het oude evangelie
De waarheid Gods verandert niet, zo zeiden wij. In 't algemeen zal iedereen dit toegeven. Immers God verandert niet. Dat geloven wij. Maar dit raakt toch niet aan de zaak, waarover het ging in de beide vorige artikelen, n.l. of het oude Evangelie aan onze jonge mensen nog zou kunnen geven, wat ze nodig hebben. Hebben zij geen andere prediking, of eigenlijk een ander Evangelie nodig?
De opmerking, dat de Waarheid Gods niet verandert, bedoelt dus niet in de eerste plaats te zeggen, dat God niet verandert, maar dat Zijn Evangelie voor alle tijden hetzelfde blijft. Er is geen Middelaar buiten Christus en geen ander Evangelie dan hetwelk ons in de Heilige Schrift wordt voorgesteld.
Dat is alles tot uw dienst, zal iemand zeggen, maar kan het Evangelie der Schriften dan niet vatbaar zijn voor verschillende uitlegging ? Kunnen geen verkeerde, menselijke opvattingen hebben postgevat, kan het voortgaand onderzoek niet onjuiste voorstellingen van het voorgeslacht ontdekken en verbeteren ? Is het dus niet mogelijk, dat de 20ste eeuw het Evangelie in sommige opzichten beter verstaat dan b.v. de zestiende eeuw?
Sommigen beweren in onze dagen, dat de reformatoren zich in verschillende punten vergist hebben, althans een onjuist inzicht hebben gehad.
Wij zijn het daarmede nog niet eens, doch, weliswaar, dat men er ruimte voor moet laten. Men moet de mogelijkheid stellen, dat het Evangelie verkeerd wordt vertolkt, en zelfs wordt vervalst. Dat eist niet alleen de kennis der historie, maar de Schrift zelf waarschuwt tegen valse prediking. Men zal zeggen: Hier is de Christus en daar is de Christus, maar gelooft ze niet. Zij waarschuwt tegen valse leraren en de verleidingen des satans. (Vgl. Matth. 24 : 23 v.v).
De mensen kunnen dus het Evangelie verkeerd voorstellen en verdraaien, maar het Evangelie der Schriften is en blijft altijd hetzelfde : Zó zelfs, dat de apostel Paulus vermaant aan geen ander Evangelie gehoor te geven dan hetgeen hij in de naam van Christus predikt, zelfs al ware het, dat een engel uit de hemel iets anders verkondigde. (Gal. 1:8).
Hoe is ook in de middeleeuwen het Evangelie weggezonken in onwetendheid en begraven onder menselijke leringen ! En de reformatie is een teken van de kracht der genade, die het als opnieuw deed ontdekken in de Heilige Schrift.
Het zou dus wel mogelijk zijn, dat de reformatoren nog slechts; ten dele zijn verlicht geweest en ten dele hebben gedwaald. Het is denkbaar, dat een latere eeuw dwalingen van het voorgeslacht ontdekt, gelijk het ook denkbaar is, dat een later geslacht in oude en nieuwe dwalingen vervalt.
Niet tevergeefs heeft de apostel Paulus geleerd, dat wij deze hemelse schat in aarden vaten dragen.
De veelheid van kerken en leringen kan dat duidelijk aantonen.
Toch is ook weer het gevoelen algemeen, dat achter al die verscheidenheid het Evangelie zijn licht laat schijnen. En het is ook zeker, dat die veelheid van lering, opvatting en strijd, er moge dwaling en waarheid zijn, in deze wereld geen plaats zou gevonden hebben, indien God Zijn Evangelie niet had geopenbaard door de profeten en in de Christus vervuld. Want het gaat ten slotte om hemelse dingen. „Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn". (Col. 3 vs. 2).
Het Evangelie is uit de hemel. Het is gekomen tot de mensen, zoals de Heere God in Zijn Christus is gekomen tot de mensen. Het is gekomen tot de mensen en als de Heere God niet zorgde, dat er altijd werden gevonden die Zijn Woord ontvangen en bewaren, zou het slechts verwerping hebben gevonden als dwaasheid en ergernis. Den Grieken dwaasheid, den Joden ergernis. (I Cor. 1 vs. 23),
Het Evangelie immers is een kracht Gods tot zaligheid. (Rom. 1 vs. 16).
Omdat het een kracht Gods is, is het geen kracht der mensen, staat het niet onder de macht van mensen en kunnen zij er niet over beschikken. Daarin hébben zij wel gelijk, die ook in onze dagen beweren, dat wij met de Waarheid Gods niet kunnen handelen, alsof het onze waarheid ware.
Aan de andere kant is het ook weer verklaarbaar, dat men bij al de verscheidenheid van lering en opvatting, geen rust vindt en de Waarheid des Evangelies poogt te ontdekken. Het gaat immers, zoals men zegt, om de Waarheidsvraag.
In al dat zoeken en strijden vervalt men bewust of onbewust toch weer in het euvel, waartegen men waarschuwt. Immers, indien iemand een ander oordeelt of zijn leer aangaande het Evangelie, veroordeelt, moet men zich zelf de kennis der Waarheid toeschrijven. Hoe anders kan men oordelen ?
Het is licht om te zeggen, dat anderen leringen van mensen aanhangen en deze boven de goddelijke leer stellen, als het gaat over de dingen des Evangelies. Het Evangelie is voor de mens. Het zijn mensen, die het horen en ontvangen, mensen, die er over spreken, mensen, die het trachten te verstaan en die het verstaan, zoals zij het verstaan, mensen, die naar de mate van hun inzicht vergelijken en beoordelen, wat anderen daarvan hebben gezegd of beleden.
Dat is alles heel erg menselijk.
Men kan dus wel zeggen, dat wij mensen; over de Waarheid Gods niet beschikken kunnen, — en dat is goed begrepen ook juist — maar de enige conclusie, waartoe dit, schijnt te voeren, zou dan ook zijn, dat men maar moest ophouden met over de hemelse dingen te spreken en overgaan tot de orde van de dag.
Dat doet men echter niet en zal men ook niet doen, want God heeft Zijn Evangelie in de wereld geopenbaard. Hij heeft ons Zijn Woord gegeven en dat in menselijke taal en gestalte en Hij waakt over Zijn Woord. Hij heeft het gezonden opdat het zal doen, waartoe Hij het zendt. (Jes. 55 vs. 11). Hij zorgt dat er altijd zijn, die Zijn Woord aannemen en aanvaarden. Het Woord bewijst Zijn goddelijke kracht en werking ook daarin, dat men er op zo onderscheidene wijze mede bezig is en dat men over de goddelijke Waarheid twist
En nu lijkt het soms, alsof de mensen het Evangelie Gods hebben zonder het te hebben, te kennen, te verstaan, de zaligheid van het Evangelie te beseffen, als ware het slechts een lichtschemer in de nevel. En dat is wellicht voor velen ook zo, maar als God zorgt, dat er altijd zijn, die Zijn Woord aannemen en bewaren, dan wordt het zo geheel anders, dan wordt het Evangelie goddelijke wijsheid, goddelijke kracht en majesteit, kracht Gods tot zaligheid, een iegelijk, die gelooft.
God heeft Zijn Evangelie geopenbaard onder de mensen, en de mensen doen daarmede naar hun wijsheid, of wat hetzelfde is, naar hun dwaasheid, maar de Heere vervult Zijn Raad.
Het Evangelie is een verborgenheid Gods. Hoe zou de aardse mens er iets van verstaan, tenzij de Heilige Geest als een inwendige Leermeester hem. komt inleiden in de verborgenheid en kracht Gods tot zaligheid ?
Dat nu echter is ook in de verborgenheid des Evangelies gelegen, dat de Heilige Geest woning maakt bij mensenkinderen en hen deelgenoot maakt van de nieuwigheid des levens in Christus Jezus.
Dit nu is het voorrecht van de kerk des Heeren en dit geeft een bijzondere betekenis, aan de belijdenis der kerk, waarin zij getuigenis geeft van haar geloof.
Deze weg des Evangelies, deze weg Gods verandert niet door de tijden en met de omstandigheden. Alleen in deze weg kan ook de moderne mens rust vinden en het heil deelachtig worden, dat is weggelegd voor degenen, die de Heere vrezen.
Allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn daarin één en gevoelen ook iets van de gemeenschap der heiligen, wijl zij uit God geboren zijn en elkander liefhebben. Want zovelen Hem aangenomen hebben, heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden.
Voor hoevelen echter is het Evangelie een woord, een leer, een beschouwing, waarmede zij door opvoeding en onderwijs, door hun verkeer onder de mensen, gehoord hebben en waarover zij naar hun begrip redeneren en oordelen. Voor hoevelen is het niet mogelijk het geestelijke en het menselijke te onderscheiden. En wie zal dat onderscheiden en een rechter zijn over wat in het hart van zijn naaste is ? Hoeveel dwalingen kunnen ook in het hart van een Christen wonen?
Toch zij men voorzichtig, want er zijn grenzen, grenzen ook tussen de kerk en de wereld, tussen Christen en anti-Christ.
Daarom ook is er onderscheid tussen de belijdenis van de levende kerk van Christus en allerlei wind van leer.
Dit mag wel eens gezegd worden met het oog op de stemmen, die haastelijk gereed staan met hun verwijt van formalisme en met hun bewering, dat de belijdenis geen reglement is.
De werkelijkheid is nu eenmaal zo, dat de kerk niet buiten de formulering der leer kan, zodat zij het gevaar van formalisme op de koop toe moet nemen. Niemand mene, dat hij, die tegen formalisme strijdt, aan zijn eigen formalisme ontkomt, zolang hij nog iets beweren wil. Het geloof aan het goddelijk gezag der Heilige Schrift, waarin de kerk haar kinderen opvoedt, blijft tot op zekere hoogte formalisme, totdat de Heilige Geest de kracht des Woords bevestigt in de harten. En zo is het ook met de leer des geloofs. Dat neemt echter de waarheid der belijdenis niet weg. Er ligt een zin in de formele geldigheid der belijdenis, welke men niet mag onderschatten voor het kerkelijk gebruik door al te spoedig van reglement te spreken.
Hoe wil men dan oordelen over wat de Schrift leert b.v. in 1 Johannes 2 vs. 18 v.v.
Wie is de leugenaar dan die loochent, dat Jezus is de Christus ? Deze is de anti-christ, die de Vader en de Zoon loochent. Een iegelijk, die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet. Of, enige verzen eerder: (1 Joh. 1 vs. 8) : Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij onszelven en de waarheid is in ons niet.
Was Johannes formalist, of maakt hij de belijdenis van de Christus tot reglement, omdat hij zo spreekt en de gemeente waarschuwt tegen de verleiding van de antichrist, opdat zij blijve bij hetgeen zij van den beginne gehoord heeft ?
Zo vraagt de belijdenis der kerk onze aandacht als het gaat over de vraag naar het Evangelie der Schriften, en zonder de ogen te sluiten voor de gevaren van formalisme, is er aanleiding om een en ander nader te beschouwen. De belijdenis der kerk wil toch niet anders dan getuigenis zijn van het geloof, zoals dat in het hart der kerk leeft.
S.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's