De Gezangenkwestie
In de „Hervormde Kerk" van 12 Augustus 1950 vond ik een artikel van ds. G. van der Zee, van Baambrugge, onder de titel : „Niet langer aan de ketting van het berijmde psalmboek" of „Leringen, die geboden van mensen zijn".
In dat artikel trekt hij voornamelijk op tegen de secretaris van de Geref. Bond. Ik acht het daarom zeer nodig om de onjuiste voorstellingen, die in dit artikel over het standpunt van de Geref. Bond naar voren worden gebracht, te weerleggen.
Het uitgangspunt van ds. Van der Zee inzake de gezangenkwestie is niet principieel.
Hij begint immers aldus :
„Waar het thans om gaat is de terugbetaling van studiegelden door hen die gestudeerd hebben van de fondsen van de Geref. Bond".
Ik zou zeggen, laten we die kwestie van de terugbetaling van de genoten gelden apart onder de ogen zien.
Het betoog van ds. van der Zee is in hoofdzaak als volgt:
Die predikanten van de Geref. Bond, die niet langer aan de ketting van het berijmde psalmboek wilden liggen, hebben zich laten leiden door de zin en de letter van de H. Schrift. Hij wijst op Colossensen 3 : 16. Het Woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander met psalmen en lofzangen en geestelijke liedekens, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart, en verder op Efeze 5 vs. 19 : „sprekende onder elkander met psalmen en lofzangen en geestelijke liedekens, zingende en psalmende den Heere in uw hart.
Verder uit hij zich op de volgende wijze : De walgelijke koehandel waren sommige predikanten beu. Een der gesignaleerde predikanten kreeg een aanbod van honderden guldens als hij het Gezangboek gesloten liet. Hij vroeg nog zo een bedrag, dan zou hij ook het Psalmboek sluiten.
Vervolgens word ik in het artikel van ds. van der Zee beschuldigd van Roomse tendenzen, omdat ik de traditie stel boven de Heilige Schrift.
Letterlijk citeer ik : „In feite fundeert men zich op de Dordtse Kerkorde en op de traditie. Het blijkt moeilijk te zijn om Hebr. 7: 12—18 te verstaan (Want het priesterschap veranderd zijnde, zo geschiedt er ook noodzakelijk verandering der wet, vers 12 en „want de vernietiging van het voorgaande gebod geschiedt om zijner zwakheid en onprofijtelijkheid wil.")
Voorts wordt er door ds. Van der Zee op gewezen, dat een twintigtal jaren later na de verschijning van de brochure van dr. J. de Lind van Wijngaarden deze ook tot andere overtuiging is gekomen en wel is begonnen om gezangen te laten zingen.
En voorts herinnert hij ons aan een uitspraak van de vroegere voorzitter van de Geref. Bond ds. van Grieken :
Wij hebben het Nieuwe Testament, een N. T. predikatie, N. T. Sacramenten, N. T. formulieren en gebeden, doch het lied ontbreekt, afgezien van „Enige Gezangen" achter de Psalmen.
En dan volgt de conclusie :
De band aan het Woord lijkt mij beter dan de ketting van het tot het kenmerk verheven berijmde Psalmboek.
Tot zover ds. G. van der Zee, die ook behoorde tot die predikanten, die eertijds enkel psalmen hebben laten zingen, maar nu zich van de ketting hebben losgemaakt.
Eer ik zelf op het artikel van ds. Van der Zee inga, wil ik aan de lezers van de Waarheidsvriend ook nog mededelen, wat de redactie van „De Hervormde Kerk" zelf als bijschrift heeft toegevoegd aan het artikel van ds. Van der Zee.
De redactie schrijft :
De gezangenkwestie is in een deel van de gemeenten van onze kerk nog altijd actueel. Er zijn dominees zonder gezang en dominees met één gezang en dominees, die in geen geval aan deze maatstaf wensen te worden gemeten.
Maar achter dit alles ligt één geestelijk vraagstuk, waar we ons niet van mogen afmaken door alléén maar de kleine kant van deze zaak naar voren te brengen.
Vandaar nevensgaande beschouwingen, die we met opzet niet het karakter van een polemiek hebben willen geven.
Red.
Het verheugt, mij zeer, dat de redactie, beter dan ds. Van der Zee, schijnt te hebben ingezien dat we hier met een geestelijk vraagstuk hebben te doen. Het spijt mij echter, dat ik het met de beschouwing van de redactie, dat men hier geen polemiek wilde voeren, maar moeilijk eens kan zijn.
In het begin van zijn artikel schrijft ds. Van der Zee, dat velen de koehandel met de gezangen moede zijn. De redactie zal 't toch met mij eens zijn, dat met het woord koehandel de discussie niet op een hoog peil werd gebracht. Ook het voorbeeld van die predikant, wien men honderden guldens had aangeboden, als hij het gezangboek gesloten het, had ds. Van der Zee maar liever niet moeten noemen. Ik zou omgekeerd óok wel van die gevallen kunnen opnoemen. Maar dat moeten we niet doen. Dan brengen we de zaak van de kerk op de straten van Askalon en dan brengen we de kwestie van het principiële op het persoonlijke.
En als ik dan verder van Roomse tendenzen word beschuldigd en in een ander, gedeelte weer episcopaal genoemd word door ds. Van der Zee, dan moet de redactie van „De Hervormde Kerk" het mij niet kwalijk nemen dat ik in het artikel van ds. Van der Zee wel terdege een polemiek zie.
Doch terzake.
Dat ds. Van der Zee gezangen laat zingen, is zijn zaak. Het is ook zijn recht om dat mede te delen en ook te zeggen, waarom hij er zo over denkt. Het is echter wel heel gemakkelijk om het den volke zó voor te stellen, dat men zelf getrouw uit de Schrift leeft, maar dat die Timmer, van Nieuwerkerk a/d IJssel, die secretaris van de Gereformeerde Bond, eigenlijk in het stuk van de gezangenkwestie Rooms is, omdat hij niet luistert naar de Heilige Schrift, maar wèl naar de Dordtse Kerkorde.
Achter het beroep van ds. Van der Zee op Hebr. 7 vs. 12 en 18, zet ik een vraagteken. Wat de Heilige Schrift ons daar leert heeft met de gezangenkwestie volstrekt niets te maken en kan hem niet helpen in deze zaak. Verder kom ik tot een zeer ernstig bezwaar tegen de voorstelling, welke ds. Van der Zee geeft.
Het past iedereen en niet minder iemand, die kerkhistoricus wil wezen, om de meningen, die door anderen werden verkondigd, zuiver weer te geven. Ik heb er mij echter over verbaasd, dat hij mij in de schoenen wil schuiven, dat ik tegen de gezangen ben, omdat ik mij alleen wil funderen op de Dordtse Kerkorde. Waar ter wereld en wanneer heb ik dat gezegd of geschreven ? Hij kan inderdaad wel beter op de hoogte zijn met de gevoelens, die in onze kring leven.
In het aangehaalde woord van wijlen ds. Van Grieken mis ik één woord, wat er onmogelijk in gemist kan worden. Hij had niet alleen moeten zeggen, dat we nog een gezang missen, maar hij had moeten zeggen, dat we nog een zuivere kerkvorm missen. Of dacht ds. Van der Zee, dat de kerk, de Generale Synode in haar huidige samenstelling het lichaam is, hetwelk aan de gemeente het lied naar Schrift en Belijdenis kan schenken.
Neen neen, wij zijn niet Rooms. Maar dat we ons aan de liturgie van de Dordtse Kerkorde moeten vasthouden, ligt alleen in het feit, dat de kerk, die zelf niet op de grondslag van Schrift en Belijdenis staan wil (of het mocht zijn alleen met de lippen) niet het recht bezit om aan ons gereformeerde volk een gezangbundel te geven. Dan zou het immers weer een gezangbundel worden, zoals we die in het begin van de vorige eeuw hebben gehad. Voor elk wat wils.
En nu kan ik het mij indenken, dat een voorstander van de gezangen mij zal antwoorden, dat ik dan zelf er de goede gezangen maar moet uitzoeken. Ik kan dan de gezangen, die naar mijn mening niet zuiver zijn, laten liggen.
Ik ken dat standpunt, doch zulk een individualisme is weinig kerkelijk. Laat ds. Van der Zee het wèl bedenken, dat het lied altijd ontzaggelijk veel invloed gehad heeft, op de massa en dat ook de oude kerk bezwaar heeft gemaakt tegen het vrije lied, omdat zij daarin een open deur zag voor ketterijen. En ik zou ze niet gaarne allemaal daarvan beschuldigen, maar er zijn al verscheidene predikanten geweest, die weer gezangen lieten zingen, die ook op dogmatisch terrein van het zuivere spoor zijn afgegleden.
Ik zal één voorbeeld noemen. Ik behoef daartoe niet ver te zoeken. Dr. De Lind van Wijngaarden, die zelf door ds. Van der Zee werd aangehaald, is een van de droeve voorbeelden, dat het maar niet blijft bij het laten zingen van een gezang. Ds. Van der Zee kan op deze wijze de behandeling en oplossing van de kwestie, waarom het gaat, niet bevorderen.
De redactie van „De Hervormde Kerk" heeft naar ons gevoelen reeds een wenk in die richting gegeven, door te wijzen op de geestelijke achtergrond.
Mogelijk vindt hij in een en ander aanleiding om deze onjuiste voorstellingen terug te nemen.
TIMMER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1950
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's