheidenen, die op huisbezoek tegenover de eis der bekering dan ook onmiddellijk het feit komen stellen; dat men niet weet of men uitverkoren is.

O, wat zijn er veel mensen, die de kostelijke waarheden uit de brieven van de apostel Paulus verdraaien tot hun eigen verderf. Om met de verkiezing te beginnen, is een uitvinding van de duivel. Het is de vorst der duisternis precies hetzelfde, of hij een mens in zijn slagnet trekt door middel van de remonstrantse leugen of door middel van een uit zijn verband gerukte leer der verkiezing.

De Heere begint altoos in de Heilige Schrift met de roeping. In de profetie van Jesaja klonk 't al luide: Komt tot Mij, alle gij einden der aarde en wordt behouden, want Ik ben God en niemand meer. En de Heiland is bij de tollenaar en bij de zondares en bij de Kananese vrouw en bij de moordenaar aan het kruis niet begonnen met een onderzoek naar hun eeuwige verkiezing. Neen, de Heiland heeft veeleer in het hart van die arme zondaren het schuldgevoel opgewekt. Door Zijn aangrijpende prediking werden ze ontdekt aan hun zonden en zijn verschrikt geworden.

Dat heeft ook de apostel Paulus gedaan. Als de cipier uit de gevangenis, radeloos geworden zijnde, begint te vragen aan hem en aan Silas : Lieve heren, wat moet ik doen, opdat ik zalig worde? , dan wordt er ook niet door Paulus gesproken over de eeuwige verkiezing van die stokbewaarder, maar dan klinkt het de verschrikte stokbewaarder tegen : Geloof in de Heere Jezus, en gij zult zalig worden.

Dat is maar niet een geloof in Remonstrantse zin. Dat is maar niet dat oppervlakkige gedoe van „neem het maar aan, dat Jezus uw Heiland is", zonder dat er sprake is van de kennis van eigen zonde en schuld en armoede, die een gewrocht is van het werk van de Heilige Geest. Neen, daar heeft het niets mee te maken.

En nu heb ik nog niets gehoord van de eeuwige verkiezing —, zo hoor ik iemand zeggen. En dat is nu juist datgene, waarmee ik zou hebben moeten beginnen naar de mening van de zodanigen.

Neen, lezers, het stuk van de eeuwige verkiezing komt voor het schepsel achteraan. Theologisch gezien, gaat het aan alles en zelfs aan de roeping vooraf, omdat die verkiezing wortelt in de eeuwige raad Gods. Maar in de practijk der godzaligheid komt ze het laatst. Ik denk aan David. Hij zocht naar de oorzaak, waarom de Heere naar hem had omgezien. Waarom had de Heere met voorbijgaan van anderen hem gezocht ? Was hij misschien beter dan die anderen, die de Heere voorbijging ? Elk van Gods kinderen weet wel beter en verstaat iets van dat woord hetwelk Paulus zeide : „ik ben de voornaamste van de zondaren".

En David dacht aan de zonden met Bathseba en Uria, hij gedacht met smart aan de zonden van zijn jonkheid.

Wat is het door de berijming van de 27ste Psalm schoon weergegeven :

Och, mocht ik in die heilige gebouwen.
De vrije gunst, die eeuwig Hem bewoog.
Zijn lieflijkheid en schone dienst aanschouwen ;
Hier weidt mijn ziel met een verwond'rend oog.

Zalig voorrecht, indien een arm zondaar in die verkiezende genade de grond zijner hope mag vinden voor de eeuwigheid. Immers die verkiezende genade is een vaste, eeuwige grond in den Heere en niet in het schepsel. En dan is er ook plaats voor het woord van de apostel: En gij tot hetzelve ook alle naarstigheid toebrengende, voegt bij uw geloof deugd en bij de deugd kennis, en bij de kennis matigheid en bij de matigheid lijdzaamheid, en bij de lijdzaamheid godzaligheid en bij de godzaligheid broederlijke liefde jegens allen.

Want zo deze dingen bij u zijn, en in u overvloedig zijn, zij zullen u niet ledig noch onvruchtbaar laten in de kennis van onze Heere Jezus Christus. Want bij welken deze dingen niet zijn, die is blind, van verre niet ziende, hebbende vergeten de reiniging zijner vorige zonden. Daarom, broeders, benaarstigt u te meer om  uw roeping  en verkiezing vast te maken, want dat doende zult gij nimmermeer struikelen. 

Laten alle leden van de Geref. Bond toezien, dat van ons niet geldt wat men smalend van ons zegt, dat we niet het evangelie, maar enkel de eeuwige verkiezing prediken. Als we enkel maar de verkiezing prediken, die voorop stellend, dan zijn we toch buiten de Heilige Schrift, al zouden we misschien wel menen nog beter gereformeerd te zijn dan Calvijn zelf.

VERKERK.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Is dat het Evangelie?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1950

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's